Monopolie

Samenvatting

Sinds de coronacrisis trilt het neoliberale gebouw op zijn grondvesten. De ‘onzichtbare hand’ die tot nu toe een steun in de rug leek, duwt ons nu naar de rand van de afgrond. Toen de pleuris uitbrak en het er echt op aankwam, bleken we vleugellam te zijn in onze strijd tegen het coronavirus.

figurea

Wij hadden in Nederland een uitstekend Vaccin instituut. In 2013 vond een privatisering plaats. De ontwikkeling en productie van vaccins en virologische testen werden voortaan uitbesteed aan Big Pharma. Die zag hierin geen verdienmodel, omdat de vraag niet voorspelbaar is. Voorraden kennen ze niet, ze leveren uitsluitend ‘on demand’. Dus moesten wij onze levensreddende inkopen doen op de geglobaliseerde markt tegen de hoogste prijzen – als er al iets te krijgen was. Zo zaten we maandenlang in een gebrekseconomie inzake beademingsapparatuur, mondkapjes, testmateriaal en een nog niet ontwikkeld vaccin.

‘Never waste a good crisis’ zei ooit Winston Churchill en veel groten der aarde zeggen hem dat na.

Nú is er een kans voor onze beleidsmakers om de stukgelopen marktwerking in de gezondheidszorg om te buigen in een systeem waarin de overheid inzake infectieziekten weer het voortouw neemt en de risico’s borgt. Waarin zorgaanbieders samenwerken in plaats van elkaars concurrenten te zijn, waarin de zorg eerlijk wordt verdeeld, met name de tandzorg, en waarin we geen bureaucratische marktpartijen in stand houden die geld afromen van het zorgbudget.

Nu kan je niet in één keer het hele systeem omgooien, het is piecemeal engineering. ‘Hervormen’ heet dat in correct politiek Nederlands. Het indammen van de papieren macht kan een eerste gemakkelijk te nemen stap zijn.

Nederland geeft aan toezicht en regelgeving in de gezondheidszorg jaarlijks 2 miljard euro uit. Dat is tweemaal zoveel als de totale kosten voor de huisartsengeneeskunde. Die uitgaven worden voor een groot deel beheerd door Zorgverzekeraars. Zij betalen met het geld van de premiebetalers, naast de kosten van de zorg, groteske salarissen uit aan hun CEO’s, ze sponsoren sportclubs en geven scheppen geld uit aan advertentiecampagnes. Hun kantoren, imposant als kerkgebouwen, symboliseren hun macht.

Om hun buffers op peil te houden beleggen ze een groot deel van hun reserves op de effectenbeurs. Dat pakte met de jongste beurskrach slecht uit. Het belegde vermogen zal sindsdien vermoedelijk gehalveerd zijn. Geen probleem, want verlies nemen van andermans geld, daar hoef je zelf niet voor te bloeden.

Hun balansen zullen zeker onder druk komen te staan. Als het echt een probleem wordt, verhogen ze gewoon weer de premie of vragen ze overheidssteun. Dat laatste zal nu niet nodig zijn, want zij zijn de spekkopers in coronatijd: de hele mainstreamzorg van tandheelkunde, cardiologie tot oncologie viel maanden stil. Het geld bleef in kas en de kosten van de IC-zorg zullen daarbij ongetwijfeld in het niet vallen. Ze hebben aangekondigd zorgaanbieders te zullen compenseren voor hun gederfde inkomsten. We moeten het nog zien.

Volgens de WMG (wet marktordening gezondheidszorg, 2006) moeten zowel zorgverzekeraars als zorgaanbieders met elkaar concurreren. Hier kwam in de praktijk niets van terecht.

Nog nooit kwam er bij mij een zorginkoper over de vloer om te onderhandelen over de zorg die ik aanbood, zoals de wet WMG dat voorschrijft. Wel stuurden ze ieder jaar nieuwe contracten toe die ik moest ondertekenen, met het bevel: tekenen rechtsonder graag.

We hebben nu vier grote Zorgverzekeraars, je kunt gerust spreken van een marktmonopolie. Aan het einde van ieder jaar vechten ze zich voor de bühne kapot om de goedkoopste en beste zorg te leveren. Maar iedere verzekerde weet dat hem een oor wordt aangenaaid. Het is uiteindelijk één vaste prijs en verder heel veel kleine lettertjes.

De marktwerking in de zorg is een schijnvertoning. De coronapandemie heeft dat ondubbelzinnig aangetoond. Ziekenhuizen gingen samenwerken in plaats van elkaar te beconcurreren, dat moesten ze wel, anders konden ze het coronavirus niet klein krijgen. Het marktsysteem bleek hier niet tegen opgewassen. ‘Necessitas non habet legem’, nood breekt wet. Onder dat mom werd de wet WMG massaal met voeten getreden, met instemming van de overheid.

Het lijkt me in een goed functionerende rechtstaat van cruciaal belang dat een wet wordt nageleefd, of gewijzigd in het geval die wet niet het gewenste effect heeft, of zelfs, zoals nu, contraproductief is.

Nu we langzaam uit de crisis lijken te komen, wordt het hoog tijd de marktwerking in de zorg te stoppen met nieuwe wetgeving.

Te beginnen bij een nationale zorgverzekering. Liever een staatsmonopolie dan een marktmonopolie, zeker als het om onze gezondheid gaat.

Author information

Affiliations

Authors

Corresponding author

Correspondence to Arthur van Winsen.

Additional information

Arthur van Winsen studeerde filosofie en tandheelkunde. Hij voerde tot voor kort een algemene praktijk in Leiden.

Rights and permissions

Reprints and Permissions

About this article

Verify currency and authenticity via CrossMark

Cite this article

van Winsen, A. Monopolie. Tandartsprakt 41, 26 (2020). https://doi.org/10.1007/s12496-020-0060-7

Download citation