Jeugd en Co

, Volume 12, Issue 2, pp 35–35 | Cite as

Uit de knel

  • Annet reusink
Uit de knel
  • 18 Downloads

Samenvatting

‘Mijn biologische ouders waren jonger dan ik nu toen ze me kregen. Raar hè? Mijn moeder was zestien, mijn vader vijftien. Mijn vader heb ik alleen als peuter gezien en mijn moeder kon me op een gegeven moment niet meer verzorgen.

Joëlla Somers (17) Probleem Foetaal Alcohol Syndroom (FAS) Hulp pleegouders

Open image in new window

‘Mijn biologische ouders waren jonger dan ik nu toen ze me kregen. Raar hè? Mijn moeder was zestien, mijn vader vijftien. Mijn vader heb ik alleen als peuter gezien en mijn moeder kon me op een gegeven moment niet meer verzorgen. Na acht maanden ben ik verhuisd naar Josée en Peter, mijn pleegouders. Later hebben ze me verteld dat ik geen contact maakte, niet knuffelde, niks, totdat mijn pleegouders me meenamen naar een verjaardag. Dat hele bezoek heb ik me als een aapje vastgeklampt aan mijn pleegmoeder. Op dat moment besloten mijn pleegouders: “Die laten we niet meer gaan!” Daar hebben ze zich aan gehouden.

Tijdens de zwangerschap dronk mijn echte moeder alcohol. Daardoor heb ik FAS. Vroeger ben ik veel gepest. Kinderen scholden me uit voor smurf omdat ik klein ben en mijn hoofd er een beetje anders uitziet. Mijn oren zitten lager en als ik moe ben, gaan mijn ogen hangen. Op de basisschool had ik weinig vriendinnen. Om de kleinste dingen kreeg ik ruzie. Leren ging ook niet. Ze hielden wel rekening met me, maar zeiden ook: dit moet je toch écht wel snappen. Nou, breuken begrijp ik op mijn zeventiende nog steeds niet. Met sommige dingen werkt mijn geheugen gewoon niet. Dat hoort bij FAS. Net als moeite met vrienden maken, snel boos worden en superdruk zijn. Autisme heb ik niet, maar ik denk wel dat ik een tikkeltje ADHD heb. Sinds ik op het speciaal onderwijs zit, gaat het beter. De kinderen zijn daar anders, net als ik. Wat ook helpt, is dat ik tegenwoordig allerlei soorten pillen slik. Ik ben minder snel boos en hoef niet meer de hele tijd rondjes te rennen. Alles lukt nu beter. Maar mijn pleegmoeder vindt dat ik een beetje moet oppassen met die pillen. Ze is bang dat ik te sloom word.

Met mijn biologische moeder heb ik altijd contact gehouden. Vroeger vergat ze vaak onze afspraken. Dan stond ik voor het raam te huilen. Tegenwoordig gaat het goed. Als ze komt, kletsen we en eten we de hele schaal koekjes leeg die mijn pleegmoeder heeft klaargezet. We zijn allebei snoepkonten. Uiterlijk lijken we ook op elkaar en we hebben dezelfde kledingsmaak. Soms lijken we wel vriendinnen, maar vroeger was ik boos op haar. Als zij niet had gedronken, had ik geen FAS gehad. Nu denk ik: het blijft toch mijn moeder, ik kom uit haar buik. Ze heeft het niet expres gedaan en ze kan het niet meer terugdraaien. Gelukkig heb ik dankzij mijn pleegouders een mooi en gezellig leven. Toch wil ik op mijn achttiende graag op mezelf wonen. Of dat mogelijk is, weet ik niet. Bij sommige dingen zal ik altijd hulp nodig houden.’

Joëlla werkt mee aan het FAS-project. Deze bewustwordingscampagne laat zien wat de gevolgen kunnen zijn van alcoholgebruik tijdens de zwangerschap: fasproject.nl.

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum is een imprint van Springer Media B.V., onderdeel van Springer Nature 2018

Authors and Affiliations

  • Annet reusink
    • 1
  1. 1.

Personalised recommendations