Advertisement

Huisarts en Wetenschap

, Volume 48, Issue 1, pp 999–1005 | Cite as

Coeliakiediagnostiek bij de huisarts

  • Jan Damoiseaux
  • Roger Damoiseaux
Nieuwe ontwikkelingen

Samenvatting

Damoiseaux JGMC, Damoiseaux RAMJ. Coeliakiediagnostiek bij de huisarts. Huisarts Wet 2005;48(1):24-7.

Coeliakie is een chronische darmziekte die geïnduceerd wordt door een overgevoeligheid voor de opslageiwitten van graan (gluten). Uit recent onderzoek in de bevolking blijkt dat coeliakie vaker voorkomt dan eerder werd gedacht. In een normpraktijk komen 12 patiënten met coeliakie voor. Bij slechts 1 op de 7 patiënten is deze diagnose gesteld. Niet alle patiënten hebben het klassieke beeld met chronische diarree, gewichtsverlies en buikpijn. Ook anemie, botontkalking en andere uitingen van deficiënties kunnen de eerste manifestaties zijn. Serologische tests hebben een hoge sensitiviteit en specificiteit; bij patiënten met klachten is de positief voorspellende waarde groot genoeg zodat slechts weinig patiënten ‘voor niets’ naar de maagleverdarmarts worden verwezen. Voor huisartsen is het zeker een optie om deze serologische tests aan te vragen als volgende stap in de diagnostiek bij een anamnese die doet denken aan coeliakie.

bedrijfsgeneeskunde depressie NHG-Lesa psychiatrie psychosociaal probleem werk 

Literatuur

  1. Dicke WK. Coeliakie: een onderzoek naar de nadelige invloed van sommige graansoorten op de lijder aan coeliakie. Utrecht: Universiteit van Utrecht, 1950.Google Scholar
  2. Schuppan D. Current concepts of celiac disease pathogenesis. Gastroenterology 2000;119:234-42.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  3. Csizmadia CGDS, Mearin ML, Von Blomberg BME, Brand R, Verloove-Vanhorick SP. An iceberg of childhood coeliac disease in the Netherlands. Lancet 1999;353:813-4.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  4. Green PHR, Jabri B. Coeliac disease. Lancet 2003;362:383-91.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  5. West J, Logan RFA, Smith CJ, Hubbard RB, Card TR. Malignancy and mortality in people with coeliac disease: population based cohort study. BMJ,doi:10.1136/bmj.38169.486701.7C(published 21 July 2004)Google Scholar
  6. Sollid LM, Markussen G, Ek J, Gjerde H, Vartdal F, Thorsby E. Evidence for a primary association of celiac disease to a particular HLA-DQ alpha/beta heterodimer. J Exp Med 1989;169:345-50.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  7. Vader LW, De Ru A, Van der Wal, Kooy YM, Benckhuijsen W, Mearin ML, et al. Specificity of tissue transglutaminase explains cereal toxicity in celiac disease. J Exp Med 2002;195:643-9.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  8. Horvath K, Hill I. Anti-tissue transglutaminase antibody as the first line screening for celiac disease: Good-bye anti-gliadin tests? Am J Gastroenterol 2002;97:2702-4.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  9. Chan KN, Phillips AD, Mirakian R, Walker-Smith JA. Endomysial antibody screening in children. J Pediatr Gastroenterol Nutr 1994;18:316-20.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  10. Dieterich W, Ehnis T, Bauer M, Donner P, Volta U, Riecken EO, et al. Identification of tissue transglutaminase as the autoantigen of celiac disease. Nat Med 1997;3:797-801.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  11. Sanders DS, Carter MJ, Hurlstone DP, Pearce A, Ward AM, McAlindon ME, et al. Association of adult coeliac disease with irritable bowel syndrome: a case-control study in patients fulfilling ROME II criteria referred to secondary care. Lancet 2001;358:1504-8.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  12. Hin H, Bird G, Fisher P, Mahy N, Jewell D. Coeliac disease in primary care: case finding study. BMJ 1999;318:164-7.PubMedGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2005

Authors and Affiliations

  1. 1.

Personalised recommendations