Advertisement

Tijdschrift voor Psychotherapie

, Volume 43, Issue 3, pp 188–201 | Cite as

Procesdiagnostiek vanuit vier perspectieven

Ervaringsgerichte oefeningen
Artikel
  • 166 Downloads

Samenvatting

Psychische gezondheid betekent, volgens het mensbeeld van de cliëntgerichte experiëntiële therapie, dat een individu in een proces van groei en ontwikkeling is. Psychische problemen kunnen vanuit dit perspectief worden begrepen als stagnaties of blokkades in dit proces. Procesdiagnose is gericht op het identificeren en helpen opheffen van deze blokkades. Er zijn vier perspectieven uitgewerkt binnen deze therapeutische richting om naar het proces en naar de stagnaties in het proces van de cliënt te kijken: het proces als betekenisgeving, als ervaringswijze, als relationele verbinding met anderen en als existentiële zelfverwezenlijking. Na een korte beschrijving van deze vier perspectieven worden ze in dit artikel op een praktisch niveau geïllustreerd. Vier oefeningen worden voorgesteld die bij een cliëntbespreking of supervisie kunnen worden aangewend om inzicht te krijgen in een gestagneerd cliëntproces. Elke oefening illustreert een ander perspectief om naar de stagnaties in het proces van de cliënt te kijken.

Processdiagnostics in four perspectives

Experiential exercises

Abstract

Mental health means that a person is in a process of growth and development, according to the concept of the person in person-centred experiential psychotherapy. On the other hand psychological difficulties are seen as stagnations or blockades of this process. There are four perspectives elaborated in this therapeutic approach to look at the process of the client and its stagnations: the process as a creation of meaning, as a manner of experiencing, as a relational connection with others and as an existential self-realization. After a short description of these four perspectives, they are illustrated on a practical level. Four exercises are presented, which can be used in a supervision or case discussion, to get insight in the stagnations in a client’s process. Each exercise illustrates a different perspective at the process of the client.

Literatuur

  1. Bloemsma, F. (1999). Evalueren als therapeutische interventie. ‘Always check with the client’ (Carl Rogers). Tijdschrift voor Psychotherapie, 25, 162–177.CrossRefGoogle Scholar
  2. Bouwkamp, R. (1999). Helen door delen. Maarssen: Elsevier, de Tijdstroom.Google Scholar
  3. Gendlin, E. T. (1981). Focusing (2e druk.). New York: Bantam Books.Google Scholar
  4. Greenberg, L. S. (2002). Termination of experiential psychotherapy. Journal of Psychotherapy Integration, 12, 358–363.CrossRefGoogle Scholar
  5. Leijssen, M. (1995). Kenmerken van een helende innerlijke relatie. In G. Lietaer & M. Van Kalmthout (red.), Praktijkboek gesprekstherapie. Psychopathologie en experiëntiële procesbevordering (pag. 26–37). Utrecht: de Tijdstroom.Google Scholar
  6. Leijssen, M. (2006). Kortdurende cliëntgerichte psychotherapie. Tijdschrift Cliëntgerichte Psychotherapie, 44, 19–31.Google Scholar
  7. Renders, K., & Cooper, M. (2008). De pijn van het zijn. Confrontatie met existentiële dilemma’s in cliëntgericht-experiëntiële psychotherapie. In G. Lietaer, G. Vanaerschot, J. A. Snijders & R. J. Takens (red.), Handboek gesprekstherapie. De persoonsgerichte experiëntiële benadering (pag. 233–250). Utrecht: de Tijdstroom.Google Scholar
  8. Rogers, C. R. (1961). On becoming a person. A therapist’s view of psychotherapy. Londen: Constable.Google Scholar
  9. Süle, Á. (2008). De oevers van de rivier. Tijdschrift Cliëntgerichte Psychotherapie, 46, 5–16.Google Scholar
  10. Süle, Á. (2010). Sculpting. In M. Gundrum & N. Stinckens (red.), De schatkist van de therapeut. Oefeningen en strategieën voor de praktijk (pag. 237–238). Leuven: Acco.Google Scholar
  11. Süle, Á. (2013). Procesdiagnose in vier perspectieven. Een integratieve kijk op therapeutische verandering. Tijdschrift voor Psychotherapie, 39, 100–114.CrossRefGoogle Scholar
  12. Swildens, J. C. A. G. (1988). Procesgerichte gesprekstherapie. Utrecht: de Tijdstroom.Google Scholar
  13. Vanaerschot, G., Lietaer, G., & Gundrum, M. (2008). Interactioneel proceswerk. In G. Lietaer, G. Vanaerschot, J. A. Snijders & R. J. Takens (red.), Handboek gesprekstherapie. De persoonsgerichte experiëntiële benadering (pag. 205–231). Utrecht: de Tijdstroom.Google Scholar
  14. Warner, M. S. (2000). Client-centered therapy at the difficult edge: work with fragile and dissociated process. In D. Mearns & B. Thorne (red.), Person-centred therapy today: new frontiers in theory and practice (pag. 144–171). Thousand Oaks: SAGE.Google Scholar
  15. Weiser, A. (2005). The radical acceptance of everything. Living a focusing life. Berkeley: Calluna Press.Google Scholar
  16. Wollants, G., & Lietaer, G. (1998). De existentiële dimensie. De betekenis van het existentieel-fenomenologisch gedachtegoed voor de psychotherapeutische praktijk. In W. Trijsburg, S. Colijn, E. Collumbien & G. Lietaer (red.), Handboek integratieve psychotherapie (pag. II 4‑1–II 4‑32). Utrecht: de Tijdstroom.Google Scholar

Copyright information

© Stichting Tijdschrift voor Psychotherapie 2017

Authors and Affiliations

  1. 1.HoegaardenBelgië

Personalised recommendations