Met hart en ziel

Kanjers uit coronateams

Werken terwijl ze van top tot teen beschermd zijn, met doodzieke mensen te maken hebben en in angst zitten zelf ook besmet te raken. Vier verzorgenden ig zijn het erover eens: COVID-19 is iets totaal anders dan wat ze gewend waren. Op de volgende pagina's vertellen zij over hun ervaringen in een coronateam.

figure1

Vier collega's betraden een gloednieuw terrein: zorg voor coronapatiënten

Naam: Darinka Wolthers (52)

Functie: verzorgende ig kleinschalig wonen Jonkerhof in Landsmeer

'Ojee we verliezen al onze bewoners aan corona. Dat dachten wij toen half maart de eerste besmet raakte. We hadden de beelden uit Italië gezien en vreesden het ergste. Inmiddels hebben alle vijftien bewoners en een paar collega's COVID-19 gekregen. De meesten hadden milde klachten en zijn hersteld. Twee bewoners met onderliggende ziekten zijn overleden. Het is hoopgevend dat ouderen ondanks hun kwetsbaarheid kunnen herstellen van dit virus. Dat het virus zo snel en hard kan toeslaan, daar schrok ik van. Er is nog iets anders wat veel indruk op mij heeft gemaakt. De vrouw van een bewoner die later aan het virus is overleden, besloot haar zieke man niet meer te bezoeken. Ze was bang besmet te raken, omdat ze zelf op leeftijd was en een zwakke gezondheid had. Ik moest beloven goed voor haar stervende man te zorgen en er voor hem te zijn. Mijn moeder was in het begin bang dat ik ook besmet zou raken. Ik heb haar ervan kunnen overtuigen dat ik voldoende beschermd ben. Ik kan mij ergeren aan mensen die het niet nauw nemen met de maatregelen. Zoals een vrouw die pal naast mij ging staan bij de groente- afdeling in de supermarkt. Ik deed meteen een paar stappen opzij en zij keek mij aan met een blik van: doe niet zo overdreven. Ik was het zó zat, dat ik zei dat ik dit niet voor mijzelf deed, maar uit bescherming voor anderen, omdat ik met coronapatiënten werk. Dat maakte indruk. Het mooie is dat veel mensen aan de verzorgenden denken. We krijgen kaarten, bloemen en taart van familie van bewoners, maar ook uit de buurt. Deze gebaren geven je kracht om door te gaan.'

figure2

'Ik moest beloven goed voor haar stervende man te zorgen'

Naam: Sharmaine Wolters (22)

Functie: verzorgende ig verpleeghuis Krönnenzommer in Hellendoorn

'Wie ben jij in jouw blauwe schort? Een smurf? In het begin kregen we dit soort opmerkingen van bewoners met COVID-19 op onze speciaal ingerichte corona-afdeling. Ze kenden ons niet en leerden ons ook niet kennen, omdat onze gezichten bedekt waren met mondmaskers, brillen en haarkapjes. Op ons pak hebben we daarom plakkers gedaan met onze namen erop. Binnen deze afdeling zijn we begonnen met twee besmette bewoners. Op het hoogtepunt waren er negen zieke bewoners, van wie een aantal met milde klachten. Zelf ben ik nooit bang geweest corona te krijgen, want ik zag bij besmette collega's dat ze er niet veel last van hadden. Het deed mij wel wat dat sommige bewoners vreselijk onder de ziekte leden, snel achteruitgingen en terminaal werden, terwijl ze voorheen nog redelijk gezond waren. Er mocht niemand op bezoek komen. Alleen bij stervende patiënten werd een uitzondering gemaakt. Vanwege de beperkte voorraad was er maar één beschermingspakket per dag beschikbaar voor bezoek. Dat betekende dat dage- lijks slechts één persoon maximaal drie uur werd toegelaten, omdat een mondkapje niet langer gebruikt mag worden. Dat vond ik schrijnend. "Mijn moeder weet vanwege dit pak niet wie ik ben", zei een dochter die haar stervende moeder bezocht. Ze had er veel moeite mee haar moeder alleen te laten. Toch hadden de meeste mensen begrip voor de beperkende maatregelen. En natuurlijk waren er blije gezichten wanneer bewoners virusvrij waren en weer naar de gewone afdeling gingen. Om mijn hoofd leeg te maken, zet ik na afloop van de dienst de muziek in de auto hard aan. Ook het wandelen met mijn hondjes in het bos helpt mij het werk los te laten.'

figure3

'Bewoners herkenden ons niet in onze blauwe pakken'

Naam: Hennie van Tintelen (38)

Functie: verzorgende ig en bestuursvoorzitter Zorgcoöperatie Thuisbasis Brabant

'Huilend keken de al volwassen kinderen bij de voordeur toe hoe hun vader in de gang naar adem lag te snakken. Van de ambulancebroeders mochten ze vanwege besmettingsgevaar niet naar binnen. Dit soort taferelen blijft mij bij. Net zoals ouderen op hun sterfbed, terwijl hun kinderen via beeldbellen afscheid nemen. Begin maart hadden wij als eerste een coronawijkteam voor Oosterwijk en Tilburg opgezet. We zaten in de brandhaard van de uitbraak. Binnen een week hadden we vijftien besmette cliënten. De huisarts vroeg ons de zorg op te pakken bij een patiënt met koorts en benauwdheid. Twee uur later zat ik naast een patiënt die lag te happen naar lucht. Zó snel ging het. Benauwdheid is heftig, ook om te zien. Sommige collega's moesten daarom tussen de bezoeken door even bijkomen om weer verder te kunnen. In die periode sliep ik vanwege de drukte maar zes uur per nacht. 's Ochtends en 's avonds was ik in de wijk. In de middag analyseerde en vertaalde ik richtlijnen, zodat we allemaal zo veilig mogelijk ons werk konden doen. Het bleef spannend of de voorraad beschermings- materiaal toereikend was. Een keer ben ik naar Utrecht gereden om 250 beschermingsbrillen op te halen bij een toneelvereniging. De brillen waren bedoeld voor een toneel- uitvoering, maar men wilde ze liever aan de zorg doneren. Zelf was ik sinds de uitbraak in sociale isolatie gegaan en zag ik niemand. Ik ging 's avonds niet meer sporten of naar vrienden. Na mijn werk zat ik alleen op de bank. Natuurlijk had ik telefonisch contact, maar de fysieke nabijheid van vrienden en familie miste ik. Voor het eerst voelde ik wat het is om eenzaam te zijn en hoe belangrijk het is dat taboe te doorbreken.'

figure4

'Voor het eerst voelde ik wat het is om eenzaam te zijn'

Naam: Saskia Janzen Siegersma (55)

Functie: verzorgende ig Icare, coronateam Icare Verpleging en Verzorging Noord en Midden Drenthe in Hellendoorn

'De eerste dag dat ik op pad ging met het coronateam gierde de adrenaline door mijn lijf. Op de parkeerplaats van een Van der Valk Hotel stonden speciaal voor ons vier auto's klaar om bij mensen langs te gaan die besmet waren of een verdachte besmetting hadden. In de auto lag al het beschermingsmateriaal klaar. Van tevoren hadden we een instructiefilmpje bekeken over hoe we het pak aan en uit moesten trekken. Voor mij was het een onbekend werkgebied. Ik was dan ook benieuwd wat ik achter de voordeur zou aantreffen. Ik kwam onder andere bij een alleenstaande vrouw die buiten adem raakte tijdens het praten. Haar toestand verslechterde snel en ik moest een ambulance bellen. We wisten allebei dat het ernst was. Ze zei dat ze bang was, omdat ze dacht dat ze misschien dood zou gaan. Ze huilde. Het raakte mij en ik pakte haar hand vast om haar gerust te stellen. Mijn eigen angst om besmet te raken, ook al was ik beschermd, heb ik opzijgezet. Ik kon mijn verhaal kwijt aan mijn teamgenoten. Gelukkig kan ik goed relativeren. Bovendien was het niet de eerste heftige ervaring in de dertig jaar dat ik in de zorg werk. Toch is het werken met coronapatiënten niet te vergelijken met de reguliere zorg. Het gaat om een totaal nieuwe ziekte, je komt anders binnen met zo'n pak en mensen zijn onzeker of het goed met ze afloopt.'

figure5

'Mijn angst om besmet te raken, heb ik opzijgezet'

Author information

Affiliations

Authors

Corresponding author

Correspondence to Christel Bos.

Rights and permissions

Reprints and Permissions

About this article

Verify currency and authenticity via CrossMark

Cite this article

Bos, C. Kanjers uit coronateams. Tijdschr verzorgenden 52, 17–23 (2020). https://doi.org/10.1007/s41183-020-0601-z

Download citation