Denkbeeld

, Volume 30, Issue 1, pp 35–35 | Cite as

Sterke mensen

  • Job Van Amerongen
Jobs tijding
  • 15 Downloads

Samenvatting

‘Ik ben dement, maar niet incompetent.’ Het levensmotto van Joop staat als een huis, maar de mensheid laat zijn optimisme en blijmoedigheid niet altijd onweersproken. Zoals wanneer dorpsgenoten in zijn aanwezigheid bij zijn Janny informeren of ze hem nog wel alleen durft te laten. Ja hoor, dat durft Janny wel. Dat Joop in haar afwezigheid het huis kort en klein slaat, gebeurt maar eens per drie maanden. ‘Dus waar hebben we het nou helemaal over?’

‘Ik ben dement, maar niet incompetent.’ Het levensmotto van Joop staat als een huis, maar de mensheid laat zijn optimisme en blijmoedigheid niet altijd onweersproken. Zoals wanneer dorpsgenoten in zijn aanwezigheid bij zijn Janny informeren of ze hem nog wel alleen durft te laten. Ja hoor, dat durft Janny wel. Dat Joop in haar afwezigheid het huis kort en klein slaat, gebeurt maar eens per drie maanden. ‘Dus waar hebben we het nou helemaal over?’

Joop en Janny passen goed bij elkaar. Ook qua humor. ‘Ik heb na de diagnose frontotemporale dementie wat taken aan Janny moeten delegeren. Zij vormt nu het management.’ Olijk, met het hoofd een tikkeltje schuin, kijkt Joop na een dergelijke uitspraak de wereld in.

‘Is het waar dat Joop nog steeds alleen naar de dagbehandeling fietst?’ zo vroeg iemand Janny recent in de supermarkt. ‘Ik zag hem vanmorgen al vroeg weggaan.’ De ondertoon was verwijtend.

‘Ja hoor, mevrouw. En aangezien het nu al kwart over elf is en ik nog geen telefoontje van de dagbehandeling heb gekregen, acht ik ook vandaag de kans weer zeer wel aanwezig dat hij daadwerkelijk in De Luwte is gearriveerd.’ Maar had Janny dan niet gehoord dat het Joop laatst bij de slager niet gelukt was zijn bestelling te plaatsen? Dat hij helemaal niet meer uit zijn woorden had kunnen komen? Zeker, daar had Janny kennis van genomen. De dorpswereld is immers klein. De slager had overigens niet erg empathisch gereageerd. Of die meneer zijn boodschappen voortaan niet op een briefje kon schrijven als hij zo moeilijk kon praten. Zo kostte het allemaal wel erg veel tijd. Schouderophalend had Joop de slagerij verlaten en onderweg had hij de vleesafdeling van de supermarkt aangedaan. De neiging om even met het gehakt en de rosbief langs de slager te lopen om mede te delen dat hij deze producten bedoelde en dat ze verrassend genoeg ook elders te koop waren, had hij nog net kunnen onderdrukken.

Ach ja, doorgaans is het allemaal niet slecht bedoeld. ‘Wanneer ik mensen op straat tegenkom zijn er grofweg drie reacties,’ vertelt Joop. ‘De eerste is de ontwijkende. Mensen die je snel de straat ziet oversteken omdat ze bij het idee alleen al dat ze zich met jou moeten verstaan nerveus worden. De tweede categorie zegt dat ik wel geen idee zal hebben wie ik voor me heb, ze zijn verrast wanneer ik dan toch een naam kan noemen. Gratis en voor niets leg ik dan uit dat bij frontotemporale dementie de aantasting van het geheugen niet het meest in het oog springende symptoom is. Ten slotte zijn er gelukkig ook nog betrekkelijk veel mensen die oprecht geïnteresseerd zijn in hoe het met me gaat en me benaderen als een volwassen mens.’

Eén keer heeft Joop zijn geduld verloren. En dat eigenlijk alleen nog maar omdat zijn Janny in tranen was uitgebarsten. De vorm van de dag was niet goed en Joop kon een aantal malen de juiste woorden niet vinden. Op een gegeven moment had een meneer net iets te duidelijk hoorbaar tegen zijn echtgenote gezegd dat je dat nou eenmaal krijgt wanneer je altijd te veel hebt gedronken. Geconfronteerd met de betraande Janny had Joop de man te verstaan gegeven dat hij hem graag in de ballen zou trappen. Om diens verbijsterde gezicht hadden ze achteraf wel weer veel plezier gehad.

Joop en Janny. Optimistisch op weg in een nog niet altijd even dementievriendelijke samenleving.

Copyright information

© Stichting Tijdschrift voor Psychogeriatrie 2018

Authors and Affiliations

  • Job Van Amerongen
    • 1
  1. 1.

Personalised recommendations