Advertisement

Tijdschrift voor Psychotherapie

, Volume 36, Issue 5, pp 302–318 | Cite as

Eugène Carp, promotor van de psychotherapie

  • Hans Wilschut
Artikel
  • 58 Downloads

Samenvatting

Carp (1895-1983) was hoogleraar psychiatrie tussen 1930-1963. Hij is van groot belang geweest voor de ontwikkeling van de psychotherapie in Nederland. In zijn onderzoek van de grondslagen van de psychotherapie legde hij de nadruk op de therapeutische relatie en universele therapiefactoren. Hij bevorderde de psychotherapie door veel methoden te analyseren en in de praktijk te testen. Hij introduceerde psychodrama, groepstherapie en sociotherapie in zijn kliniek. Carp staat daarmee aan het begin van de klinische psychotherapie in Nederland.

Literatuur

  1. Brinkgreve, C. (1984). Psychoanalyse in Nederland. Een vestigingsstrijd. Amsterdam: De Arbeiderspers.Google Scholar
  2. Brinkgreve, C., Onland, J.H. & Swaan, A. de. (1979). De opkomst van het psychotherapeutisch bedrijf. Utrecht: Het Spectrum.Google Scholar
  3. Bulhof, I.N. (1983). Freud en Nederland. De interpretatie en invloed van zijn ideeën. Baarn: Ambo.Google Scholar
  4. Carp, E.A.D.E. (1930). Suggestie en suggestibiliteit. Inaugurele rede. Leiden: S.C. van Doesburgh.Google Scholar
  5. Carp, E.A.D.E. (1937). Jaarverslag Rhijngeest.Google Scholar
  6. Carp, E.A.D.E. (1938a). De individual-psychologische behandelingmethode. Een critische uiteenzetting. Lochem: De Tijdstroom.Google Scholar
  7. Carp, E.A.D.E. (1938b). Uitkomsten verkregen met psychotherapie. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 82, 971-976.Google Scholar
  8. Carp, E.A.D.E. (1939). De suggestieve behandelingsmethodes en het suggestieve element in de psychotherapie. Lochem: De Tijdstroom.Google Scholar
  9. Carp, E.A.D.E. (1946). Grondslagen van psychotherapie. Lochem: De Tijdstroom.Google Scholar
  10. Carp, E.A.D.E. (1947). De neurosen. 3e herziene druk. Amsterdam: Scheltema & Holkema.Google Scholar
  11. Carp, E.A.D.E. (1948). De analytisch-psychologische behandelingsmethode volgens Jung. Een critische uiteenzetting. Amsterdam: Meulenhoff.Google Scholar
  12. Carp, E.A.D.E. (1949). Psychodrama. Dramatisering als vorm van psychotherapie. Amsterdam: Scheltema & Holkema.Google Scholar
  13. Carp, E.A.D.E. (1951). Rodion Raskolnikow. A psychopathological study. Amsterdam: A.J.G. Strengholt.Google Scholar
  14. Carp, E.A.D.E., Fortanier, A.H. & Plokker, J.H. (1952), The affective contact. International congress for psychotherapeutics. Leiden-Oegstgeest, 5-8 september 1951. Amsterdam: Strengholt.Google Scholar
  15. Carp, E.A.D.E. (1953). Grondslagen van psychotherapie. Tweede druk. Lochem: De Tijdstroom.Google Scholar
  16. Carp, E.A.D.E., Stokvis, B. & Groot, J.J. de (1953). Problemen der groepspsychotherapie. Lochem: De Tijdstroom.Google Scholar
  17. Carp, E.A.D.E. (1954). Sociotherapie. Lochem: De Tijdstroom.Google Scholar
  18. Carp, E.A.D.E. (1963), Group psychotherapy in lonely adolescents. In L. Schenk-Danzinger & H. Thomae (Hrsg.), Gegenwartsprobleme der Entwicklungspsychologie. Festschrift für Charlotte Bühler (pp. 188-196). Göttingen: Verlag für Psychologie.Google Scholar
  19. Eisenga, L.K.A. (1978). Geschiedenis van de Nederlandse psychologie. Deventer: Van Loghum Slaterus.Google Scholar
  20. Fortanier, A.H. (1940). Policlinische psychotherapie. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 84, 1702-1704.Google Scholar
  21. Frank, J.D. (1973). Persuasion and healing. A comparative study of psychotherapy. New York: John Hopkins University Press.Google Scholar
  22. Goei, L. de (2001). De psychohygiënisten. Psychiatrie, cultuurkritiek en de beweging voor geestelijke volksgezondheid in Nederland, 1924-1970. Nijmegen: SUN.Google Scholar
  23. Grinten, T. van der (1987). De vorming van de ambulante geestelijke gezondheidszorg. Een historisch beleidsonderzoek. Baarn: Ambo.Google Scholar
  24. Jelgersma, G. (1914). Ongeweten geestesleven. Leiden: S.C. van Doesburgh.Google Scholar
  25. Jelgersma, G. (1926). Leerboek der psychiatrie. Amsterdam: Scheltema & Holkema.Google Scholar
  26. Jongerius, P.J. (1963). Sociotherapie in de psychiatrische kliniek. Assen: Van Gorcum.Google Scholar
  27. Meulen, R.H.J. ter (1988). Ziel en zaligheid. De receptie van de psychologie en van de psychoanalyse onder de katholieken in Nederland 1900-1965. Baarn: Ambo.Google Scholar
  28. Oosterhuis, H. & Gijswijt-Hofstra, M. (2008). Verward van geest en ander ongerief. Psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg in Nederland (1870-2005). Houten: Bohn Stafleu van Loghum.Google Scholar
  29. Reijzer, H.M. (1993). Naar een nieuw beroep. Psychotherapeut in Nederland. Houten/Zaventem: Bohn Stafleu van Loghum.Google Scholar
  30. Rooijmans, H.G.M. (1998). 99 jaar tussen wal en schip. Geschiedenis van de Leidse Universitaire Psychiatrie (1899-1998). Houten/Diegem: Bohn Stafleu van Loghum.Google Scholar
  31. Swildens, J.C.A.G. (1980). Historie rogeriaanse opleiding in Nederland. Tijdschrift voor Psychotherapie, 6, 239-246.Google Scholar
  32. Waal, W.J. de (1992). De geschiedenis van de psychotherapie in Nederland. ’s Hertogenbosch: De Nijvere Haas.Google Scholar
  33. Waardt, H. de (2005). Mending minds. A cultural history of Dutch academic psychiatry. Rotterdam: Erasmus Publishing.Google Scholar
  34. Wilschut, J. (2009a). Tussen psychiatrie en filosofie. De dynamische psychiatrie van Eugène A.D.E. Carp ( 1895-1983). Amsterdam: Candide.Google Scholar
  35. Wilschut, J. (2009b). Carp en Freud. Tijdschrift voor psychoanalyse, 15, 159-171.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2010

Authors and Affiliations

  • Hans Wilschut

There are no affiliations available

Personalised recommendations