Advertisement

Bijblijven

, Volume 26, Issue 6, pp 32–37 | Cite as

Zin en onzin over sporten en afslanken

  • J. Roeykens
Artikel
  • 438 Downloads

Samenvatting

Uit de Belgische cijfers van de Nationale Gezondheidsenquête 2010 blijkt dat de prevalentie van overgewicht blijft stijgen: de Belg heeft vandaag de dag een gemiddeld BMI van 25,3 kg/m² en 14% is obees. Van de kinderen tussen 2 en 17 jaar heeft 18% overgewicht. De toename in overgewicht is sinds de eerste enquêtes in 1997 met 6% gestegen. Deze cijfers geven indirect weer dat veel mensen in onze maatschappij een relatief groot deel van de dag zittend doorbrengen, ondanks het groeiend bewustzijn bij bepaalde lagen van de bevolking van de positieve effecten van lichaamsbeweging op lichaam en geest. Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel mensen hopen door meer te bewegen in de vrije tijd relatief snel het overtollige lichaamsgewicht weg te kunnen werken. Dit alleen al vormt een mogelijke verklaring voor het immense succes van Start to Run-programma’s. Zonder te willen afdingen op het nut voor de gezondheid van deze bewegingsprogramma’s, moet men echter vaststellen dat het effect op de vermindering van het lichaamsgewicht voor de meeste sporters beperkt blijft.

De vraag is dus of, en zo ja hoeveel en hoe intensief, men moet bewegen om eventueel gewichtsverlies te bewerkstelligen. Dit artikel gaat op zoek naar de wetenschappelijke onderbouwing van de adviezen hierover.

Literatuur

  1. 1.
    Sacks FM, Bray GA, Carey VJ, Smith SR, Ryan DH, Anton SD, et al. Comparison of weight-loss diets with different compositions of fat, protein, and carbohydrates. N Engl J Med 2009 360:859-73.Google Scholar
  2. 2.
    Mathus-Vliegen L. Zin en onzin van diëten in de gastro-enterologie. Danone Leerstoel Katholieke Universiteit Leuven, 2007.Google Scholar
  3. 3.
    Johansson L, Solvoll K, Bjørneboe GE, Drevon CA. Under- and overreporting of energy intake related to weight status and lifestyle in a nationwide sample. Am J Clin Nutr 1998;68:266-74.Google Scholar
  4. 4.
    Tooze JA, Subar AF, Thompson FE, Troiano R, Schatzkin A, Kipnis V. Psychosocial predictors of energy underreporting in a large doubly labeled water study. Am J Clin Nutr 2004;79:795-804.Google Scholar
  5. 5.
    Montoye HJ, Kemper HCG, Saris WHM, Washburn RA. Measuring physical activity and energy expenditure. Leeds (UK): Human Kinetics, 1996.Google Scholar
  6. 6.
    Roza AM, Shizgal HM. The Harris Benedict reevaluated: resting energy requirement and body cell mass. Am J Clin Nutr 1984;40:168-82.Google Scholar
  7. 7.
    Harris JA, Benedict FG, A biometric study of basal metabolism in man. Washington, DC: Carnegie Institute of Washington. Publication No 279, Lippincot: Philadelphia, 1919.Google Scholar
  8. 8.
    Crouter SE, Albright C, Bassett DR. Jr.. Accuracy of Polar S410 heart rate monitor to estimate energy cost of exercise. Med Sci Sports Exerc 2004;36:1433-9.Google Scholar
  9. 9.
    Johannsen DL, Calabro MA, Stewart J, Franke W, Rood JC, Welk GJ. Accuracy of armband monitors for measuring daily energy expenditure in healthy adults. Med Sci Sports Exerc 2010 Apr 8 [Epub ahead of print].Google Scholar
  10. 10.
    Kang J. Bioenergetics primer for exercise science. Human Kinetics: Leeds (UK), 2008.Google Scholar
  11. 11.
    Haskell WL, Lee I-M, Pate RR, Powell KE, Blair SN, Franklin BA, et al. Physical Activity and Public Health: Updated Recommendation for Adults from the American College of Sports Medicine and the American Heart Association. American College of Sports Medicine and the American Heart Association. Med Sci Sports Exerc 2007;39:1423-34.Google Scholar
  12. 12.
    Ainsworth BE, Haskell WL, Whitt MC, Irwin ML, Swartz AM, Strath SJ, et al. Compendium of physical activities: an update of activity codes and MET intensities. Med Sci Sports Exerc 2000;32:S498-S516.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2010

Authors and Affiliations

  • J. Roeykens
    • 1
  1. 1.

Personalised recommendations