Advertisement

Uithuisplaatsing en de persoon van de gezinsvoogd

  • Arne Theunissen

Abstract

In 1874 werd Mary Ellen Wilson geboren in New York. In die tijd was er nog geen kinderbescherming en waren kinderen voor hun bescherming dus afhankelijk van hun ouders. Mary Ellen werd echter door haar ouders stelselmatig mishandeld en verwaarloosd. Tegen wil en dank vormde zij de aanleiding om een van de eerste instellingen voor kinderbescherming op te richten in de Verenigde Staten, namelijk de New York Society for the Prevention of Cruelty to Children. Dit is een van de instellingen die in 1877 de American Humane werden, een organisatie ter bescherming van kinderen en dieren. Of het nu door de inspanningen van haar beschermers kwam of niet, Mary Ellen kwam ondanks haar slechte start goed terecht. Zij trouwde toen zij 24 jaar was, kreeg twee dochters en nam zelfs een pleegdochter op in haar gezin. Alle drie de kinderen bleken terug te kijken op een goede jeugd en ze roemden de zachtaardigheid van hun moeder. Mary werd 92 jaar (www.americanhumane.org).

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

Literatuur

  1. Ajzen, I. & Fishbein, M. (1980). Understanding attitudes and predicting social behavior. New Jersey: Prentice-Hall.Google Scholar
  2. Bruyn, E.E.J. de, Linden, F. Van Der & Jansen, M. (1989). Verwijs- en opnamecriteria bij uithuisplaatsing en opname van jongeren in een residentiële voorziening. Tijdschrift voor Orthopedagogiek, 25, 128–143.Google Scholar
  3. Bij, I., Van Der & Dane, J. (2006). Honderd jaar kinderbescherming: uitgave ter gelegenheid van het jubileum van de Raad voor de Kinderbescherming en de Kinderwetten (1905–2005). Amsterdam: SWP.Google Scholar
  4. Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam (2007). Jaarverslag 2006 . Geraadpleegd op 16 september 2009 ( http://www.bjaa.nl/documents/jaarverslag_2006.pdf).
  5. Dam, C. van & Haaf, N. ten (1999). Besluitvorming bij uithuisplaatsing. Een evaluatieonderzoek naar het functioneren van een instrument om de kwaliteit van besluitvorming rond uithuisplaatsing te verbeteren. Utrecht: SWP.Google Scholar
  6. Damen, S., Kef, S., Worm, M., Schuengel, C. & Janssen, M. J. (2008). The effect of contact on the quality of interaction between persons with visual & intellectual disabilities & their caregivers. Journal of Intellectual Disability Research, 52, 772.Google Scholar
  7. Dozier, M., Cue, K.L. & Barnett, L. (1994). Clinicans as caregivers: Role of attachment organization in treatment. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 62, 793–800.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  8. IJzendoorn, M.H. van & Bakermans-Kranenburg, M.J. (1996). Attachment representations in mothers, fathers, adolescents, and clinical groups: A meta-analytic search for normative data. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 64, 8–21.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  9. Inspectie Jeugdzorg (2005). Onderzoek naar de kwaliteit van het hulpverleningsproces aan S. Utrecht: Inspectie Jeugdzorg.Google Scholar
  10. Knorth, E.J. (1995). Besluitvorming over uithuisplaatsing in de jeugdzorg. Kind en Adolescent, 16, 64–87.Google Scholar
  11. Knot-Dickscheit, J. & Lokven, H.M. van (2005). Onderzoek naar de psychosociale achtergrondsituatie van jongeren met een ondertoezichtstelling en het ouder- en gezinsfunctioneren. T dschrift voor orthopedagogiek, 44 (4), 159–169.Google Scholar
  12. Rossum, A. van (2006). De invloed van attituden van de gezinsvoogd op de besluitvorming bij uithuisplaatsing tijdens ondertoezichtstelling. M-these Orthopedagogiek. Amsterdam: VU.Google Scholar
  13. Scholte, E.M. (1993). Basisdiagnostiek in de psychosociale jeugdhulpverlening II: gebruik van de VSPS in de gezinsvoogdij. Tijdschrift voor Orthopedagogiek, 32, 334–350.Google Scholar
  14. Schuengel, C. (1997, 1999). Gehechtheids Biografisch Interview, beknopte versie. (Nederlandse vertaling en bewerking van: Adult Attachment Interview, 1996). Leiden: Rijksuniversiteit Leiden, Algemene Pedagogiek.Google Scholar
  15. Schreuder Peters, R.P.I.J. (2000). Methoden & technieken van onderzoek. Schoonhoven: Academic Service.Google Scholar
  16. Slot, N.W., Theunissen, A., Esmeijer, F.J. & Duivenvoorden, Y. (2002). 909 Zorgen. Een onderzoek naar de doelmatigheid van de ondertoezichtstelling. Amsterdam: VU, Faculteit der Psychologie en Pedagogiek, afdeling Orthopedagogiek.Google Scholar
  17. Slot, N.W., Braak, J.J. Van Den & Theunissen, A. (2004). Slechter af in de stad. Waarom worden er in de stad Amsterdam meer OTS’en uitgesproken dan elders? Duivendrecht: PI Research.Google Scholar
  18. Zegers, M. (2007). Attachment among institutionalized adolescents. Nijmegen: Zegers.Google Scholar
  19. Zegers, M., Schuengel, C., Janssens, J. & IJzendoorn, MH. van (2006). Attachment representations of institutionalized adolescents and their professional caregivers: Predicting the development of therapeutic relationships. American Journal of Orthopsychiatry, 76 (3), 325–334.PubMedCrossRefGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Uitgeverij 2009

Authors and Affiliations

  • Arne Theunissen

There are no affiliations available

Personalised recommendations