Advertisement

Tandartspraktijk

, Volume 39, Issue 3, pp 46–47 | Cite as

Frankenkitten

  • Frank Heynick
Heynick’s hoek

Samenvatting

Door selectief fokken door de mens zijn tientallen kattenrassen tot stand gekomen. Helaas ook weleens met specifiek medische en dentale problemen als gevolg. En wat te denken van een kat met vier oren?

Kleine wilde katachtigen kwamen voor het eerst zo’n achttot zevenduizend jaar geleden in het Midden-Oosten in een nauwe relatie tot de mens. Dit had alles te maken met de opkomst van de landbouw en de eerste beschavingen. Katachtigen van de genus Felis catus (waaronder de Afrikaanse wilde kat, de woestijnkat en de moeraskat) waren welkom rond graanopslagplaatsen om muizen en ratten die het graan opaten te vangen. Gespeculeerd wordt dat boeren jonge katjes ook in het woonhuis brachten. In de loop van enkele generaties van mens en dier werden de katten tammer.

Vervolgens werden de gedomesticeerde katten door reizigers, kooplieden en rondzwervende volkeren naar Europa en andere werelddelen meegenomen. Maar als soort bleef en blijft Felis catus nooit ver verwijderd van zijn wilde wortels. Talloze afstammeling van de Midden-Oosterse gedomesticeerde katten leefden vrij in dorpen, steden en op het platteland. Sommige van hen vermenigvuldigden zich ook met nauwverwante inheemse katachtigen wier voorouders nooit gedomesticeerd waren.

Kenmerk

Ratten- en muizenvanger Felis catus bleef zijn werk uitstekend doen. Er was bij de mens geen behoefte om de kat selectief tot nieuwe rassen te fokken om meer gespecialiseerde taken uit te voeren. Dit in tegenstelling tot de hond, afstammelingen van tamgemaakte wolven, die oorspronkelijk als herder een functie in dienst van de mens vervulde, maar later gefokt werd voor de jacht, als trekdier en voor andere doeleinden.

Maar de kat diende, evenals de hond, ook als gezelschapsdier. Als door een genetische mutatie een bepaalde interessante uitwendige eigenschap bij een kat verscheen, ging de baas met dat dier weleens fokken en liet nakomelingen met dat kenmerk weer selectief paren.

Dit proces vond oorspronkelijk plaats in meerdere uithoeken van de aardebol. Zo ontstonden (om maar enkele van de circa vijftig erkende kattenrassen te noemen): de siamees met zijn driehoekige kop en lang, lenig lichaam; de bijna haarloze sphinx; de pers met zijn lange, dikke vacht en brede, platte snuit; de blauwe Rus met zijn kortharige, blauwgrijze vacht en groene ogen.

Bij de pers is een onderbeet gewoon.

Susie

Bijzonder in het kader van ons verhaal is de Schotse vouwoorkat. In 1961 vond een Schotse boer tussen de katten in zijn schuur een poes, Susie genoemd, met een merkwaardige vouw in haar oren. Twee van haar kittens hadden hetzelfde kenmerk. Vervolgens ging zijn buurman, die een kattenliefhebber was, met een van de katjes selectief fokken. Sommige van de nakomelingen werden naar Europa en de VS geëxporteerd. Alle Schotse vouwoorkatten van nu zijn afstammelingen van die ene poes Susie.

Zoals vaker het geval bleek het fokken van dit ras controversieel. Het gewenste kenmerk (of exacter gezegd: afwijking), de leuke vouworen, ging vaak gepaard met deformaties van het kraakbeen elders in het lichaam, vooral in de poten, met als gevolg voortbewegingsstoornissen en pijn. Dit ondanks de zorgen van de fokkers bij het kiezen van de te paren katten.

Wat het gebit betreft zijn er afwijkingen die, niet toevallig, bij sommige kattenrassen significant vaker voorkomen dan bij andere. Siamezen en burmezen hebben vaak hazenlippen. Bij perzen is een onderbeet de regel. Sommige kattenrassen hebben als kenmerk dat de hoektanden op de snijtanden drukken.

De overbeet van deze zwarte kat (geen bijzonder ras) doet hem op Dracula lijken.

Twee oren meer, één oog minder, maar verder is Frankie voorlopig heel fit.

Quadrafonie

Wellicht het merkwaardigste van alle mutaties onder de genus Felis catus zien we bij de vierorige kat. Deze genetische afwijking komt zeer zelden voor. Er zijn de laatste negentig jaar hooguit twintig redelijk goed gedocumenteerde gevallen van katten met vier oren (of meer: in één geval met maar liefst zeven oren). Er zijn ook variaties in de plaatsing van de extra oren: voor, achter, naast of zelfs binnen de normale oren.

Op het eerste gezicht lijkt deze zeer zeldzame mutatie een mogelijk voordeel te hebben. Stereo-horen is beter dan mono-, niet alleen als je naar muziek luistert, maar bij mens en dier voor het bepalen van de locatie van een geluidsbron. Is een quadrafonisch gehoor dan niet nóg beter om het gehoorveld meer diepte te geven? Misschien. Maar helaas blijken de extra twee oren bij de kat niet functioneel te zijn.

Deze afwijking kreeg onlangs de aandacht toen onder een huis in een voorwijk van Melbourne in Australië een vierorig katje werd gevonden - die ‘Frankenkitten’ of gewoon ‘Frankie’ werd gedoopt. Hij was hongerig en had een geïnfecteerd linkeroog. Frankie werd naar de Geelong Animal Welfare Society gebracht. Zijn zieke oog moest worden verwijderd, maar verder was hij redelijk gezond.

Frankie werd opgenomen door Georgia Anderson, een vrijwilligster van de vereniging die in de loop van het jaar meer dan tachtig katten als tijdelijke gasten in eigen huis verzorgde. Al gauw besefte Georgia dat zij de vierorige Frankie nooit kwijt wilde, dus adopteerde zij hem.

Nog een vierorige: kat Yoda (Chicago 2008).

Extractie

Frankie is, volgens berichten, lief, gelukkig en heel actief. Maar het valt nog te bezien of er op korte of lange termijn belangrijke gezondheidsproblemen opduiken als gevolg van een onderliggende genetische afwijking.

Bij minstens twee andere vierorige katten werden in het verleden onder andere een vertraagde lichaamsgroei en trage fysieke en geestelijk activiteit gemeld. Zeker is nu al dat er bij Frankie dentale afwijkingen zijn. Zijn onderkaak is korter dan bij normale katten. Zodra de blijvende element doorbreken zullen onder andere de twee onderhoektanden geëxtraheerd moeten worden om te voorkomen dat de punten daarvan het zachte verhemelte beschadigen.

Er zijn voor zover bekend geen plannen om Frankie zich te laten voortplanten met de bedoeling een ras van vierorige katten te fokken. Volgens een hypothese is het daarvoor verantwoordelijke gen recessief en kunnen de vier oren alleen door katjes van twee ouders met dat gen geërfd worden. Maar volgens een krantenbericht uit 1938 baarde de vierorige poes Toots twee vierorige katjes.

Stel dat het fokken van een vierorig kattenras te verwezenlijken is. Dan rijzen er mogelijke ethische overwegingen als blijkt dat het aurale kenmerk gepaard gaat met gezondheidsproblemen, waaronder kleine onderkaken.

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum is een imprint van Springer Media B.V., onderdeel van Springer Nature 2018

Authors and Affiliations

  • Frank Heynick
    • 1
  1. 1.

Personalised recommendations