Fizier

, Volume 35, Issue 2, pp 19–19 | Cite as

Ethiek méér dan menselijk gevoel

  • Ingrid Hissink
  • Hans van de Klundert
Duopinie
  • 8 Downloads

Samenvatting

Ondanks alle technologische vooruitgang willen we als mens nog steeds – wanhopig – deel uitmaken van een (al dan niet virtuele) groep. Groepen hebben behoefte aan een bindmiddel dat zin geeft aan het bestaan van de groep. Noem het een leider.

Ondanks alle technologische vooruitgang willen we als mens nog steeds – wanhopig – deel uitmaken van een (al dan niet virtuele) groep. Groepen hebben behoefte aan een bindmiddel dat zin geeft aan het bestaan van de groep. Noem het een leider. Als financiële leider ben ik meer dan goed getraind om bedrijfseconomische instrumenten en motieven aan te reiken. Een solide financiële paragraaf geeft me ook een goed gevoel bij de adviezen die we geven. Ethische overwegingen zijn immers veel moeilijker te waarderen en op te tellen in euro’s. Ons vakgebied is heel overzichtelijk als het gaat om het borgen van financiële continuïteit. Toch voelt het regelmatig onplezierig. Als ik wegblijf van ethische motieven, dan versimpel ik de vraagstukken te veel en onderwaardeer ik mogelijk ook de purpose van onze organisatie, die gericht is op structurele en duurzame continuïteit. Maatschappelijke kosten van bijvoorbeeld afval, water en energieverbruik of CO2-gebruik zijn veel groter en misschien wel relevanter dan alleen de financiële waarde in euro’s die we meenemen in de business case. Door de maatschappelijke kosten niet te verdisconteren in mijn advies, verplaats ik die naar de toekomst. Die rekening moet namelijk wel betaald worden. Wordt het niet hoog tijd dat we als financiële leiders ons bedrijfseconomische denken gaan verbreden naar ethische en morele motieven? Mijn gevoel zegt dat dat moreel meer dan klopt. Nu nog de groep meekrijgen.

De bijdrage van Ingrid kan ik alleen maar onderschrijven. Ik heb nog wel een andere invalshoek. In de zorgsector komen bij uitstek veel ethische dilemma’s voor, zoals op de afdeling neonatologie, grensbedragen voor dure medicijnen, euthanasie bij vervuld leven, recht op kinderen bij ouders met een verstandelijke beperking et cetera. Wat voor de financiële professionals daarnaast meespeelt, zijn de perverse financiële prikkels in het systeem.

Als de cliënt iets mankeert of ondersteuning nodig heeft, wordt dit via productieaantallen x tarief gefinancierd. Hierbij is er bovendien geen sprake van een soort garantiestelsel voor de cliënt bij hersteloperaties of aanvullende zorg. Meer productie betekent in alle gevallen automatisch meer financiering. Het financiële voordeel vanuit het oogpunt van de betreffende instelling is dat bij hogere productieaantallen minder personeelsontslagen nodig zijn en er meer dekking is voor de vaste overheadkosten (inclusief de eigen kosten). Maar dit leidt niet altijd tot de gewenste effecten. Maatschappelijk gezien zou het beter kunnen zijn als de productie eerder omlaag gaat dan omhoog, zoals in mijn sector van jeugdbescherming en jeugdreclassering gebeurt, bijvoorbeeld in geval van preventie. De gemeenten die sinds 2015 de financiers zijn geworden, hebben hier wel oren naar, maar in de praktijk wordt er geen budgettaire prikkel gegeven bij een verlaging van de productie. Wordt het niet eens tijd om – vooral gelet op de sterk stijgende zorgkosten – vanuit de zorgfinanciële kant eens na te denken over werkbare alternatieven? Wie neemt de uitdaging aan?

Copyright information

© HEAD 2018

Authors and Affiliations

  • Ingrid Hissink
    • 1
  • Hans van de Klundert
    • 2
  1. 1.Financieel directeur VU Medisch CentrumAmsterdamNederland
  2. 2.Concern controller Bureau Jeugdzorg Noord- Brabant, Den Bosch

Personalised recommendations