Advertisement

Functions of Electronic Monitoring: I to W

  • Tom DaemsEmail author
Chapter

Abstract

This chapter adopts the ‘Nagel’-approach that was introduced in Chapter  1 and it continues and concludes the exploration of the functions of electronic monitoring, which was started in Chapter  2. Ten different functions are being discussed: incapacitation, profit maximalisation, protection of victims, reintegration, responsabilisation, restoration, tackling overcrowding, transcarceration, verification and widening the net.

Keywords

Electronic monitoring Incapacitation Profit maximalisation Protection of victims Reintegration Responsabilisation Restoration Tackling overcrowding Transcarceration Verification Widening the net 

References

  1. Austin, J., & Krisberg, B. (1981). Wider, stronger, and different nets: The dialectics of criminal justice reform. Journal of Research in Crime and Delinquency, 18, 165–196.CrossRefGoogle Scholar
  2. Bagaric, M., Hunter, D., & Wolf, G. (2018). Technological incarceration and the end of the prison crisis. Journal of Criminal Law and Criminology, 108(1), 73–135.Google Scholar
  3. Bas, R., & Damen, W. (2000). ET (we) phone (you at) home. Orde van de Dag, 10, 7–18.Google Scholar
  4. Berry, B. (1985). Electronic jails: A new criminal justice concern. Justice Quarterly, 2(1), 1–22.CrossRefGoogle Scholar
  5. Beyens, K. (1996) Elektronisch toezicht. Een oplossing voor de Belgische strafrechtsbedeling? Panopticon, 17(5), 473–498.Google Scholar
  6. Beyens, K., Bas, R., & Kaminski, D. (2007). Elektronisch toezicht in België. Een schijnbaar penitentiair ontstoppingsmiddel. Panopticon, 28(3), 21–40.Google Scholar
  7. Beyens, K., & Devresse, M.-S. (2009). Elektronisch toezicht in België tussen 2000 en 2005: een terugblik op de toekomst? In T. Daems, S. De Decker, L. Robert, & F. Verbruggen (Eds.), Elektronisch toezicht: De virtuele gevangenis als reële oplossing? (pp. 61–74). Leuven: Universitaire Pers Leuven.Google Scholar
  8. Beyens, K., & Roosen, M. (2016). Briefing paper: Electronic monitoring in Belgium. Leeds: University of Leeds. Available at http://28uzqb445tcn4c24864ahmel.wpengine.netdna-cdn.com/files/2016/06/EMEU-EM-in-Belgium_Briefing-report-English.pdf.
  9. Beyens, K., Snacken, S., & Eliaerts, C. (1992). Privatisering van gevangenissen. Brussels: VUB Press.Google Scholar
  10. Bonta, J., Wallace-Capretta, S., & Rooney, J. (2000). Can electronic monitoring make a difference? An evaluation of three Canadian programs. Crime & Delinquency, 46(1), 61–75.CrossRefGoogle Scholar
  11. Brottsoffermyndigheten. (2017). Crime Victim Fund. Available at https://www.brottsoffermyndigheten.se/eng/crime-victim-fund.
  12. Cattebeke, H. (2013, September 4). Geen enkelband tijdens voorlopige hechtenis. Knack.Google Scholar
  13. Chamber of Representatives. (2001). Eindverslag van de Commissie ‘Basiswet gevangeniswezen en rechtspositie van gedetineerden’. Verslag namens de Commissie voor de Justitie uitgebracht door de heren Vincent Decroly en Tony Van Parys (2 February 2001). Parl. St. Kamer 2000–01, DOC 50 1076/001.Google Scholar
  14. Chamber of Representatives. (2012a). Wetsontwerp van 2 oktober 2012 houdende diverse bepalingen betreffende Justitie. Parl. St. Kamer 2012–13, DOC 53 2429/001.Google Scholar
  15. Chamber of Representatives. (2012b). Verslag namens de Commissie voor de Justitie uitgebracht door de heer Stefaan Van Hecke (14 November 2012). Parl. St. Kamer 2012–13, DOC 53 2429/006.Google Scholar
  16. Chamber of Representatives. (2013). Wetsvoorstel tot invoering van het elektronisch toezicht als autonome straf. Amendement nr. 1 van mevrouw Van Cauter c.s. Parl. St. Kamer 2012–13, DOC 53 1042/002.Google Scholar
  17. Cohen, A. K. (1962). Multiple factor approaches. In M. E. Wolfgang, L. Savitz, & N. Johnston (Eds.), The sociology of crime and delinquency (pp. 77–80). New York: Wiley.Google Scholar
  18. Cohen, S. (1979). The punitive city: Notes on the dispersal of social control. Contemporary Crises, 3(4), 339–363.CrossRefGoogle Scholar
  19. Cohens, S. (1985). Visions of social control. Cambridge: Polity Press.Google Scholar
  20. Corbett, R., & Marx, G. T. (1991). Critique: No soul in the new machine: Technofallacies in the electronic monitoring movement. Justice Quarterly, 8(3), 399–414.CrossRefGoogle Scholar
  21. Council of Europe. (2010). Recommendation CM/Rec(2010)1 of the Committee of Ministers to member states on the Council of Europe Probation Rules. Adopted by the Committee of Ministers on 20 January 2010, at the 1075th meeting of the Ministers’ Deputies.Google Scholar
  22. Council of Europe. (2013). Draft commentary to recommendation on electronic monitoring (PC-CP (2013) 2 rev). Strasbourg: European Committee on Crime Problems, Council for Penological Cooperation.Google Scholar
  23. Council of Europe. (2014). Recommendation CM/Rec(2014)4 of the Committee of Ministers to member states on electronic monitoring. Adopted by the Committee of Ministers on 19 February 2014, at the 1192nd meeting of the Ministers’ Deputies.Google Scholar
  24. Court of Auditors. (2011). Maatregelen tegen de overbevolking in de gevangenissen. Brussels: Court of Auditors.Google Scholar
  25. Daems, T. (2006, December 20). Hier is een enkelband, prettige eindejaarsfeesten! De Standaard.Google Scholar
  26. Daems, T. (2008). Van teen tot kop: Beschouwingen bij meer dan een decennium strafbeleid en hervorming van de vrijheidsstraf. In K. Van Cauwenberghe (Ed.), De hervormingen bij politie en justitie: in gespreide dagorde (pp. 79–92). Mechelen: Kluwer.Google Scholar
  27. Daems, T. (2018). Belgische gevangenissen onder toezicht van het CPT. In T. Daems & S. Parmentier (Eds.), Europa waakt: Vrijheidsbeneming onder toezicht van het Europese antifoltercomité (pp. 77–111). Leuven: Universitaire Pers Leuven.CrossRefGoogle Scholar
  28. Daems, T., & Goossens, E. (2019). Elektronische monitoring voor jongeren: een volwassen reflectie. In J. Put & J. Leenknecht (Eds.), Het Vlaamse jeugddelinquentierecht (pp. 107–119). Brussels: Larcier.Google Scholar
  29. Daems, T., & Vander Beken, T. (2018). Privatising punishment in Europe: An agenda for research and policy. In T. Daems & T. Vander Beken (Eds.), Privatising punishment in Europe? (pp. 1–17). London: Routledge.Google Scholar
  30. Devos, A. (2010). Balans van het tienjarig bestaan van de justitiehuizen en perspectieven voor de komende jaren. Tien jaar justitiehuizen: Balans en perspectieven (pp. 13–43). Brussels: Federale Overheidsdienst Justitie.Google Scholar
  31. Erez, E., & Ibarra, P. R. (2007). Making your home a shelter: Electronic monitoring and victim re-entry in domestic violence cases. British Journal of Criminology, 47, 100–120.Google Scholar
  32. Erez, E., Ibarra, P. R., & Lurie, N. A. (2004). Electronic monitoring of domestic violence cases—A study of two bilateral programs. Federal Probation, 68(1), 15–20.Google Scholar
  33. Feeley, M. M. (2002). Entrepreneurs of punishment: The legacy of privatization. Punishment and Society, 4(3), 321–344.CrossRefGoogle Scholar
  34. Feelely, M. M. (2018). Privatizing criminal justice: A historical analysis of entrepreneurship and innovation. In T. Daems & T. Vander Beken (Eds.), Privatising punishment in Europe? (pp. 18–44). London: Routledge.Google Scholar
  35. Flemish Bar Association. (2012). Advies van de Orde van Vlaamse Balies met betrekking tot het wetsontwerp van 2 oktober 2012 houdende diverse bepalingen betreffende Justitie (doc 53 2429/001).Google Scholar
  36. Goffman, E. (1961). Asylums: Essays on the social situation of mental patients and other inmates. London: Penguin.Google Scholar
  37. Gudders, D. (2019). Penal policy transfer. Ph.D. in Criminology, KU Leuven.Google Scholar
  38. Hermans, D. (2008a, December 1). Elektronisch toezicht ontspoort. De Standaard.Google Scholar
  39. Hermans, D. (2008b, December 1). Experts en rechters niet te spreken over falend elektronisch toezicht: ‘Straffeloosheid is gevaarlijk’. Het Nieuwsblad.Google Scholar
  40. Hucklesby, A., Beyens, K., Boone, M., Dünkel, F., McIvor, G., & Graham, H. (2016). Creativity and effectiveness in the use of electronic monitoring: A case study of five jurisdictions. Leeds: University of Leeds.Google Scholar
  41. Ibarra, P. R., & Erez, E. (2005). Victim-centric diversion? The electronic monitoring of domestic violence cases. Behavioral Sciences and the Law, 23, 259–276.CrossRefGoogle Scholar
  42. Justaert, M. (2009, April 3). Systeem van elektronisch toezicht leidt tot straffeloosheid door gebrek aan enkelbanden. De Morgen.Google Scholar
  43. Kofman, A. (2019, July 3). Digital jail: How electronic monitoring drives defendants into debt. The New York Times Magazine.Google Scholar
  44. Lilly, J. R., & Deflem, M. (1996). Profit and penality: An analysis of the corrections-commercial complex. Crime & Delinquency, 42(1), 3–20.CrossRefGoogle Scholar
  45. Lowman, J., Menzies, R. J., & Palys, T. S. (1987). Introduction: Transcarceration and the modern state of penality. In J. Lowman, R. J. Menzies, & T. S. Palys (Eds.), Transcarceration: Essays in the sociology of social control (pp. 1–15). Gower: Aldershot.Google Scholar
  46. Maes, E. (2012). Elektronisch toezicht in het kader van de voorlopige hechtenis. Enkele beschouwingen over een aantal juridisch-technische en praktisch-organisatorische aspecten. Panopticon, 33(2), 110–124.Google Scholar
  47. Mainprize, S. (1992). Electronic monitoring in corrections: Assessing cost effectiveness and the potential for widening the net of social control. Canadian Journal of Criminology, 34(2), 161–180.Google Scholar
  48. Malsch, M., & Duker, M. (Eds.). (2012). Incapacitation: Trends and perspectives. Farnham: Ashgate.Google Scholar
  49. Ministry of Justice. (1998). Ministeriële omzendbrief nr. 1692/IX van 27 november 1998 betreffende: elektronisch toezicht.Google Scholar
  50. Ministry of Justice. (2000). Ministeriële omzendbrief nr. 1720 van 13 oktober 2000 betreffende: regelgeving inzake elektronisch toezicht als modaliteit van strafuitvoering.Google Scholar
  51. Ministry of Justice. (2001). Ministeriële omzendbrief nr. 1727 van 12 april 2001 betreffende regelgeving inzake elektronisch toezicht als modaliteit van strafuitvoering.Google Scholar
  52. Ministry of Justice. (2002a). Ministeriële omzendbrief nr. 1741 van 8 april 2002 betreffende regelgeving inzake elektronisch toezicht als modaliteit van strafuitvoering.Google Scholar
  53. Ministry of Justice. (2002b). Ministeriële omzendbrief nr. 1746 van 9 augustus 2002 betreffende regelgeving inzake elektronisch toezicht als modaliteit van strafuitvoering.Google Scholar
  54. Ministry of Justice. (2006a). Ministeriële omzendbrief nr. 1784 van 10 juli 2006 betreffende regelgeving inzake het elektronisch toezicht als modaliteit van strafuitvoering.Google Scholar
  55. Ministry of Justice. (2006b). Ministeriële omzendbrief nr. 1789 van 21 december 2006 betreffende het plaatsen onder elektronisch toezicht van veroordeelden die zich op 6 maanden van het einde van het [sic] hoofdgevangenisstraf bevinden.Google Scholar
  56. Ministry of Justice. (2008). Masterplan 2008-2012 voor een gevangenisinfrastructuur in humane omstandigheden.Google Scholar
  57. Ministry of Justice. (2012). Ministeriële omzendbrief van 18 augustus 2012. Onderwerp: Thuisdetentie met stemherkenning (Voice) voor personen veroordeeld tot een of meer vrijheidsbenemende straffen waarvan het uitvoerbaar gedeelte drie jaar gevangenis niet te boven gaat en waarvan het nog te ondergane gedeelte tot de toelaatbaarheidsdatum voor een VLV twee maanden of minder bedraagt.Google Scholar
  58. Ministry of Justice. (2013). Ministeriële omzendbrief nr. ET/SE-2 van 17 juli 2013. Betreft: reglementering inzake het elektronisch toezicht als strafuitvoeringsmodaliteit voor gevangenisstraffen waarvan het totaal in uitvoering zijnde gevangenisstraffen drie jaar niet overschrijdt.Google Scholar
  59. Nellis, M. (2014). Understanding the electronic monitoring of offenders in Europe: Expansion, regulation and prospects. Crime, Law & Social Change, 62, 489–510.CrossRefGoogle Scholar
  60. Nellis, M. (2018). Electronically monitoring offenders as ‘coercive connectivity’: Commerce and penality in surveillance capitalism. In T. Daems & T. Vander Beken (Eds.), Privatising punishment in Europe? (pp. 124–142). London: Routledge.Google Scholar
  61. Nellis, M., & Bungerfeldt, J. (2013). Electronic monitoring and probation in Sweden and England and Wales: Comparative policy developments. Probation Journal, 60(3), 278–301.CrossRefGoogle Scholar
  62. Nogala, D., Lindenberg, M., & Sack, F. (1997). ‘Social control technologies’: Aspekte und Konsequenzen des Technikeinsatzes bei Instanzen strafrechtlichter Sozialkontrolle im nationalen und internationalen Kontext. Hamburg: Universität Hamburg.Google Scholar
  63. Paterson, C. (2013). Commercial crime control and the development of electronically monitored punishment. In M. Nellis, K. Beyens, & D. Kaminski (Eds.), Electronically monitored punishment: International and critical perspectives (pp. 211–227). London: Routledge.Google Scholar
  64. Paterson, C. (2017). Tagging re-booted! Imagining the potential of victim-oriented electronic monitoring. Probation Journal, 64(3), 226–241.CrossRefGoogle Scholar
  65. Peters, T. (1996). Probleemoplossing en herstel als functies van de straf. Panopticon, 17(6), 555–569.Google Scholar
  66. Robert, L., & Peters, T. (2008). Bruggen bouwen: over de functie van de herstelconsulent in Belgische gevangenissen. In A. A. Franken, M. de Langen, & M. Moerings (Eds.), Constante waarden: Liber amicorum prof. mr. Constantijn Kelk (pp. 553–561). The Hague: Boom Juridische uitgevers.Google Scholar
  67. Senate. (2010). Wetsvoorstel van 20 oktober 2010 tot invoering van het elektronisch toezicht als autonome straf (ingediend door mevrouw Christine Defraigne). Parl. St. Senaat 2010–11, DOC 5 – 359/1.Google Scholar
  68. Travis, A. (2013, November 4). Serious fraud office launches inquiry into G4S and Serco overcharging claims. The Guardian.Google Scholar
  69. Van Cauwenberghe, K. (2013). Voorlopige hechtenis nieuwe stijl: detentie onder elektronisch toezicht. Panopticon, 34(1), 58–60.Google Scholar
  70. Van Gestel, B. (1998). Tralies in je hoofd: een onderzoek naar de gevolgen van elektronisch huisarrest voor het alledaagse leven van veroordeelden en hun huisgenoten. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam.Google Scholar
  71. Vanhaelemeesch, D. (2013). Tussen gestrafte en bestraffer: de ervaringen van huisgenoten van personen met elektronisch toezicht. In T. Daems, T. Vander Beken, & D. Vanhaelemeesch (Eds.), De machines van Justitie: Vijftien jaar elektronisch toezicht in België (pp. 43–74). Antwerp: Maklu.Google Scholar
  72. Vanhaelemeesch, D. (2015). De beleving van het elektronisch toezicht in vergelijking met de gevangenisstraf. The Hague: Boom Criminologie.Google Scholar
  73. Verelst, J. (2008, December 2). Meer veroordeelden wachten langer op enkelband. De Morgen.Google Scholar
  74. Walgrave, L. (2000). Met het oog op herstel. Leuven: Universitaire Pers Leuven.Google Scholar
  75. Wennerberg, I. (2013). High level of support and high level of control: An efficient Swedish model of electronic monitoring? In M. Nellis, K. Beyens, & D. Kaminski (Eds.), Electronically monitored punishment: International and critical perspectives (pp. 113–127). London: Routledge.Google Scholar
  76. X. (2009a, April 23). Weldra duizend enkelbanden. De Standaard.Google Scholar
  77. X. (2009b, May 28). Al duizend veroordeelden met enkelband. De Standaard.Google Scholar
  78. Zimring, F. E., & Hawkins, G. (1995). Incapacitation: Penal confinement and the restraint of crime. New York: Oxford University Press.Google Scholar

Copyright information

© The Author(s) 2020

Authors and Affiliations

  1. 1.KU LeuvenLeuvenBelgium

Personalised recommendations