Denkbeeld

, Volume 30, Issue 1, pp 12–12 | Cite as

Euthanasie bij mensen met gevorderde dementie is niet te rijmen met handelen conform de bestaande wettelijke zorgvuldigheidseisen

  • Bohn Stafleu van Loghum
De stelling
  • 31 Downloads

Samenvatting

Het debat in de Nederlandse samenleving over euthanasie bij gevorderde dementie is vaak een dialoog tussen mensen van wie de mening al vaststaat. Voorstanders hameren op het recht van elk mens om zelf te beslissen wanneer het lijden genoeg is geweest en het leven beëindigd moet worden.

Het debat in de Nederlandse samenleving over euthanasie bij gevorderde dementie is vaak een dialoog tussen mensen van wie de mening al vaststaat. Voorstanders hameren op het recht van elk mens om zelf te beslissen wanneer het lijden genoeg is geweest en het leven beëindigd moet worden. Autonomie staat in deze visie voorop: de autonome wens van het individu wordt vastgelegd in een schriftelijke verklaring die anticipeert op wat men denkt dat mogelijk komen gaat. Twijfelaars en tegenstanders betwisten dit recht – meestal – niet fundamenteel, maar zien de mens behalve als individu ook als relationeel wezen, levend in sociale verbanden: dat zou diens autonomie kunnen inperken.

Bij dit alles is er weinig aandacht voor de kwestie of aan de wettelijke zorgvuldigheidseisen bij euthanasie in de actuele situatie van levensbeëindiging bij een mens met gevorderde dementie wel kan worden voldaan. Toch ligt daar mijns inziens een echt probleem. De arts die euthanasie wil verlenen moet namelijk, volgens artikel 293, tweede lid, Wetboek van Strafrecht:

  1. 1.

    ervan overtuigd zijn dat er sprake is van een vrijwillig en weloverwogen verzoek van de patiënt;

     
  2. 2.

    ervan overtuigd zijn dat er sprake is van uitzichtloos en ondraaglijk lijden van de patiënt;

     
  3. 3.

    de patiënt informeren over de situatie waarin deze zich bevindt en over diens vooruitzichten;

     
  4. 4.

    met de patiënt tot de overtuiging komen dat er voor de situatie waarin deze zich bevindt geen redelijke andere oplossing is;

     
  5. 5.

    ten minste één andere, onafhankelijke arts raadplegen, die de patiënt ziet en schriftelijk zijn oordeel geeft over de zorgvuldigheidseisen, bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 4;

     
  6. 6.

    de levensbeëindiging of hulp bij zelfdoding op medisch zorgvuldige wijze uitvoeren.

     

De problematiek zit vooral in de derde en vierde zorgvuldigheidseis: doordat bij gevorderde dementie adequate communicatie niet mogelijk is, kan de arts de patiënt niet informeren en is het onmogelijk samen met deze tot de overtuiging te komen dat er geen redelijke andere oplossing bestaat. Dat maakt handelen volgens de zorgvuldigheidseisen in geval van euthanasie bij iemand met gevorderde dementie vrijwel ondoenlijk.

De wetgever heeft getracht euthanasie toch mogelijk te maken voor wilsonbekwame mensen die in het bezit zijn van een wilsverklaring. Daartoe is deze passage toegevoegd:

‘Indien de patiënt van zestien jaren of ouder niet langer in staat is zijn wil te uiten, maar voordat hij in die staat geraakte tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat werd geacht, en een schriftelijke verklaring, inhoudende een verzoek om levensbeëindiging, heeft afgelegd, dan kan de arts aan dit verzoek gevolg geven. De zorgvuldigheidseisen zijn van overeenkomstige toepassing.’

Nu ben ik geen neerlandicus of jurist, maar een gewone Nederlander die de wet behoort te kennen, en in die hoedanigheid lees ik dat deze uitzonderingsbepaling in de laatste zin toch weer terugverwijst naar de zes zorgvuldigheidseisen. Deze toevoeging lost het probleem dat bij gevorderde dementie niet kan worden voldaan aan de derde en vierde zorgvuldigheidseis mijns inziens dus niet op. Een schriftelijke wilsverklaring uit het verleden garandeert geen zorgvuldigheid bij euthanasie in het heden.

Mijn conclusie luidt dat euthanasie bij mensen met gevorderde dementie niet te rijmen is met handelen conform de bestaande wettelijke zorgvuldigheidseisen. Voor verlichting van ondraaglijk lijden bij deze mensen moeten we aan palliatie denken. Of we moeten er als maatschappij voor kiezen de zorgvuldigheidseisen aan te passen. Persoonlijk vind ik communicatie met de patiënt over de in zorgvuldigheidseis 1 tot en met 4 genoemde onderwerpen essentieel en zou ik deze eisen dan ook handhaven. Debat over euthanasie bij gevorderde dementie zou met name hierover moeten gaan.

Copyright information

© Stichting Tijdschrift voor Psychogeriatrie 2018

Authors and Affiliations

  • Bohn Stafleu van Loghum
    • 1
  1. 1.

Personalised recommendations