Tijdschrift voor Psychotherapie

, Volume 43, Issue 4, pp 269–289 | Cite as

Verbindend gezag

Naar een nieuwe vorm van autoriteit gebaseerd op principes van geweldloos verzet
Artikel
  • 228 Downloads

Samenvatting

Psychotherapeuten in de jeugd-GGZ worden regelmatig geconfronteerd met ouders die zich geterroriseerd voelen door hun kind. Het externaliserend of internaliserend probleemgedrag dat kinderen laten zien, brengt hen tot wanhoop. Als de situatie regelmatig escaleert en kinderen zelf niet gemotiveerd zijn voor hulp, is er bij zowel ouders als hulpverleners een sterke neiging terug te grijpen op klassieke autoriteit door middel van straf, dwang en drang. In dit artikel staat een nieuwe visie op autoriteit centraal: verbindend gezag. De auteurs koppelen de zoektocht naar gezag aan de relatie tussen gezag en identiteitsvorming en aan de maatschappelijke context van de afgelopen decennia, waarin autoriteit en hechting op gespannen voet met elkaar staan. Verbindend gezag is gebaseerd op de principes van geweldloos verzet en verenigt twee uitersten die schijnbaar niet te verenigen zijn: zowel hiërarchische afstand als relationele nabijheid, zowel een liefdevol anker als heldere grenzen en zowel verzet tegen wat onacceptabel is als geloven in de mogelijkheden van de ander. Dit wordt praktisch vertaald in een houding en methodiek die houvast bieden aan ouders en psychotherapeuten bij de moeilijke, paradoxale opgave om verbinding en gezag te integreren, zowel bij ernstige gedragsproblemen als bij meer alledaagse opvoedingsvraagstukken.

Connecting authority

Towards a new form of authority, based on the principles of nonviolent resistance

Abstract

Psychotherapists working in the Dutch mental health care system (GGZ) for youth are often confronted with parents who feel terrorized by their child. The externalizing or internalizing problem behaviour that these children exhibit makes them feel helpless and desparate. Regular escalations combined with children unmotivated to seek help results in both parents and carers veering towards using classic authority based on punishment, force and pressure. The focus of this article is on a new way of looking at authority: connecting authority. The authors link the search for authority to the correlation between authority and forming one’s identity as well as to societal changes in the past decades, giving rise to tensions between authority and attachment. Connecting authority is based on the principles of nonviolent resistance and performs the seemingly impossible task of uniting extremes: hierarchical difference with relational proximity, a loving environment with clear boundaries, resisting the unacceptable behaviour with belief in the other’s potential. This is conveyed in a practical way, as a method that provides anchor points for parents and therapists in their difficult and paradoxical quest to integrate connection with authority, in case of serious behavioural problems, as well as for ordinary educational issues.

Literatuur

  1. Adorno, T. (1971). Opvoeding tot mondigheid. Utrecht Antwerpen: Spectrum.Google Scholar
  2. Ainsworth, M. S., & Bowlby, J. (1991). An ethological approach to personality development. American Psychologist, 46, 333–341.CrossRefGoogle Scholar
  3. Alon, N., & Omer, H. (2006). The psychology of demonization. Promoting acceptance and reducing conflict. Londen: Lawrence Erlbaum Associates.Google Scholar
  4. Arendt, H. (1954). What is authority? In H. Arendt (red.), Between past and future; eight exercises in political thought. New York: Harper.Google Scholar
  5. Baart, A. (2001). Een theorie van de presentie. Utrecht: Lemma.Google Scholar
  6. Bateson, G. (1972). Steps to an ecology of mind. Chicago: University of Chicago Press.Google Scholar
  7. Baumrind, D. (1971). Current patterns of parental authority. Developmental Psychology Monographs, 4, 1–103.CrossRefGoogle Scholar
  8. Baumrind, D. (1991). The influence of parenting style on adolescent competence and substance use. Journal of Early Adolescence, 11, 56–95.CrossRefGoogle Scholar
  9. Bode, C. de, & Bom, H. (1999). Niet meer op slot! Doorbreken van impasses bij jongeren met een verstandelijke handicap. Assen: van Gorcum.Google Scholar
  10. Boeckhorst, F. (2003). Duivelse spiralen. Werkboek voor meervoudig-systemisch denken in de sociale psychiatrie. Warnsveld: GGNet Warnsveld.Google Scholar
  11. Boeckhorst, F. (2009). De systemische component. In S. Colijn, H. Snijders, M. Thunnissen, S. Bögels & W. Trijsburg (red.), Leerboek psychotherapie (pag. 123–134). Utrecht: de Tijdstroom.Google Scholar
  12. Boeckhorst, F. (2014). Behandelcontext. In M. J. van Lawick, E. T. M. Reijmers & A. Savenije (red.), Handboek voor systeemtherapie (pag. 163–177). Utrecht: de Tijdstroom.Google Scholar
  13. Bom, H. (2009). Identiteit en autoriteit, een contextuele benadering. Systeemtherapie, 21, 4–14.Google Scholar
  14. Bom, H. (2014). Consultatie in de instelling. In M. J. van Lawick, E. T. M. Reijmers & A. Savenije (red.), Handboek voor systeemtherapie (pag. 615–627). Utrecht: de Tijdstroom.Google Scholar
  15. Bowlby, J. (1980). Attachment and loss. band 1–3. New York: Basics Books. First published in 1969 and 1973Google Scholar
  16. Brandon, P. (2012). Het narratieve zelf. Een analyse van het debat en een herinterpretatie van het narratieve zelfconcept . Scriptie. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam.Google Scholar
  17. Brink, G. van den (2001). Geweld als uitdaging. Utrecht: NIZW.Google Scholar
  18. Brinkgreve, C. (2012). Het verlangen naar gezag. Amsterdam: Boom.Google Scholar
  19. Buber, M. (2010). Ik en jij. Utrecht: Bijleveld.Google Scholar
  20. Derksen, J. (29 december 2016). Narcisme en onzekerheid te wijten aan opvoeding. De Volkskrant.Google Scholar
  21. Fletcher, A. C., Steinberg, L., & Williams, M. (2004). Parental influences on adolescent problem behavior. Child Development, 75, 781–796.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  22. Furedi, F. (2011). De terugkeer van gezag. Waarom kinderen niets meer leren. Amsterdam: Meulenhoff.Google Scholar
  23. Graaff, C. de, & Baarle, E. van (2012). Gezag leraar aan erosie onderhevig . Schooljournaal 10. Website CNV onderwijs. https://www.cnvo.nl/fileadmin/user_upload/PDF/Gezag_Sjnr20.10-15.pdf Google Scholar
  24. Helliwell, J., Layard, R., & Sachs, J. (2016). World happiness report 2016. Update. band I. New York: Sustainable Development Solutions Network.Google Scholar
  25. Holen, F. van (2014). Ontwikkeling en implementatie van een trainingsprogramma voor pleegouders gebaseerd op geweldloos verzet. Brussel: VUB Press.Google Scholar
  26. Laing, R. D. (1960). The divided self: an existential study in sanity and madness. Harmondsworth: Penguin.Google Scholar
  27. Laing, R. D. (1967). The politics of experience and the bird of paradise. Harmondsworth: Penguin.Google Scholar
  28. Lamborn, S. D., Mounts, N. S., Steinberg, L., & Dornbusch Sanford, M. (1991). Patterns of competence and adjustment among adolescents from authoritative, authoritarian, indulgent, and neglectful families. Child Development, 62, 1049–1065.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  29. Lebowitz, E., Omer, H., Hermes, H., & Scahill, L. (2014). Parent training for childhood anxiety disorders: the SPACE. Cognitive and Behavioral Practice, 21, 456–469.CrossRefGoogle Scholar
  30. Lebowitz, E. R., & Omer, H. (2013). Treating childhood and adolescent anxiety. A guide for caregivers. Hoboken: Wiley.CrossRefGoogle Scholar
  31. Lebowitz, E. R., & Omer, H. (2016). Nonviolent resistance: helping caregivers reduce problematic behaviors in children and adolescents. Journal of Marital and Family Therapy, 42, 688–700.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  32. Leij, A. van der (2013). De pretparkgeneratie. Amsterdam: Nijgh en Van Ditmar.Google Scholar
  33. Maughan, D. R., Christiansen, E., Jenson, W. R., Olympia, D., & Clark, E. (2005). Behavioral parent training as a treatment for externalizing and disruptive behavior disorders: a meta-analysis. School Psychology Review, 34, 267–286.Google Scholar
  34. Omer, H. (2000). Parental presence. Phoenix AZ: Tucker & Co.Google Scholar
  35. Omer, H. (2004). Nonviolent resistance. A new approach to violent and self-destructive children. Cambridge: University Press.Google Scholar
  36. Omer, H. (2011). Nieuwe autoriteit. Samenwerken aan een krachtige opvoedingsstijl thuis, op school en in de samenleving. Amsterdam: Hogrefe.Google Scholar
  37. Omer, H. (2015). Waakzame zorg. Hoe je als ouders je kind houvast kan geven als dat nodig is. Amsterdam: Hogrefe.Google Scholar
  38. Omer, H., & Lebowitz, E. R. (2016). Nonviolent resistance: helping caregivers reduce problematic behaviors in children and adolescents. Journal of Marital and Family Therapy, 20, 1–13.Google Scholar
  39. Omer, H., & Schlippe, A. von (2010). Kracht in plaats van macht. ‘Nieuw gezag’ als kader voor hechting. Gezinstherapie Wereldwijd, 21, 47–62.Google Scholar
  40. Omer, H., & Wiebenga, E. (2015). Geweldloos verzet in gezinnen: een nieuwe benadering van gewelddadig en zelfdestructief gedrag van kinderen en adolescenten (2e druk.). Houten: Bohn Stafleu van Loghum.CrossRefGoogle Scholar
  41. Omer, H., Steinmetz, S., Carthy, T., & Schlippe, A. von (2013). The anchoring function: parental authority and the parent-child bond. Family Process, 52, 193–206.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  42. Parke, R. D., & Buriel, R. (1998). Socialization in the family: ethnic and ecological perspectives. In W. Damon & N. Eisenberg (red.), Social, emotional, and personality development Handbook of child psychology, band 3 New York: Wiley.Google Scholar
  43. Pas, A. van der (2012). Handboek voor methodische ouderbegeleiding, dl. 2. Naar een psychologie van ouderschap. Amsterdam: SWP.Google Scholar
  44. Patterson, G. R. (1982). Coercive family process. A social learning approach, band 3. Eugene OR: Castalia.Google Scholar
  45. Patterson, G. R., Reid, J. B., & Dishion, T. J. (1992). Antisocial boys. Eugene OR: Castalia.Google Scholar
  46. Rethans, S. (12 april 2014). Klappen van je kind. VK Magazine.Google Scholar
  47. Sharp, G. (1973). The politics of nonviolent action. Boston MA: Extending Horizons.Google Scholar
  48. Sharp, G. (1979). Gandhi as a political strategist. Boston MA: Porter Sargent.Google Scholar
  49. Spangenberg, F., & Lampert, M. (2011). De grenzeloze generatie en de onstuitbare opmars van de bv IK. Amsterdam: Nieuw Amsterdam.Google Scholar
  50. Steinberg, L. (2001). We know some things: adolescent-parent relationships in retrospect and prospect. Journal of Research on Adolescence, 11, 1–19.CrossRefGoogle Scholar
  51. Swaan, A. de (1997). De mens is de mens een zorg. Opstellen 1971–1981. Amsterdam: Meulenhoff.Google Scholar
  52. Verhaeghe, P. (2012). Identiteit. Amsterdam Antwerpen: de Bezige Bij.Google Scholar
  53. Verhaeghe, P. (2015). Autoriteit. Amsterdam Antwerpen: de Bezige Bij.Google Scholar
  54. Vink, R., Goes, A., Doornink, N., Broerse, A., Pannebakker, F., Zwan, R. van der, & Schakenraad, W. (2014). Huiselijk geweld door kinderen en jongeren tegen hun ouders. Verkennend onderzoek. Utrecht Leiden: Movisie TNO.Google Scholar
  55. Wiebenga, E. (1998). Ouderbegeleiding en systeemtheorie. Het systeemdenken als inspiratiebron voor methodische ouderbegeleiding. In M. Akkerman-Zaalberg van Zelst, H. van Leeuwen & N. Pameijer (red.), Ouderbegeleiding nader bekeken: schouders onder de ouders (pag. 131–150). Lisse: Swets & Zeitlinger.Google Scholar
  56. Winter, M. (2011). Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding. Vanachter de voordeur naar democratie en verbinding. Amsterdam: SWP.Google Scholar

Copyright information

© Stichting Tijdschrift voor Psychotherapie 2017

Authors and Affiliations

  1. 1.HaarlemNederland

Personalised recommendations