Ten geleide

Welkom bij het eerste nummer van 2021.

We beginnen dit nummer met een belangrijk onderwerp, waar we in dit tijdschrift nog weinig aandacht aan hebben besteed; te weinig, omdat dit onderwerp – namelijk een vervelende en onproductieve werksfeer in behandelteams – in supervisies wel vaak aan de orde komt, en misschien wel in toenemende mate, gezien de druk waaronder de ggz en jeugdzorg de laatste jaren staan. En zoals ik me nog geregeld kan verbazen over hoe in gezinnen een meerderheid van de leden individueel behandeld wordt, terwijl er niet of nauwelijks gezinstherapie plaatsvindt, zo kan men zich ook afvragen of individuele supervisies wel het meest probate middel zijn voor spanningen in een team. Ook een systemische benadering kan dan helpend zijn, berichten Schweitzer en Drews in hun artikel uit het ‘Journal of Family Therapy’. Deze auteurs uit Heidelberg presenteren hierin een aantal eenvoudige, maar veelbelovende technieken voor het doorbreken van vastgeroeste patronen in behandelteams. Inspiratie voor deze teamconsultaties vonden de auteurs vooral in de narratieve benadering van White en Epston, en in de Milanese school rond Selvini-Palazzoli – in mijn ogen een vruchtbare combinatie – en in dit artikel zien we dat terug in de mooie vormgeving van de interventies. Het is een prettig leesbaar artikel, over een transparante methode waarvan veel ingrediënten – met wat eigen creativiteit – gemakkelijk kunnen worden toegepast door professionals die op dit terrein werkzaam zijn. Maar ook in gezinstherapie kan het volgen van deze methode een manier zijn om van de praatstoel af te komen en wat speelser en meer ervaringsgericht te gaan werken. In plaats van samen te praten over het genogram kan een gezin bijvoorbeeld ook aan de slag gaan met een opstelling langs een touw (als tijdlijn), een techniek die in dit artikel beschreven staat. Auteurs vermelden dat deelnemers aan deze sessies zich jaren later nog goed herinneren wat ze daarin geleerd hebben, juist door de gebruikte metaforen en dramatechnieken is dat hen altijd bijgebleven. Kortom, het is een artikel dat ik alle systeemtherapeuten kan aanbevelen.

We vervolgen met een artikel van Tsvieli et al. uit ‘Family Therapy’, afkomstig uit Israël en de VS. Dit is een in-depth analyse van een behandeling voor adolescenten die gebukt gaan onder depressie met suïcidaliteit, ter bevordering van productieve emotieverwerking in interactie met hun ouders; een doel dat mij zeer passend lijkt bij deze problematiek, omdat het hier gaat om ernstige depressies, en dus om meer dan bij de fase van identiteitsvorming veel voorkomende melancholie. De waarde van het onderzoek ligt hierin dat precies gevolgd wordt wat er in de therapiesessies gebeurt: met onafhankelijke beoordelaars wordt geïnventariseerd welke interventies er door therapeuten worden gepleegd om het productief delen van emoties te bevorderen en er wordt bekeken of de cliënten daar vervolgens ook blijk van geven. Al met al een mooi voorbeeld van kwalitatief onderzoek naar individuele therapie met de adolescent. Een verslag van de effecten op de feitelijke interactie tussen ouders en kind, en op het meer delen van emoties ter versterking van de gehechtheid, zie ik in het artikel helaas niet terug. Dus, zoals een bekend cliché luidt: ‘further research is needed’.

Het artikel van Gerhardt en Smiths, uit het ‘Journal of Family Therapy’ (Engeland) beschrijft een mooie voorbeeldcasus, van hoe een computerspel kan worden ingezet bij een narratieve traumabehandeling van een jongen van 11 met een licht autistische stoornis. Ik heb eens een workshop bijgewoond van collega Erik van der Elst van het Lorentzhuis, waarin hij vertelde over het betrekken van sociale media en online spelletjes in de behandeling van kind en jeugd. Dit artikel is bij mijn weten een van de eerste publicaties waarin systematisch wordt beschreven hoe een videospel – in dit geval Minecraft – kan worden ingezet om een kind te helpen communiceren over zijn traumatische ervaringen. Hier gaat het weliswaar om een bijzondere gezinssituatie, waarbij de therapeut in de behandeling van de jongen ‘samenwerkt’ met zijn vader die gescheiden is van de moeder die haar zoon eerder had mishandeld. Maar dit betekent niet dat de lezer er niets uit kan halen voor zijn eigen praktijk en m.i. ook niet dat een dergelijke behandeling alleen nuttig is voor kinderen met een licht autistische stoornis. Maar ik laat het graag aan de lezer over om zo’n soort aanpak voor diens eigen caseload te overwegen.

In het artikel van Sepers et al. uit het ‘Journal of Family Violence’ (Nederland) presenteren de auteurs een eerste opzet en plan voor een kwantitatief en kwalitatief onderzoek naar kindermishandeling en de behandeling daarvan, en wel volgens de oplossingsgerichte benadering. Deze behandeling is gericht op het creëren van veiligheid in het gezin waarin sprake is/was van kindermishandeling, maar waarin ook ruimte is ingebouwd voor traumaverwerking. In onderzoek en praktijk is kindermishandeling een moeilijk te benaderen probleem (en dit project is dus zeker niet samen te vatten in een Ten Geleide), maar dit artikel schetst een degelijke aanpak die daarmee veel kans op succes in zich draagt. Vooral de wisselwerking tussen onderzoek en praktijk is vermeldenswaard; ik kan mij geen artikel herinneren waarin de wisselwerking tussen onderzoek en behandeling zo duidelijk is. Ook dit artikel is dus zeer de moeite waard om kennis van te nemen en hopelijk verschijnen er in dit tijdschrift nog meer publicaties over dit project, zodat we de voortgang kunnen volgen.

Het volgende artikel, van Wolford en Holtrop uit ‘Family Process’ (Florida, VS), sluit methodologisch aan bij het vorige artikel; in die zin dat ook hierin sprake is van kwalitatief onderzoek. Alleen gaat het hierin over de emotionele ervaringen van moeders die een effectief programma voor opvoedingsondersteuning hebben gevolgd voor de aanpak van gedragsproblemen bij jongeren. Het ondeugende van dit onderzoek is dat hierin kwalitatieve gegevens worden beschreven die ontleend zijn aan een kwantitatief onderzoek naar een programma dat daarin als effectief was aangemerkt. Met ondeugend bedoel ik dat uit zo’n onderzoek zou kunnen blijken dat het programma weliswaar effectief is, maar dat het mogelijk ook een emotionele rollercoaster is voor de ouders. Welnu, ik ga niet verklappen of dit zo is, dat staat in het artikel beschreven. Opmerkelijk is – en dit getuigt van een systemische visie bij de onderzoekers – dat de emotionele ervaringen niet alleen op individueel niveau worden beschreven, maar ook op het niveau van de ouder-kind relatie en van de bredere relationele context van het gezin.

Het artikel van Dadds et al. uit het ‘Journal of Consulting and Clinical Psychology’ (Australië) gaat ook over (breed gedefinieerde) gedragsproblemen bij jongeren van 3–14 jaar. Het betreft een evaluatie van een behandelprogramma in Australië, bestaande uit opvoedondersteuning voor ouders. Dit programma werd zowel online aangeboden – voor ouders in afgelegen gebieden – als face-to-face, in een stedelijke omgeving. De effectiviteit van beide programmaversies werd vergeleken in een methodologisch goed opgezette studie, en dit leverde opmerkelijke resultaten op. Het artikel ontzenuwt een aantal hardnekkige ideeën over de voor- en nadelen van online versus face-to-face behandelen en biedt daarmee nuttige informatie voor verdere ontwikkelingen op dit vlak, bijvoorbeeld voor een betere indicatiestelling voor de ene of de andere methode. De studie is zeer actueel in de huidige corona-tijd, waarin online behandeling soms de enige keus is. Maar wellicht geven de resultaten van dit onderzoek aanleiding om ook na de pandemie wat vaker naar dit middel te grijpen.

Ik wens u veel leesplezier met dit gevarieerde nummer, waarin onderzoek wordt afgewisseld met nieuwe ideeën voor behandeling en interventies. Het lijkt erop dat voor dat laatste in de internationale literatuur tegenwoordig weer wat meer aandacht is, waar we de laatste jaren erg veel nadruk zagen liggen op effectonderzoek en evidence-based werken. Wat mij betreft is dat een welkome ontwikkeling.

Lot Wouda,

Hoofdredacteur ‘Gezinstherapie Wereldwijd’

Author information

Affiliations

Authors

Corresponding author

Correspondence to L. Wouda.

Rights and permissions

Reprints and Permissions

About this article

Verify currency and authenticity via CrossMark

Cite this article

Wouda, L. Ten geleide. Gezinstherapie Wereldwijd 32, 1–3 (2021). https://doi.org/10.1007/s12440-021-00145-x

Download citation