Advertisement

Preventie

  • H. A. M. J. ten Have
  • R. H. J. ter Meulen
  • E. van Leeuwen
Part of the Quintessens book series (QUI)

Samenvatting

Ethische problemen bij preventie hebben te maken met een spanningsveld tussen het autonome individu, concrete andere individuen en de gemeenschap. Dit spanningsveld is zichtbaar in de verschillende morele argumenten waarmee preventieve activiteiten gerechtvaardigd worden: het tot stand brengen van gezondheidswinst voor het individu, het voorkomen van schade aan derden en het bevorderen van het algemeen belang, bijvoorbeeld volksgezondheid of kostenbesparing. Met name de ethische aspecten van drie vormen van preventie worden in dit hoofdstuk bekeken: bescherming tegen infectieziekten, vroege opsporing van ziekte en risico’s door middel van screening, en bevordering van een gezonde leefstijl. Vooral in het hedendaagse gezondheidsbeleid ligt de nadruk op gezondheidsvoorlichting en -opvoeding en op het belang van eigen verantwoordelijkheid voor de gezondheid. Ten slotte komt de actuele discussie over drugsverslaving aan de orde.

Ter verdere lezing

  1. J. Balint, S. Philpott, R. Baker, M. Strosberg (eds.): Ethics and epidemics. jai Press, Oxford/Amsterdam, 2006.Google Scholar
  2. R. Bayer, G.M. Oppenheimer (eds.): Confronting drug policy. Illicit drugs in a free society. Cambridge University Press, Cambridge (Mass.), 1993.Google Scholar
  3. L. van Buchem, M. van Reijen: Eigen verantwoordelijkheid. Een dubieus beroep in de hulpverlening. Nelissen, Baarn, 1984.Google Scholar
  4. D. Callahan: ‘Vervangende ziekte en het doel van preventie’. Tijdschrift voor Geneeskunde en Ethiek 1993; 3: p. 103–5.Google Scholar
  5. A. Dawson, M.Verweij (eds.): Ethics, prevention and public health. Oxford University Press, Oxford. 2007.Google Scholar
  6. R.S. Downie, C. Fyfe, A. Tannahill: Health promotion. Models and values. Oxford University Press, Oxford, 1990.Google Scholar
  7. R.E. Goodin: No smoking. University of Chicago Press, Chicago, 1989.Google Scholar
  8. S. Holland: Public health ethics. Polity Press, Cambridge (uk), 2007.Google Scholar
  9. K. Horstman, R. Houtepen: Worstelen met gezond leven. Ethiek in de preventie van hart- en vaatziekten. Uitgeverij Maklu / Het Spinhuis, Amsterdam, 2005.Google Scholar
  10. D. Husak: Legalize this!: The case for decriminalizing drugs. Verso, Londen, 2002.Google Scholar
  11. D.A.A. Mossel, e.a.: Gezondheid: wiens verantwoordelijkheid? Ethiek en voorkombare zieken. Ambo, Baarn, 1987.Google Scholar
  12. rivm: Volksgezondheid Toekomst Verkenning. National Kompas Volksgezondheid. Wat zijn ethische aspecten van preventie?; Bilthoven, 2007; http://www.rivm.nl/vtv/object_document/o6918n35878.html
  13. rvz: Goed patiëntschap. Meer verantwoordelijkheid voor de patiënt. Raad voor de Volksgezondheid & Zorg, Den Haag, 2007; http://www.rvz.net/data/download/Signalement_goed_patientschap.pdf
  14. D. Wikler: ‘Personal Responsibility for Illness’. In: D. Vandeveer, T. Regan (eds.): Health Care Ethics. Temple University Press, Philadelphia (pa), 1987: p. 326–58.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Uitgeverij, Houten 2009

Authors and Affiliations

  • H. A. M. J. ten Have
  • R. H. J. ter Meulen
  • E. van Leeuwen

There are no affiliations available

Personalised recommendations