Advertisement

Wanneer overmatige angst niet berust op een angststoornis

  • Frits Boer

Abstract

Angst is een van de elementaire emoties en, zoals elke emotie, in principe nuttig. Soms kan angst echter overmatig zijn en in plaats van een vriend een vijand worden. Wanneer bij een psychische stoornis angst het meest in het oog lopende symptoom is, spreken we van een angststoornis . Daarbij worden enkele typen onderscheiden. Overmatige angst beperkt zich echter niet tot de angststoornissen. Ook bij veel andere psychische stoornissen, misschien wel de meerderheid, kan sprake zijn van overmatige tot extreme angst. In dit hoofdstuk houden wij ons met vormen van angst bezig voor zover zij voorkomen bij kinderen en adolescenten. Daarbij staat de vraag centraal in hoeverre de kennis die wij ontlenen aan de bestudering van de angst bij angststoornissen ook behulpzaam kan zijn bij het begrijpen en behandelen van overmatige angst in een ander verband.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

Literatuur

  1. APA (1980). Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (3rd ed.). Washington DC: American Psychiatric Association.Google Scholar
  2. APA (1987). Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (3rd ed., revised). Washington DC: American Psychiatric Association.Google Scholar
  3. Boer, F. (2006). Angststoornissen. In: T. Doreleijers, F. Boer, J. Huisman, R. Vermeiren & E. de Haan (red.), Leerboek psychiatrie kinderen en adolescenten (pp. 299–312). Utrecht: De Tijdstroom.Google Scholar
  4. Eisenberg N., Spinrad T.L., Fabes R.A., Reiser M., Cumberland A., Shepard S.A. et al. (2004). The relations of effortful control and impulsivity to children’s resiliency and adjustment. Child Development, 75, 25–46.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  5. Frijda, N.H. (1988). De emoties. Amsterdam: Bert Bakker.Google Scholar
  6. Gaag, R.J. Van Der & Gevers, C. (2005). Multiple Complex Developmental Disorders (MCDD): een complexe klinische realiteit in grensstreken van de classificaties. In: A.H. Schene, F. Boer, T.J. Heeren, J.P.C. Jaspers, B. Sabbe & J. van Weeghel (red.), Jaarboek voor psychiatrie en psychotherapie, 2005–2006. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.Google Scholar
  7. Grandin, T. (1992). Calming effects of deep touch pressure in patients with autistic disorder, college students, and animals. Journal of Child and Adolescent Psychopharmacology, 2, 63–72.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  8. Haan, L. de & Becker, H. (2006). Psychosen. In: T. Doreleijers, F. Boer, J. Huisman, R. Vermeiren & E. de Haan (red.), Leerboek psychiatrie kinderen en adolescenten (pp. 385–394). Utrecht: De Tijdstroom.Google Scholar
  9. Meaney, M.J. (2001). Maternal care, gene expression, and the transmission of individual differences in stress reactivity across generations. Annual Review of Neuroscience, 24, 1161–1192.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  10. Salemink, E., Rijkeboer, M., Hout, M. Van Den & Kindt, M. (2008) Angst en vertekening in de informatieverwerking. De Psycholoog, 43, 130–135.Google Scholar
  11. Sorce, J., Emde, R. & Klinnert, M. (1985). Maternal emotional signalling: Its effects on the visual cliff behavior of 1-year-olds. Developmental Psychology, 21, 195–200.CrossRefGoogle Scholar
  12. Thomas, K.M., Drevets, W.C., Dahl, R.E., Ryan, N.D., Birmaher, B., Eccard, C.H., Axelson, D., Whalen, P.J. & Casey, B.J. (2001). Amygdala response to fearful faces in anxious and depressed children. Archives of General Psychiatry, 58, 1057–1063.PubMedCrossRefGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Uitgeverij 2009

Authors and Affiliations

  • Frits Boer

There are no affiliations available

Personalised recommendations