Advertisement

Green Planning: From Sectoral to Integrative Planning Arrangements?

  • Joan Janssens
  • Jan van Tatenhove
Chapter
Part of the Environment & Policy book series (ENPO, volume 24)

Abstract

The notion of green planning is used in various ways in international literature. An influential definition of green planning is ‘plans developed, mainly in industrial countries, to address escalating environmental problems’ (DalalClayton, 1996). In this definition green planning and environmental planning are considered synonyms. More recently, however, the notion of green planning has begun to incorporate a range of initiatives, including a variety of plans and strategies concerned with broader issues of sustainable development. In his study Dalal-Clayton concludes that although green planning is introduced in eighteen countries it has been done in eighteen different ways. However, most green plans produced in the industrialised countries remain focused on environmental issues; ‘very few (mainly those undertaken independently of governments) have yet attempted to balance environmental, social and economic concerns — a central requirement of moving towards sustainable development’ (Dalal-Clayton, 1996: 3). Every country shows different policy arrangements and practices of policy making to realise sustainable development. Green planning therefore seems to be a generic term; it embraces several (institutionalised) policy domains, which have the physical environment as their planning objective. Its material object is the sustainable development of society in its broadest sense, referring not only to ecological sustainability, but also to socially desirable and economically viable ways of sustainability. To realise such sustainable development the thus far fragmented policy initiatives have to be integrated. The formal objective of green planning involves its institutional dimension, which is the ability of governmental and other agencies to interfere and realise sustainable development (compare Zonneveld, 1991).

Keywords

Civil Society Environmental Policy Spatial Planning Private Actor Administrative Level 
These keywords were added by machine and not by the authors. This process is experimental and the keywords may be updated as the learning algorithm improves.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

References

  1. Bouwer, K. (1996), Beleidsmatige aspecten van compensatie in het stedelijk gebied, Den Haag: NIROV.Google Scholar
  2. Bouwer, K. (1997), Van milieubeleid naar omgevingsbeleid?, Nijmegen: KUN.Google Scholar
  3. Coenen, F.H.J.M., J.R. Janssens and H-J.W. Oosterveld (1998), Provinciale milieubeleidsplanning als integrale paraplu? Een evaluatie van de bereikte interne integratie in het provinciaal milieubeleid door het hoofdstuk Plannen van de Wet milieubeheer, Den Haag: VROM, ECW-reeks, Achtergrondstudie nr. 33.Google Scholar
  4. Coenen, F.H.J.M. and J.R. Janssens (1999), De grenzen van integreren van beleid door planning: Ervaringen met provinciale milieubeleidsplanning, Beleidswetenschap, 13 (2), pp. 107–124.Google Scholar
  5. Dalal-Clayton, B. (1996), Getting to grips with green plans. National-Level Experience in Industrial countries, London: Earthscan Publications Limited.Google Scholar
  6. Driessen, P.P.J. and M.C. Groenenberg (1998), Monitoring van gebiedsgericht Milieubeleid. Een analyse op provinciaal niveau, Utrecht/Bilthoven: RIVM.Google Scholar
  7. Drupsteen, T.G. (1982), Milieubeleidsplanning in relatie tot recht,oratie, Zwolle.Google Scholar
  8. European Communities (1999), The EU compendium of spatial planning; systems and policies. The Netherlands, Luxembourg: Office for Offical Publications of the European Communities.Google Scholar
  9. Faludi, A. (1980), Implementation planning or the implementation of plans? Effectiveness as a methodological problem, Amsterdam: UvA/PDI.Google Scholar
  10. Frouws, J. and J. Van Tatenhove (1999), Regional Development and the Innovation of Governance, Workinggroup 4, EU-Cost A-12, Vienna, Austria.Google Scholar
  11. Gibbins, J.R. and B. Reimer (1999), The Politics of Postmodernity. An Introduction to Contemporary Politics and Culture, London: SAGE.Google Scholar
  12. Goverde, H.J.M., J. Wisserhof, E.K. Dijkstra and R.A.M. Tilmans (1997), Bestuurlijke evaluatie strategische groenprojecten natuurontwikkeling, IBN-rapport 269, Wageningen: IBN-DLO.Google Scholar
  13. Havekes, H.J.M. (1990), De Wet op de Waterhuishouding: integraal waterbeheer in juridisch perspectief, Lelystad: Kon. Vermande.Google Scholar
  14. Janssens, J.R. and K. Bouwer (1996), Naar één provinciaal omgevingsplan !/?, Een bijdrage aan het debat over omgevingsbeleid, Nijmegen: KUN.Google Scholar
  15. Janssens, J.R. and M. Weisz (1998), Provincie op weg naar beleid voor de fysieke omgeving, Beleidsanalyse, (27–2), pp. 4–11.Google Scholar
  16. Jong, J.D. (1987), Water and Land Management in the Netherlands: History, Present Day’s Situation and Future. Water for the Future: Water Resources Developments in Perspectives, Rotterdam: W.O.A.J.E.P., Wunderlich, Balkema.Google Scholar
  17. Korthals Altes, W. (1995), De Nederlandse planningsdoctrine in het fin de siècle. Voorbereiding en doorwerking van de Vierde nota over de Ruimtelijke Ordening (Extra), Assen: Van Gorcum.Google Scholar
  18. Kuijpers, C.B.F. and P. Glasbergen (1990), Perspectieven voor integraal waterbeheer, Den Haag: SDU.Google Scholar
  19. Mastop, J.M. (1984), Besluitvorming, handelen en normeren: een methodologische studie naar aanleiding van het streekplanwerk,Bunnik.Google Scholar
  20. Mastop, H. and L. Van Damme, et al. (1997), Instrumentatie van het restrictief beleid, Nijmegen: KUN.Google Scholar
  21. Mastop, H.J.M. (1998), Dutch National Planning at the Turning Point. Re-thinking Institutional Arrangements, International Seminar on National-level Planning Institutions and Decisions, Haifa, Israel.Google Scholar
  22. Michiels, F.C.M.A. (1993), De Wet Milieubeheer, Zwolle: Tjeenk Willink.Google Scholar
  23. Ministerie van Verkeer en Waterstaat (1985), Omgaan met Water, Den Haag: SDU.Google Scholar
  24. Ministerie van Volkhuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (1988), Vierde Nota Ruimtelijke Ordening deel A, Den Haag: SDU.Google Scholar
  25. Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (1960), Eerste nota over de Ruimtelijke Ordening, Den Haag: SDU.Google Scholar
  26. Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (1966), Tweede Nota over de Ruimtelijke Ordening, Den Haag: SDU.Google Scholar
  27. Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (1977), Derde nota over de Ruimtelijke Ordening. Deel 3a: beleidsvoornemens over ontwikkeling, inrichting en beheer, Den Haag: SDU.Google Scholar
  28. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (1990), Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra, dee11, Den Haag: SDU.Google Scholar
  29. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (1995), Stad and Milieu, rapportage. Waar vele willen zijn, is ook een weg, Den Haag: VROM.Google Scholar
  30. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (1997), Nederland 2030. Discussienota; verkenning ruimtelijke perspectieven, Den Haag: VROM.Google Scholar
  31. Ministerie van Volksgezondheid en Milieuhygiene (1980), Indicatief Meerjarenprogramma Water, 1980–1984, Den Haag: SDU.Google Scholar
  32. Needham, D.B. and J.R. Janssens (1998), Omgevingsbeleid: Een international verschijnsel? Zes landen vergeleken, Nijmegen: KUN.Google Scholar
  33. NovioConsult (1998), Eindrapportage evaluatie ROM-aanpak, Nijmegen: NovioConsult.Google Scholar
  34. Offe, C. (1996), Modernity and The State, Cambridge: Polity Press.Google Scholar
  35. Pestman, P. and J. van Tatenhove (1998), Reflexieve beleidsvoering voor milieu, ruimtelijke ordening en infrastructuur: Nieuwe initiatieven nader beschouwd, Beleidswetenschap, 12 (3), pp. 254–272.Google Scholar
  36. Van der Cammen, H. and L.A. de Klerk (1993), Ruimtelijke ordening: van plannen komen plannen, de ontwikkelingsgang van de ruimtelijke ordening in Nederland, Utrecht: Het Spectrum.Google Scholar
  37. Van der Vlist, M. (1998), Duurzaamheid als planningsopgave. Gebiedsgerichte afstemming tussen de ruimtelijke ordening, het milieubeleid en het waterhuishoudkundig beleid voor het landelijk gebied, Wageningen: LUW.Google Scholar
  38. Van Schendelen, M. (1997), Natuur en ruimtelijke ordening, Amsterdam: NAi.Google Scholar
  39. Van Tatenhove, J. and L. van den Aarsen (1996), Politieke modernisering en doelgroepenbeleid voor het landelijk gebied, Tijdschrift voor Sociaal Wetenschappelijk ondezoek van de Landbouw (TSL), 11 (1996)(4), pp. 253–274.Google Scholar
  40. Van Tatenhove, J. (1999), Political Modernisation and the Institutionalisation of Environmental Policy, Wissenburg, M., G. Orhan and U. Collier eds., European Discourses on Environmental Policy, Aldershot: Ashgate, pp. 59–78.Google Scholar
  41. Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (1998), Ruimtelijke ontwikkelingspolitiek, Den Haag: SDU.Google Scholar
  42. Wisserhof, J. and L.C. Crijns (1992), Ontwikkelingen in integraal waterbeheer; verkenning van beleid, beheer en onderzoek, Delft: Delft University PressGoogle Scholar
  43. Zonneveld, W. (1991), Conceptvorming in de ruimtelijke planning. Patronen en processen, Amsterdam: PDI.Google Scholar

Copyright information

© Springer Science+Business Media Dordrecht 2000

Authors and Affiliations

  • Joan Janssens
  • Jan van Tatenhove

There are no affiliations available

Personalised recommendations