Advertisement

Huisarts en Wetenschap

, Volume 50, Issue 3, pp 167–172 | Cite as

What’s in a name?

Over het classificeren van medisch handelen rond het levenseinde door huisartsen en officieren van justitie
  • Donald van Tol
Beschouwing
  • 12 Downloads

Samenvatting

Van Tol DG. What’s in a name? Over het classificeren van medisch handelen rond het levenseinde door huisartsen en officieren van justitie. Huisarts Wet 2007;50(3):95-9.

Artsen en juristen kunnen moeilijk door één deur. Toch hebben beide disciplines de afgelopen jaren steeds meer met elkaar te maken. Ook in geval van medisch handelen rond het levenseinde is het doen en laten van de arts aan steeds verder uitgekristalliseerde rechtsregels en richtlijnen gebonden. In dit artikel bespreek ik bevindingen van onderzoek naar de vraag in hoeverre huisartsen en officieren van justitie classificerende sleutelbegrippen uit de regelgeving voor medisch handelen rond het levenseinde overeenkomstig gebruiken. Artsen en officieren van justitie, maar ook artsen onderling blijken dat regelmatig heel verschillend doen. De opvattingen lopen uiteen over de vraag hoe concrete casus van medisch handelen rond het levenseinde moeten worden geclassificeerd. In het artikel draag ik enkele verklaringen aan voor deze verschillen. Tevens komt aan de orde wat voor implicaties dit heeft voor de werking van het huidige controlesysteem.

beschouwing juridisch aspect levensbeëindiging op verzoek richtlijnen 

Literatuur

  1. Stolker CJJM. De relatie tussen artsen en juristen. ‘Sue the bastards!’ of ‘Kill the lawyers!’? Med Contact 1994;49:1361-4.Google Scholar
  2. Pronk E. De beladenheid van het medisch tuchtrecht. Med Contact 2002;57:656-8.Google Scholar
  3. Schuijt CJM. Tussen witte jassen en zwarte toga’s: medicalisering en juridisering. In: Schuijt CJM, redactie. Tegendraadse werkingen. Amsterdam University Press, 1995.Google Scholar
  4. Van Tol DG. Grensgeschillen. Een rechtssociologisch onderzoek naar het classificeren van euthanasie en ander medisch handelen rond het levenseinde (proefschrift). Rijksuniversiteit Groningen, 2005.Google Scholar
  5. Griffiths J. Legal knowledge and the social working of law: the case of euthanasia. In: Van Schooten H, editor. Semiotics and legislation. Liverpool: Deborah Charles Publications, 1999:99.Google Scholar
  6. Van Dam H, Peters M. Relevant. NVVE kwartaalblad 2001;27:14.Google Scholar
  7. Crul B. Lijdensweg door goed dokterschap. Med Contact 2001;56:235.Google Scholar
  8. LJN: AR5394, Rechtbank Breda, 1703/03. Bruntink, R. De zaak Vencken. Relevant, NVVE kwartaalblad 2006(32);1.Google Scholar
  9. Van der Wal G, Van der Heide A, Onwuteaka-Philipsen BD, Maas PJ. van der Medische besluitvorming aan het einde van het leven. De praktijk en de toetsingsprocedure euthanasie. Utrecht: De Tijdstroom, 2003.Google Scholar
  10. Kleijer DJ. “Het wordt geregeld...”. Een onderzoek naar zelfregulering bij het staken of onthouden van een levensverlengende behandeling op Intensive Cares in Nederland (proefschrift). Rijksuniversiteit Groningen, 2005.Google Scholar
  11. Den Hartogh G. Mysterieuze cijfers. Med Contact 2003;58:1063-6.Google Scholar
  12. Rurup ML, Onwuteaka Philipsen BD, Van der Heide A, Van der Wal G, Van den Maas PJ, et al. Trends in gebruiktemiddelenbijeuthanasie en samenhang met het aantal meldingen. Ned Tijdschr Geneeskd 2006;150:618-24.PubMedGoogle Scholar
  13. Medisch Contact 2001;56(25).Google Scholar
  14. Melchior M. In de cel wegens verlichten van lijden. Med Contact 2004;47:1854-6 .Google Scholar
  15. Regionale Toetsingscommissies Euthanasie. Jaarverslagen (1999-2005). Ministerie van VWS en Ministerie van Justitie. www.toetsingcommissieseuthanasie.nl.

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2007

Authors and Affiliations

  1. 1.

Personalised recommendations