Advertisement

Sportvoedingssupplementen en doping

  • A. H. Palsma
Chapter

Samenvatting

Topsporters gebruiken, vaker dan de ‘gewone burger’, voedingssupplementen om beter te presteren, sneller te herstellen na een training en om hun gezondheid op peil te houden. Ook recreatieve sporters gebruiken voedingssupplementen. (Sport)voedingssupplementen kunnen verontreinigd zijn met als doping aangemerkte stoffen. Een positieve dopingtest als gevolg van het gebruik van een vervuild voedingssupplement kan bij herhaling voor een topsporter leiden tot uitsluiting van deelname aan wedstrijden voor een periode van vier jaar tot levenslang. Uit verschillende onderzoeken (vanaf 2000 tot in 2017) blijkt dat dit probleem al een tijd bestaat en nog steeds actueel is. Overigens nemen ook bezoekers van fitnesscentra en sportscholen soms voedingssupplementen, waaraan bewust als doping aangemerkte stoffen, zoals anabole (pro)hormonen, worden toegevoegd. Het gebruik hiervan kan tot forse gezondheidsschade leiden. Topsporters en recreatieve sporters doen in toenemende mate een beroep op (sport)diëtisten. Daarom dienen diëtisten op de hoogte te zijn van de risico’s die verbonden zijn aan het gebruik van voedingssupplementen door beide groepen sporters en van manieren waarop deze risico’s zoveel mogelijk kunnen worden vermeden. Om in Nederland een zo veilig mogelijk gebruik van voedingssupplementen voor (top)sporters mogelijk te maken, is in 2003 het Nederlands Zekerheidssysteem Voedingssupplementen Topsport (NZVT) opgezet.

April 2018

Literatuur

  1. Ayotte, C., Lévesque, J. F., & Cléroux, M., et al. (2001). Sport nutritional supplements: Quality and doping controls. Canadian Journal of Applied Physiology, 26(Suppl), s120–s129.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  2. Bahrke, M. S., & Yesalis, C. E. (2002). Performance enhancing substances in sport and exercise. Champaign: Sheridan Books Inc.Google Scholar
  3. Cohen, P. A., Travis, J. C., Keizers, P. H., et al. (2017). Four experimental stimulants found in sports and weight loss supplements: 2-amino-6-methylheptane (octodrine), 1,4-dimethylamine (1,4-DMMA), 1,3 demethylamine (1,3-DMA) and 1,3-dimethylbutylamine (1,3-DMBA). Clinical Toxicology, 1–6.  https://doi.org/10.1080/15563650.2017.1398328. [Epub ahead of print].
  4. Dominigúez, R., Cuenca, E., Maté-Muñuz, J. L., et al. (2017). Effects of beetroot juice supplementation on cardiorespiratory endurance in athletes. A Systematic Review. Nutrients, 9(43), 1–18.Google Scholar
  5. Dopingautoriteit (2016). Nationaal dopingreglement Nederlandse sport. Capelle aan den IJssel: Dopingautoriteit.Google Scholar
  6. Duiven, E., & Hon, O. de (2015). De Nederlandse topsporter en het anti-dopingbeleid 20142015. Capelle aan den IJssel: Dopingautoriteit.Google Scholar
  7. Duiven, E., Hon, O. de, Spruijt, L. et al. (2015). Bovengrens dopingrisico sportvoedingssupplementen. Onderzoek naar de aanwezigheid van dopingstoffen in hoog-risicosportvoedingssupplementen verkrijgbaar in Nederlandse webshops. Capelle aan den IJssel: Dopingautoriteit.Google Scholar
  8. Eliason, M. J., Eichner, A., Cancio, A., et al. (2012). Case reports: Death of active duty soldiers following ingestion of dietary supplements containing 1,3-dimethylamylamiline (DMMA). Military Medicine, 177, 1455.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  9. Fugh-Berman, A., & Myers, A. (2004). Citrus aurantium, an ingredient of dietary supplements marketed for weight loss: Current status of clinical and basic research. Experimental Biology and Medicine, 229, 698–704.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  10. Geyer, H., Mareck-Engelke, U., Reinhart, U., et al. (2000). Positive doping cases with nandrosterone after ingestion of contaminated nutritional supplements. Deutsche Zeitschrift Für Sportmedizin, 51, 378–382.Google Scholar
  11. Geyer, H., Parr, M. K., Mareck, U., et al. (2004). Analysis of non-hormonal nutritional supplements for anabolic-androgenic steroids – Results of an international study. International Journal of Sports Medicine, 25, 124–129.Google Scholar
  12. Gordon, L., Jackson, G., & Eddlestone, M. (2014). National poisons information service report 2013/14. National Poisons Information Service: Public Health England.Google Scholar
  13. Green, G. A., Catlin, D. H., & Starcevic, B. (2001). Analysis of over-the-counter dietary supplements. Clinical Journal of Sport Medicine, 11, 254–259.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  14. Hon, O. de, & Coumans, B. (2007). The continuing story of nutritional supplements and doping infractions. British Journal of Sports Medicine, 41, 800–805.CrossRefPubMedPubMedCentralGoogle Scholar
  15. International Olympic Committee Expert Group Statement on Dietarys Supplements I Athletes (2017). IOC medical and scientific consensus meeting on supplements 35 may 2017. Lausanne: IOC HQ.Google Scholar
  16. Judkins, C., Hall, D., & Hoffman K. (2007). Investigation into supplement contamination levels in the US market (pp. 1–11). Fordham (VK): HFL.Google Scholar
  17. Kamber, M., Baume, N., Saugy, M., et al. (2001). Nutritional supplements as a source for positive doping cases? International Journal of Sport Nutrition and Exercise Metabolism, 11, 258–263.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  18. Martena, M. J. (2010). Safety of herbal preparations on the Dutch market [dissertatie]. Wageningen: Wageningen Universiteit.Google Scholar
  19. Reeuwijk, N. M. (2014). Contaminants in food supplements and associated health risks [dissertatie]. Wageningen: Wageningen Universiteit.Google Scholar
  20. Rogerson, S., Riches, C. J, Jennings, C., et al. (2007). The effect of five weeks of tribulus terrestris supplementation on muscle strength and body composition during preseason training in elite rugby league players. Journal of Strength and Conditioning Research, 21(2), 348–353.PubMedGoogle Scholar
  21. Rossum, C. T. M. van, Buurma-Rethans, E. J. M., Vennemann, F. B. C., et al. (2016). The diet of the Dutch: Results of the first two years of the Dutch national food consumption survey 20122016. RIVM. Letter report 2016-0082. Bilthoven: RIVM en Ministerie van VWS.Google Scholar
  22. Schilt, R., Vlis, E. van der, Vaes, W., et al. (2002). Onderzoek naar het voorkomen van dopinggeduide stoffen in voedingsmiddelen in de aanloop naar de olympische winterspelen in salt lake city. TNO Voeding/RIVM/NOC*NSF/Ministerie van VWS.Google Scholar
  23. Stubbe, J. H., Chorus, A. M. J., Frank, L. E., et al. (2009). Prestatiebevorderende middelen bij fitnessbeoefenaars. Capelle aan den IJssel: Dopingautoriteit.Google Scholar
  24. Thomas, A. (2015). Global nutrition and supplement market history, industry growth and future trends by persistence market research. Global newsletter.Google Scholar
  25. Wassink, H., Willemsen, G., & Coumans, B. (2008). Op eigen kracht slanker – strakker – sterker. Nieuwegein: Arko Sports Media.Google Scholar
  26. Wassink, H., Koert, W., Hon, O. de, et al. (2014). Doping de nuchtere feiten. A second opinion. Nieuwegein: Arko Sports Media.Google Scholar
  27. World Anti-Doping Agency (WADA) (2015). World anti-doping code 2015. Montreal.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum is een imprint van Springer Media B.V., onderdeel van Springer Nature 2018

Authors and Affiliations

  • A. H. Palsma
    • 1
  1. 1.Palsma SportvoedingsadviesbureauPoortugaalNederland

Personalised recommendations