Advertisement

Het belang van sport en bewegen voor het handhaven van een gezond lichaamsgewicht

April 2018
  • H. C. G. Kemper
Chapter

Samenvatting

Het handhaven van een constant lichaamsgewicht is het resultaat van een balans in de energiewisseling. Veel energie en relatief veel vet wordt gebruikt tijdens matig intensieve lichamelijke activiteiten die met grote spiergroepen worden uitgevoerd en lang kunnen worden volgehouden. Personen met overgewicht kunnen het best afvallen door een combinatie van een energiebeperkt dieet en een verhoging van een zelfgekozen lichamelijk activiteitenpatroon. De soort inspanning die vooral dient te worden geadviseerd om het energiegebruik te vergroten, is inspanning die grote spiergroepen betreft. Door middel van matig intensieve activiteiten, zoals wandelen, hardlopen, fietsen en zwemmen, is het mogelijk het energiegebruik aanzienlijk te vergroten, zonder dat snel een gevoel van vermoeidheid optreedt.

Literatuur

  1. Ainsworth, B. E., Haskell, W. L., Herrmann, S. D., Meckes, N., Bassett, D. R. Jr., Tudor-Locke, C., et al. (2011). Compendium of physical activities: A second update of codes and MET values. Medicine & Science in Sports & Exercise, 43(8), 1575–1581.CrossRefGoogle Scholar
  2. Gezondheidsraad (2015). Richtlijnen goede voeding. Den Haag: Gezondheidsraad.Google Scholar
  3. Gezondheidsraad (2017). Beweegrichtlijnen. Den Haag: Gezondheidsraad.Google Scholar
  4. Hall, K. D., et al. (2011). Quantification of the effect of energy imbalance on body weight. Lancet, 378, 826–837.CrossRefGoogle Scholar
  5. Katan, M. (2015). De wet van eraf en eraan. NRC, 6 juni 2015.Google Scholar
  6. Kemper, H. C. G. (2008). Physical activity in youth: Health implications for the future. In H. Hebestreit & Bar-Or, O. (Eds), The Young athlete (Chapter 10, pp. 127–140). Oxford: Blackwell Publishing.Google Scholar
  7. Kok, F. J. (2015). Human nutrition, a crunchy bite. Wageningen: Wageningen University.Google Scholar
  8. Mathus-Vliegen, L., & Hackmann, R. (1995). Aspecten van klinische voeding. Utrecht: Lemma.Google Scholar
  9. Montoye, H. J., Kemper, H. C. G., Saris, W. H. M., & Washburn, R. A. (1996). Measuring physical activity and energy expenditure. Champaign, IL: Human Kinetics.Google Scholar
  10. Post, G. B. (1994). Voeding en gezondheid. In: H. C. G. Kemper (Ed). Inleiding in de gezondheidkunde (pp. 182–196). Amsterdam: VU uitgeverij.Google Scholar
  11. Saris, W. H. M., & Pannemaus, D. L. E. (1992). Multidisciplinaire benadering van overgewicht. Nederlands Tijdschrift voor Diëtisten, 47(7), 158–163.Google Scholar
  12. Schoeller, D. A. (1990). How accurate is self-reported dietary energy intake? Nutrition Reviews, 48, 373–379.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  13. Sims, E. A. H., & Danforth, E. (1987). Expenditure and storage of energy in man. The Journal of Clinical Investigation, 79, 1019–1025.CrossRefPubMedPubMedCentralGoogle Scholar
  14. Tremblay, A., Plourde, G., Despres, J. P., & Bouchard, C. (1989). Impact of dietary fat content and fat oxidation on energy intake in humans. American Journal of Clinical Nutrition, 49, 799–805.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  15. Voedingscentrum (2016). De Schijf van Vijf. Den Haag: Voedingscentrum.Google Scholar
  16. Westerterp, K. R. (1991). Het meten van lichamelijke activiteit. Geneeskunde en Sport, 24(6), 176–177.Google Scholar
  17. Westerterp, K. R. (1999). Obesity and physical activity. International Journal of Obesity, 23(S1), 59–64.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  18. Westerterp, K. R. (2001). Pattern and intensity of physical activity. Nature, 410, 539.CrossRefPubMedGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum is een imprint van Springer Media B.V., onderdeel van Springer Nature 2018

Authors and Affiliations

  • H. C. G. Kemper
    • 1
  1. 1.Amsterdam Public Health Academic Research Institute, VUMC/AMC en VU/UVA AlliancesAmsterdamNederland

Personalised recommendations