Advertisement

Zorg en Financiering

, Volume 4, Issue 6, pp 36–36 | Cite as

847 Advies Rmo ‘Lokalisering Van Maatschappelijke Ondersteuning’

Article
  • 11 Downloads

Samenvatting

Voor het welslagen van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) is het van belang dat het Rijk zich een andere rol aanmeet dan het gewend is. Minder dirigeren en controleren en meer stimuleren. De aanstelling van zogeheten change agents kan daarbij helpen. Uitgangspunt moet blijven dat problemen met de WMO op het lokale vlak worden opgelost. Ze mogen niet als vanzelf weer leiden tot centrale maatregelen.

Dat schrijft de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) in zijn jongste advies Lokalisering van maatschappelijke ondersteuning, dat 20 juni jl. aan Staatssecretaris Ross van VWS is aangeboden. Het advies is het eerste in een tweeluik en gaat over de bestuurlijke voorwaarden voor een succesvolle WMO. Later zal de RMO adviseren over de betekenis van de wet voor de relatie tussen gemeenten, burgers en professionals.

De RMO onderschrijft de principes van de WMO. De rijksoverheid kan nog wel een aantal voorwaarden invullen om de WMO daadwerkelijk tot een succes te maken.

Het doel van de WMO is dat gemeenten ervoor zorgen dat hun burgers kunnen ‘meedoen’, dat barrières voor participatie worden geslecht. De WMO biedt de mogelijkheid de ondersteuning van kwetsbare burgers lokaal, ‘dicht bij de burger’ vorm te geven. Herkenbaarheid, kleinschaligheid en betrokkenheid krijgen daarmee een kans. De raad meent daarom dat met de WMO de situatie voor burgers kan verbeteren.

Voorwaarden voor een succesvolle WMO

Voor het welslagen van de WMO is het echter van belang dat de rijksoverheid minder dirigeert en controleert en meer stimuleert. De raad noemt vier vormen van permanente stimulans. Ten eerste kan de rijksoverheid bij de communicatie over de wet de missie zoveel mogelijk in resultaatgerichte doelen uitleggen en steeds het perspectief van de (kwetsbare) burger centraal stellen. Ten tweede moeten gemeenten echt de ruimte krijgen om de WMO naar eigen inzicht vorm te geven. In de derde plaats moeten ook in de toekomst voldoende financiële middelen beschikbaar zijn waarmee gemeenten de wet kunnen uitvoeren, omdat maatschappelijke ontwikkelingen ertoe leiden dat steeds meer mensen behoefte zullen hebben aan ondersteuning. Ten slotte kan de rijksoverheid change agents aanstellen die gemeenten helpen zich onderling te vergelijken. Change agents bevorderen dat het ‘vandaag beter gaat dan gisteren en morgen weer beter dan vandaag.’

Knelpunten inventariseren

Traditioneel rijksbeleid kan soms botsen met de principes van de WMO. Zo hebben gemeenten nauwelijks zeggenschap over het openbaar vervoer of over de modernisering van het zorgstelsel. De raad stelt daarom voor om knelpunten te inventariseren die voortkomen uit (strijdende) sturingsconcepten op beleidsterreinen die de WMO raken. De rijksoverheid zou vervolgens beleid moeten ontwikkelen dat bijdraagt aan een werkbare rolverdeling tussen Rijk, gemeenten en overige organen met bevoegdheden die aan de WMO grenzen. Daarbij moet de overheid zich realiseren dat op lokaal niveau samenwerking belangrijker is dan onderlinge afbakening van beleidsterreinen.

Aanwijzingsbevoegdheid

Als zich met de WMO problemen voordoen, dan moeten die op het lokale vlak worden opgelost. Problemen mogen niet als vanzelf leiden tot centrale maatregelen. De raad stelt wel voor om in het geval van structurele taakverwaarlozing door een gemeente een aanwijzingsbevoegdheid voor de rijksoverheid te creëren.

Bron: RMO, 20 juni 2005◄

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2005

Authors and Affiliations

  •    
    • 1
  1. 1.

Personalised recommendations