Advertisement

Bijblijven

, Volume 25, Issue 6, pp 7–13 | Cite as

Epidemiologie van sportblessures in de huisartsenpraktijk

  • F. Baarveld
Artikel
  • 105 Downloads

Samenvatting

In de huisartsenpraktijk is tot op heden weinig systematisch onderzoek verricht naar sportblessures. Wel zijn onder de algemene bevolking enkele grote onderzoeken gedaan waaruit naar voren komt dat de Nederlandse sportwereld elk jaar te maken krijgt met circa anderhalf miljoen sportblessures. Ruim de helft daarvan (780.000) wordt medisch behandeld, en daarvan weer de helft (390.000) wordt in ieder geval door de huisarts gezien.

Deze bijdrage geeft, op basis van onderzoek in de algemene bevolking, een indicatief antwoord op de volgende vragen. Hoeveel sportblessures komen er in Nederland voor? Hoeveel daarvan ziet de huisarts, op het reguliere spreekuur of buiten kantooruren op de centrale huisartsenpost? Hoe ernstig zijn de gepresenteerde sportblessures? En hoeveel sportblessures worden gezien op de afdelingen Spoedeisende Hulp van ziekenhuizen?

Literatuur

  1. 1.
    Backx FJG. Grenzen zoeken, resultaten boeken [oratie]. Utrecht: UMC Utrecht, 2007.Google Scholar
  2. 2.
    Schmikli SL, Schoots W, Wit MJP de. Sportblessures het totale speelveld: Kerncijfers en trends van sportblessures in Nederland 1997-2002. Arnhem: NOC*NSF, 2004.Google Scholar
  3. 3.
    Vriend I, Kampen BLT van, Schmikli SL, et al. Ongevallen en bewegen in Nederland 2000-2003: Ongevalsletsels en sportblessures in kaart gebracht. Amsterdam: Consument en Veiligheid, 2005.Google Scholar
  4. 4.
    Ormel W, Stam C, Schoots W, et al. Handboek epidemiologie sportblessures. Amsterdam: Consument en Veiligheid, 2005.Google Scholar
  5. 5.
    Fuller CW, Ekstrand J, Junge A, et al. Consensusstatement over blessuredefinities en dataverzameling bij voetbalblessures. Geneeskd Sport 2006;39:65-71.Google Scholar
  6. 6.
    Letsel Informatie Systeem. Amsterdam: Consument en Veiligheid, 2004.Google Scholar
  7. 7.
    Inklaar H. De epidemiologie van sportletsels in de huisartspraktijk. Oosterbeek: Nationaal Instituut voor de Sportgezondheidszorg, 1985.Google Scholar
  8. 8.
    Baarveld F, Enst GC van, Meyboom-de Jong B, Schuling J. Sportgerelateerde problemen bij de huisarts. Geneeskd Sport 2003;36:117-21.Google Scholar
  9. 9.
    Post J. Grootschalige huisartsenzorg buiten kantooruren [dissertatie]. Groningen: Universiteit Groningen, 2004.Google Scholar
  10. 10.
    Baarveld F, Enst GC van, Schuling J, et al. Behandeling en verloop van niet-acute sportgerelateerde problemen van de onderste extremiteit: Een vergelijkend onderzoek tussen huisarts en sportarts. Huisarts Wet 2006;49:187-92.Google Scholar
  11. 11.
    Boven PF van. Aantal behandelingen op de spoedeisende hulp per 1.000 uur sport 2001. In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationale Atlas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM, 2005.Google Scholar
  12. 12.
    Donker, GA. Continue Morbiditeits Registratie Peilstations 2007. Utrecht: NIVEL, 2007.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2009

Authors and Affiliations

  • F. Baarveld
    • 1
  1. 1.

Personalised recommendations