Advertisement

Die Anerkennung und Entwicklung der Kommunikationswissenschaft in den Niederlanden

  • Joan HemelsEmail author
Chapter
Part of the Medien • Kultur • Kommunikation book series (MKK)

Zusammenfassung

Dieser Beitrag befasst sich mit der Entwicklung der Kommunikationswissenschaft in den Niederlanden. Der Fokus liegt auf der Universität Amsterdam von der Epoche Baschwitz zur Epoche McQuail sowie der Universität Nijmegen seit 1950. Die Institutionalisierung einer eigenständigen Kommunikationswissenschaft war in den Niederlanden nicht einfach und hatte mit zahlreichen (wissenschafts-)politischen Hindernissen zu kämpfen. Erste Impulse kamen von der Zeitungswissenschaft im Nachbarland Deutschland; ab den 1980er Jahren spätestens prägte sich eine deutlich anglofon betonte Orientierung aus. Dieser Artikel geht sowohl auf die Akteure der Institutionalisierung als auch auf strukturelle Begrenzungen, Hindernisse und Chancen ein.

Abstract

This article deals with the development of Communication Studies in the Netherlands, especially at the University of Amsterdam, beginning with Kurt Baschwitz in the 1930s to Denis McQuail in the 1980s, and the University in Nijmegen after 1950. Communication Science had to cover a long way in order to reach the official position of an academic field of research, not the least because for Decades the development of this new branch of university studies had been more or less hindered by restrictive administrative policies within the universities and on the part of successive ministers of Education and Sciences. In a first phase, Dutch communication research still got important impulses from the German Press Studies, whereas from the 1980s up till now, Communication Science, as a recognized social science at five universities is characterized by strong internationalization, albeit with a special orientation towards the English-speaking scholarly community. This contribution is referring to early and present-day protagonists as well as to structural constraints of the institutionalization process.

Literatur

  1. Anschlag, D. (1990). Wegbereiter im Exil. Kurt Baschwitz: Journalist und Zeitungswissenschaftler. Mit einem Vorwort von Joan Hemels. Journal für Publizistik & Kommunikation, Exkurse 4. Google Scholar
  2. Arts, K., Hollander, E., Renckstorf, K., & Verschuren, P. (1990). Grootschalig onderzoek naar media-uitrusting, media-exposure en mediagebruik in Nederland in 1989. Nijmegen: Instituut voor Toegepaste Sociale Wetenschappen (ITS).Google Scholar
  3. ASCoR. (1999). The Amsterdam School of communications research. Annual report, September 1997-December 1998. Amsterdam: ASCoR, Universiteit van Amsterdam.Google Scholar
  4. ASCoR. (2007). The Amsterdam School of communications research. Annual report 2006. Amsterdam: ASCoR, Universiteit van Amsterdam.Google Scholar
  5. ASCoR. (2013). The Amsterdam School of communication research. Annual report 2012. Amsterdam: ASCoR, Universiteit van Amsterdam.Google Scholar
  6. ASCoR. (2014). The Amsterdam School of communication research. Annual report 2013. Amsterdam: ASCoR, Universiteit van Amsterdam.Google Scholar
  7. Averbeck-Lietz, S. (2010). Kommunikationswissenschaft in Frankreich. Der epistemologische Diskurs der Sciences de l’information et de la communication 1975–2005. Berlin: Avinus.Google Scholar
  8. Bak, P. (2013). Gedonder in de sociale. Vijftig jaar sociaal-culturele wetenschappen aan de Vrije Universiteit 1963–2013, Bd. 14.  Zoetermeer: Uitgeverij Meinema (Reihe ’Historische Reeks VU‘).Google Scholar
  9. Baschwitz, K. (1940 [1949]). De krant door alle tijden. Amsterdam: Keesing.Google Scholar
  10. Bohrmann, H. (2006a). Kommunikations- und Mediengeschichte. In C. Holtz-Bacha, A. Kutsch, W. R. Langenbucher, & K. Schönbach (Hrsg.), 50 Jahre Publizistik (S. 290–300). Wiesbaden: VS Verlag.Google Scholar
  11. Bohrmann, H. (2006b). Der Markt der publizistik- und kommunikationswissenschaftlichen Zeitschriften. In C. Holtz-Bacha, A. Kutsch, W. R. Langenbucher, & K. Schönbach (Hrsg.), 50 Jahre Publizistik (S. 33–46). Wiesbaden: VS Verlag.Google Scholar
  12. Brouwer, M. (1964). Mass communication and the social sciences. Some neglected areas. In L. A. Dexter & D. M. White (Hrsg.), People, society, and mass communications (S. 559–579). New York: Free Press.Google Scholar
  13. Brouwer, M. (1968). Stereotypen als folklore Vinkeveen: Uitgeverij Fringilla, Dissertation Universiteit van Amsterdam.Google Scholar
  14. Brouwer, M. (1992). Het eigen volk. Iets over de ‚roots‘ van politieke psychologie & iets over de politieke psychologie van ‚roots‘. In M. Brouwer & L. Jacobs (Hrsg.), Onuitgesproken redes. Met een voorwoord van dr. Richter Roegholt (S. 5–32). Amsterdam: Gieben.Google Scholar
  15. Brouwer, M. (1998). Kurt Baschwitz. Een weldenkend geleerde. In J. Goudsblom, P. de Rooy, & J. Wieten (Hrsg.), In de zevende. De eerste lichting hoogleraren aan de Politiek-Sociale Faculteit in Amsterdam (S. 24–36). Amsterdam: Uitgeverij Het Spinhuis.Google Scholar
  16. Cuilenburg, J. van, & Zwier, S. (Hrsg.). (1998). Proceedings of the ASCoR opening conference 1997. Amsterdam: The Amsterdam School of Communications Research (ASCoR)/Het Spinhuis.Google Scholar
  17. Cuilenburg, J. van (1998). Access and diversity in communications and information: Some remarks on communications policy in the information age. In J. van Cuilenburg & S. Zwier (Hrsg.), Proceedings of the ASCoR opening conference 1997 (S. 69–82). Amsterdam: The Amsterdam School of Communications Research (ASCoR)/Het Spinhuis.Google Scholar
  18. Cuilenburg, J. van, Scholten, O., & Noomen, W. (G.W.) (1996). Communicatiewetenschap. Bussum: Uitgeverij Coutinho.Google Scholar
  19. Cuilenburg, J. van, Neijens, P. C., & Scholten, O. (Hrsg.). (2000). Media in overvloed. (Boekaflevering bij Mens & Maatschappij 1999). Amsterdam: Amsterdam University Press.Google Scholar
  20. Dovifat, E. (1966). Kurt Baschwitz 80 Jahre (mit einer Bibliographie der selbständigen Veröffentlichungen von K. Baschwitz). Publizistik, 11(1), 67–69.Google Scholar
  21. Dovifat, E. (1968). Kurt Baschwitz †. Publizistik, 13(4), 372–373.Google Scholar
  22. Duynstee, F. J. F. M., et al. (1968). Massamedia en politiek. 24 essays ter nagedachtenis aan prof. mr. Leo Gerhard Anton Schlichting. Utrecht: Ambo.Google Scholar
  23. Fernández-Quijada, D. (2014). A golden decade. Exploring internationalization in Nordic communication research. Nordicom Review, 35(1), 135–152.CrossRefGoogle Scholar
  24. Frissen, V. (1992). Veelkijken als sociaal handelen. Een empirisch onderzoek naar het verschijnsel veel televisiekijken in Nederland. Dissertation Katholieke Universiteit Nijmegen. Nijmegen: Instituut voor Toegepaste Sociale Wetenschappen (ITS).Google Scholar
  25. Hemels, J. (1972). De journalistieke eierdans. Over vakopleiding en massacommunicatie. Assen: Koninklijke Van Gorcum & Comp.Google Scholar
  26. Hemels, J. (1982). Massamedia als medespelers. Toegang tot het studieveld van de massacommunicatie. Utrecht/Antwerpen: Uitgeverij het Spectrum (Reihe: ‚Aula Paperback‘, Nr. 74).Google Scholar
  27. Hemels, J. (1990). Henk Prakke und die Entwicklung der historischen Kommunikationsforschung in den Niederlanden. Ein Glückwunsch zur Vollendung seines 90. Lebensjahres. Publizistik, 32(2), 147–161.Google Scholar
  28. Hemels, J. (Hrsg.). (1993). Kwartiermakers voor communicatiegeschiedenis. Een hommage aan dr. Maarten Schneider bij gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag. Amsterdam: Otto Cramwinckel Uitgever.Google Scholar
  29. Hemels, J. (1999). Maarten Schneider, Keulen 31 maart 1913‘s-Gravenhage 25 april 1998. Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden, 1997–1998, 151–160.Google Scholar
  30. Hemels, J. (1999/2000). Hendericus Johannes Prakke. Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden 1999/2000,  110–128.Google Scholar
  31. Hemels, J. (2010). Een journalistiek geheim ontsluierd. De Dubbelmonarchie en een geval van dubbele moraal in de Eerste Wereldoorlog. Met bijdragen van E. van Bochove, S. de Boer, H. van der Meulen, J. de Ridder, G. Schöttler, M. Schmolke en K. Schönbach. Met een curriculum vitae van J. M. H. J. Hemels en een bibliografie van zijn publicaties onder eindredactie van Jan van de Voort. Apeldoorn: Spinhuis Uitgevers.Google Scholar
  32. Hemels, J. (2011). Evert Diemer (1911–1997). In G. Harinck (Hrsg.), Mijn protestant. Persoonlijke ontmoetingen (S. 60–62). Amsterdam: Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme (1800-heden).Google Scholar
  33. Hemels, J., Kutsch, A., & Schmolke, M. (Hrsg.). (2000). Entgrenzungen. Erinnerungen an Henk Prakke. Mit einer Bibliografie. Assen: Van Gorcum.Google Scholar
  34. Hendriks Vettehen, P. (1998). Conceptualisering en operationalisering van het begrip “motief” in uses & gratifications onderzoek. Dissertation Katholieke Universiteit Nijmegen. Nijmegen: Instituut voor Sociale Wetenschappen (ITS).Google Scholar
  35. Hendriks Vettehen, P., Need, Y., Renckstorf, K., Snippenburg, L. van, & Vos, B. de. (1995). Media use in the Netherlands 1994. Documentation of a national survey. Nijmegen: Instituut voor Sociale Wetenschappen (ITS).Google Scholar
  36. Hermans, L. (2000). Beroepsmatig handelen van journalisten. Een kwalitatief onderzoek bij een televisienieuwsredactie. Dissertation Katholieke Universiteit Nijmegen. Amsterdam: Thela Thesis.Google Scholar
  37. Herpolsheimer, R., & Urban, R. (1982). Publizistik als liberaler Markt: Hendricus Prakke (*1900). Journal für Publizistik & Kommunikation, 1, 45–53.Google Scholar
  38. Hesling, W., & Van Poecke, L. (Hrsg.). (1985). Communicatie: Van teken tot medium. Liber amicorum professor J. M. Peters. Leuven: Universitaire Pers.Google Scholar
  39. Huysmans, F. (2001). Mediagebruik en de temporele organisatie van het dagelijks leven in huishoudens. Dissertation Katholieke Universiteit Nijmegen. Amsterdam: Thela Thesis.Google Scholar
  40. Katz, E., & Lazarsfeld, P. F. (1955). Personal influence. The part played by the people in the flow of mass communication. New York: Free Press.Google Scholar
  41. Klein, P. (2007). Henk Prakke en de functionele publicistiek. Henk Prakke und die funktionale Publizistik. Über die Entgrenzung der Publizistik – zur Kommunikationswissenschaft. Assen: Koninklijke Van Gorcum.Google Scholar
  42. Kleinnijenhuis, J. (1994). Methodologie van de communicatiewetenschap. In F. van Raaij, G. Schuijt, J. Stappers, J. Wieten, C. van Woerkum, & C. van der Linden (Hrsg.), Communicatie en informatie. Een stand van zaken (S. 60–88). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.Google Scholar
  43. Koning, R., Jacobs, H.-J., Hendriks Vettehen, P., Renckstorf, K., & Beentjes, H. (2005). Media use in the Netherlands 2004. Documentation of a national survey. Nijmegen: Instituut voor Sociale Wetenschappen (ITS).Google Scholar
  44. Kutsch, A. (2006). Verdrängte Vergangenheit. Darstellungstechniken und Deutungen der Fachgeschichte im „Dritten Reich“ in den Personalien der „Publizistik“. In C. Holtz-Bacha, A. Kutsch, W. R. Langenbucher, & K. Schönbach (Hrsg.), Fünfzig Jahre Publizistik (S. 73–112). Wiesbaden: VS Verlag.Google Scholar
  45. Kutsch, A., & Pöttker, H. (Hrsg.). (1997). Kommunikationswissenschaft – autobiographisch. Zur Entwicklung einer Wissenschaft in Deutschland. Wiesbaden: Westdeutscher Verlag.Google Scholar
  46. Kutsch, A., Averbeck-Lietz, S., & Eickmans, H. (Hrsg.). (2014). Kommunikation über Grenzen. Studien deutschsprachiger Kommunikationswissenschaftler zu Ehren von Prof. Dr. Joan Hemels. Berlin: LIT.Google Scholar
  47. Lerg, W. B. (1980). Publizistik in Münster. In H. Dollinger (Hrsg.), Die Universität Münster 1780–1980 (S. 337–338). Münster: Aschendorff.Google Scholar
  48. Linden, C. van der, Hollander, E., & Vergeer, M. (1994). Recent onderzoek naar en theorievorming over kleinschalige massacommunicatie. In F. van Raaij, G. Schuijt, J. Stappers, J. Wieten, C. van Woerkum, & C. van der Linden (Hrsg.), Communicatie en informatie. Een stand van zaken (S. 89–106). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.Google Scholar
  49. Löblich, M. (2010). Die empirisch-sozialwissenschaftliche Wende in der Publizistik- und Kommunikationswissenschaft. Köln: Halem.Google Scholar
  50. Löblich, M., & Scheu, A. M. (2011). Writing the history of communication studies: A sociology of science approach. Communication Theory, 21(1), 1–22.CrossRefGoogle Scholar
  51. Maletzke, G. (1963). Psychologie der Massenkommunikation. Theorie und Systematik. Hamburg: Hans Bredow-Institut.Google Scholar
  52. Maletzke, G. (1967). Publizistikwissenschaft zwischen Geistes- und Sozialwissenschaften. Zum Standort der Wissenschaft von der öffentlichen Kommunikation. Berlin: Spiess.Google Scholar
  53. McQuail, D. (1978). The historicity of a science of mass media. Time, place, circumstances and the effects of mass communication (Inaugural Lecture Universiteit van Amsterdam).Google Scholar
  54. McQuail, D. (1983). Mass communication theory. An introduction. London: Sage Publications.Google Scholar
  55. McQuail, D. (2002). McQuail’s reader in mass communication. London: Sage Publications.Google Scholar
  56. McQuail, D. (2010). McQuail’s mass communication theory. London: Sage Publications.Google Scholar
  57. Meyen, M. (2014). Joan Hemels: ‚Ich habe immer versucht zu vermitteln‘. In M. Meyen & T. Wiedemann (Hrsg.), Biografisches Lexikon der Kommunikationswissenschaft. Köln: Halem. http://blexkom.halemverlag.de/vermitteln/. Zugegriffen: 22. Juli 2014.
  58. Meyen, M., & Löblich, M. (Hrsg.). (2006). Klassiker der Kommunikationswissenschaft. Fach- und Theoriegeschichte in Deutschland. Konstanz: UVK.Google Scholar
  59. N.N. (1986). Communicatiewetenschap. (Broschüre der) „Subfaculteit der Algemene Politieke en Sociale Wetenschappen“ (Universiteit van Amsterdam).Google Scholar
  60. Prakke, H. (1971). Towards a philosophy of publicistics. Center for the Advanced Study of Communication 1. (Occasional Paper).Google Scholar
  61. Prakke, H. (1982). Woord vooraf. In J. Hemels Massamedia als medespelers. Toegang tot het studieveld van de massacommunicatie (S. 7–9). Utrecht: Uitgeverij Het Spectrum.Google Scholar
  62. Renckstorf, K., & Wester, F. (2001). The ‘media use as social action’ approach: Theory, methodology, and research evidence so far. Communications, 26(4), 389–419.CrossRefGoogle Scholar
  63. Renckstorf, K., McQuail, D., & Jankowski, N. (Hrsg.). (1996). Media use as social action. A European approach to audience studies. London: Libbey.Google Scholar
  64. Samkalden, H. (1932). Publieke meening, pers en staat. Een bijdrage tot de sociologie van het dagbladwezen. Dissertation Rijksuniversiteit Leiden. Leiden: Ginsberg.Google Scholar
  65. Schaap, G. (Hrsg.). (2009). Interpreting television news. Berlin: Mouton de Gruyter.Google Scholar
  66. Schmolke, M. (2010). (Rezension von) Maria Löblich (2010). Die empirisch-sozialwissenschaftliche Wende in der Publizistik- und Kommunikationswissenschaft. Publizistik, 55(3), 320–323.Google Scholar
  67. Schreuder, O. (1998). Proeven van eigen cultuur. Vijfenzeventig jaar Katholieke Universiteit Nijmegen 1923–1998. Deel 2: 1960–1998. Nijmegen: Valkhof Pers.Google Scholar
  68. Schreuder, O. (2003). Argonauten aan de Waal. Sociologen en het gulden vlies. Nijmegen: Valkhof Pers.Google Scholar
  69. Schulz, P. J., Hartung, U., & Keller, S. (Hrsg.). (2009). Identität und Vielfalt der Kommunikationswissenschaft. Konstanz: UVK.Google Scholar
  70. Stappers, J. G. (1966). Publicistiek en communicatiemodellen. Dissertation Katholieke Universiteit Nijmegen. Nijmegen: Drukkerij Busser.Google Scholar
  71. Stappers, J. (1984a). De eigen aard van televisie. Tien stellingen over cultivatie en culturele indicatoren. Massacommunicatie, 12(5–6), 249–258.Google Scholar
  72. Stappers, J. (1984b). Cultural indicators: A possible source of confusion. In G. Melischek, K. E. Rosengren, & J. G. Stappers (Hrsg.), Cultural indicators, an international symposium (S. 105–110). Wien: Akademie der Wissenschaften.Google Scholar
  73. Tinbergen, M. (2014). Kleuters eindelijk aan de wortels. (Interview mit Moniek Buijzen) Radboud Magazine, 40(17).Google Scholar
  74. Versluys, N. J. D. (1936). Journalistiek en wetenschap. Een studie van de betrekkingen tusschen journalistiek en sociale wetenschap. Amsterdam: Uitgeverij H. J. Paris.Google Scholar
  75. Vroons, E. (2005). Communication studies in Europe. A sketch of the situation around 1955. Gazette, 67(6), 495–522 (Special issue 50th anniversary of Gazette).Google Scholar
  76. Wester, F. (1995). Strategieën voor kwalitatief onderzoek. Muiderberg: Coutinho.Google Scholar
  77. Wieten, J. (2005). Kurt Baschwitz and the founding of Gazette. Gazette, 67(6), 523–530 (Special issue 50th anniversary of Gazette).Google Scholar
  78. Wilke, J. (2006). Von der „entstehenden“ zur „etablierten“ Wissenschaft. Die institutionelle Entwicklung der Kommunikationswissenschaft als universitäre Disziplin. In C. Holtz-Bacha, A. Kutsch, W. R. Langenbucher, & K. Schönbach (Hrsg.), Fünfzig Jahre Publizistik (S. 317–338). Wiesbaden: VS Verlag.Google Scholar

Copyright information

© Springer Fachmedien Wiesbaden GmbH 2017

Authors and Affiliations

  1. 1.AmsterdamNiederlande

Personalised recommendations