Advertisement

Gruppenisolierung, Kirchlichkeit und Religiosität: das niederländische Beispiel

  • Josef J. Poeisz
Chapter
  • 35 Downloads
Part of the Internationales Jahrbuch für Religionssoziologie / International Yearbook for the Sociology of Religion book series (IJS, volume 1)

Zusammenfassung

Ein typisches Kennzeichen der niederländischen Gesellschaft ist die relative Isolierung, in der sich die verschiedenen Kirchen befinden. Diese Isolierung wird in ihrer Vielfalt von Vereinen, Organisationen und Institutionen auf weltanschaulicher Grundlage häufig als „verzuiling” („Versäulung”) bezeichnet. Einige Autoren haben insbesondere die Gruppenisolierung der niederländischen Katholiken einer soziologischen Analyse unterzogen und weisen auf den historischen Zusammenhang hin, innerhalb dessen das Entstehen dieser Isolierung begreiflich wird. Sie weisen in diesem Zusammenhang auch auf das Phänomen des größeren religiösen Elans der niederländischen Katholiken im Vergleich zu dem ihrer Glaubensgenossen im Ausland hin. Sie erklären dies aus der besonderen historischen Stellung der niederländischen Katholiken.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

Referenzen

  1. 1.
    R. R. Post, Kerkelijke verhoudingen in Nederland voor de Reformatie van 150c) tot 1580, Utrecht 1954; L. J. Rogier, Geschiedenis van het Katholicisme in NoordNederland in de 16e en 17e eeuw. Amsterdam 1945–46, 2 Bände.Google Scholar
  2. 2.
    F. van Heek, Het geboorteniveau der Nederlandse Rooms-Katholieken. Een demografisch-sociologische studie van een geemancipeerde minderheidsgroep, Leiden 1954, S. 116.Google Scholar
  3. 3.
    A. G. Weiler; O. J. de Jong; L. J. Rogier; C. W. Monnich, Geschiedenis van de Kerk in Nederland, Utrecht 1962, S. 190.Google Scholar
  4. 4.
    W. Goddijn, Katholieke minderheid en protestantse dominant. Sociologische nawerking van de historische relatie tussen Katholieken en Protestanten in Nederland en in het bijzonder in Friesland, Assen 1957, S. 17–20.Google Scholar
  5. 5.
    ebda., S. 52–53.Google Scholar
  6. 6.
    van Heek, a. a. O., S. 122.Google Scholar
  7. 7.
    ebda., S. 123–124.Google Scholar
  8. 8.
    Goddijn, a. a. O., S. 51.Google Scholar
  9. 9.
    van Heek, a. a. O., S. 125–126. Google Scholar
  10. 10.
    ebda., S. 130.Google Scholar
  11. 11.
    Vgl. J. P. Kruijt, W. Goddijn, Verzuiling en ontzuiling als sociologisch proces, in: Drift en Koers. Een halve eeuw sociale verandering in Nederland, Assen 1962, 2. Aufl. S. 237–246; deutsche Übersetzung, in: J. Matthes (Hg.) Soziologie und Gesellschaft in den Niederlanden, Neuwied 1965.Google Scholar
  12. 12.
    Centraal Bureau voor de Statistiek, Vrijetijdsbesteding in Nederland, Winter 1955/56. Band 5: Verenigingsleven, Zeist 1957, S. 25, Tabelle 23.Google Scholar
  13. 13.
    A. K. Constandse, Sociale hierarchie in Kamerik, in: Mens en Maatschappij, 29. Jahrgang (1Q54) S 292–307, 342–362.Google Scholar
  14. 14.
    A. K. Constandse, Acquaintanceships of Farmers in a Newly Colonized Area, in: Social Compass, 6. Jg. (1958/59), S. 2, 69–76.Google Scholar
  15. 15.
    G. Kuiper, Mobiliteit in de sociale en beroepshierarchie. Een sociografisch onderzoek te Zwolle, Assen 1954, S. 62–64.Google Scholar
  16. 10.
    J.J. Poeisz, Diaspora in beweging. Een sociografische en sociologische analyse van de katholieke diasporabevolking in enkele gebieden van het diocees Rotterdam. Bericht Nr. 281 des Katholiek Sociaal-Kerkelijk Instituut, Den Haag 1962. S. 68.Google Scholar
  17. 17.
    Poeisz, Groepsisolement, godsdienstigheid en kerksheid. Een onderzoek naar het religieuze gedrag van de zeeuwse diaspora. Bericht Nr. 297 des Katholiek SociaalKerkelijk Instituut. Erscheint in Kürze.Google Scholar
  18. 18.
    R. Köster, Die Kirchentreuen. Erfahrungen und Ergebnisse einer soziologischen Untersuchung in einer großstädtischen evangelischen Kirchengemeinde. Stuttgart 1959, S. 6 und 8 ff.Google Scholar
  19. 19.
    van Heek, Het geboorteniveau ..., a. a. O., S. 164–182.Google Scholar
  20. 20.
    Goddijn, a. a. O., S. 174–179.Google Scholar
  21. 21.
    Kruijt, Mentaliteitsverschillen in een yolk in verband met godsdienstige verschillen, in: Mens en Maatschappij, 18. Jg. (1943), S. 5–8. Vgl. die deutsche Übersetzung in Matthes, a. a. O.Google Scholar
  22. 22.
    G. Kruyer, Augustinusga. Enkele indrukken van een gereformeerd geloofsleven, in: Mens en Maatschappij, 22. Jg. (1947), S. 161.Google Scholar
  23. 23.
    F. Grünfeld, Veenzicht. Leven in een na-oorlogse woonwijk. Verslag van een sociologisch onderzoek, uitgevoerd in opdracht van de gemeentelijke dienst voor sociale zaken te Rotterdam, 1957, S. 67–68.Google Scholar
  24. 24.
    /. Gadourek, A Dutch Community. Social and Cultural Structure and Process in a Bulb-growing Region in the Netherlands. Groningen 1961. S. 1o4; ders., De bloembollenstreek, in: Handboek Pastorale Sociologie, hg. von W. Banning, Den Haag 1953, 6. Bd., S.199, 202 ff.Google Scholar
  25. 25.
    Poeisz, a. a. O. (1964).Google Scholar
  26. 26.
    Tan Oei Han, Het vereinigingsleven in de Noordoostpolder, Amsterdam 1958, S. 35. A. K. Constandse, Het dorp in de IJsselmeerpolders, Zwolle1960, S. 182. J. Jukema, Het kerkelijk leven in de Noordoostpolder, Zwolle 1959, S. 28 ff.Google Scholar
  27. 27.
    Goddijn, a. a. O., S. 204 ff.Google Scholar
  28. 28.
    Poeisz, De pastorale betekenis van het katholiek verenigingsleven. Een godsdienst-sociologisch onderzoek in een middelgrote stad in N. O. Nederland. Bericht 227 des Katholiek Sociaal-Kerkelijk Instituut, Den Haag 1959. S. 78–90.Google Scholar
  29. 29.
    T. B. Bottomore, Religion and Morality, in: A Guide to Problems and Literature, London 1962, S. 231.Google Scholar
  30. 30.
    Lenski, The Religious Factor. A Sociological Study of Religion„s Impact on Politics, Economics and Family Life. Rev. Edition, New York 1963, S. 56–57.Google Scholar
  31. 31.
    Ch. Y. Glock, The Religious Revival in America, in: Religion and the Face of America, New York 1958, S. 25–42.Google Scholar
  32. 32.
    Vgl. u. a. O. Schreuder, Kirche im Vorort. Soziologische Erkundung einer Pfarrei, Freiburg 1962, S. 511, und Köster, a. a. O.Google Scholar
  33. 33.
    Vgl. Poeisz, Groepsisolement, godsdienstigheid en kerksheid, a. a. O.Google Scholar

Copyright information

© Westdeutscher Verlag Köln und Opladen 1965

Authors and Affiliations

  • Josef J. Poeisz

There are no affiliations available

Personalised recommendations