Advertisement

Huisarts en Wetenschap

, Volume 48, Issue 6, pp 613–617 | Cite as

Huisartsen doen veel aan deskundigheidsbevordering en vooral in de eigen regio

Analyse van herregistratiegegevens
  • Lourens Kooij
Onderzoek

Samenvatting

Kooij LR. Huisartsen doen veel aan deskundigheidsbevordering en vooral in de eigen regio. Analyse van herregistratiegegevens. Huisarts Wet 2005;48(6):280-3.

Inleiding Huisartsen moeten voor herregistratie, berekend over een periode van 5 jaar, ten minste 200 uur aan deskundigheidsbevordering hebben besteed; dit komt neer op gemiddeld minimaal 40 uur per jaar. De HVRC onderzocht hoeveel uur huisartsen feitelijk deelnemen, aan wat voor soort activiteiten en of er verschillen zijn naar geslacht, leeftijd, opleiderschap, voltijds of in deeltijd werken en wijze van beroepsuitoefening.

Methoden Uit alle verzoeken tot herregistratie die gedurende zes opvolgende weken zijn ontvangen, zijn gegevens verzameld over de huisartsen en hun deelname aan deskundigheidsbevordering, waarbij onderscheid is gemaakt tussen cursorische nascholing (landelijk, regionaal en van de farmaceutische industrie), toetsing (HAGRO, FTO) en individuele nascholing.

Resultaten Huisartsen besteden gemiddeld 250 uur per 5 jaar aan deskundigheidbevordering, 25% meer dan vereist is voor herregistratie. Bij gemiddeld 78% gaat het dan om nascholing, bij 17% om toetsing en bij 5% om individuele nascholing. Meer dan de helft van de nascholingsuren volgen huisartsen in de eigen regio. Het aandeel van de farmaceutische industrie is met 8% beperkt.

Conclusie Er is geen relatie tussen omvang en aard van de deskundigheidsbevordering en geslacht, deeltijdpercentage en wijze van beroepsuitoefening (gevestigd, hidha of waarnemer), maar wel met de leeftijd: oudere huisartsen nemen meer deel dan jongere. De sterkste relatie is die met het opleiderschap: huisartsopleiders steken aanzienlijk meer tijd in deskundigheidsbevordering dan niet-opleiders en dan vooral in de eigen regio.

deskundigheidsbevordering kwaliteitsbeleid nascholing onderzoek toetsing 

Abstract

Kooij LR. General practitioners put a great deal of effort into increasing their skills, especially in their own region. An analysis of re-certification data. Huisarts Wet 2005;48(6):280-3.

Introduction In the Netherlands the registration of general practitioners is limited to five years. Re-certification is based on having worked as a GP and having taken part in continuing medical education (CME) for at least 40 hours per year, 200 hours per period of five years. In this study we attempted to assess the actual number of hours of CME participation, the sort of CME activities, and differences in GP participation in CME according to gender, age, trainership, whether full time or part time and how practising (settled, assistant, locum).

Methods Over a period of six weeks data were collected, from all requests for re-certification, on the family physicians and their participation in CME. Three types of CME were distinguished: CME courses (nationwide, regional and organised by the pharmaceutical industry), audit (peer group review, pharmaceutical therapy audit, etc.) and individual activities (by post and Internet).

Results The mean number of hours spent on CME was 250 per period of five years, 25% more than required for re-certification. The mean percentage of hours spent on CME courses was 78%, audit 17% and individual activities 5%. More than half of the hours were spent in participation in regional activities. Only 8% was spent on activities organised by pharmaceutical companies.

Conclusions No relation was found between the extent and the sort of CME and gender, full-time or part-time work or way of practising, but a relation was established with the age of the GP: older GPs spend more hours on CME than their younger colleagues. The strongest relation was established between the number of hours spent on CME and trainership: GP trainers spent far more hours on CME, especially in the region, than GPs not recognized as trainers.

Literatuur

  1. Kooij LR. Herregistratie van huisartsen. Med Contact 1993;48:1405-6.Google Scholar
  2. Kooij LR. Huisartsen, kwaliteitseisen en herregistratie. Med Contact 1995;50:1251-3.Google Scholar
  3. Hobma S. Het systeem van accreditering is aan vervanging toe. Huisarts Wet 2003;46:298.CrossRefGoogle Scholar
  4. Hobma S. Dalhuijsen J, Engels Y. Onze (her)registratie en accreditering in internationaal perspectief. Huisarts Wet 2004;47:279-83.Google Scholar
  5. Rowe A. Regulation and licensing of physicians in the European region of the WHO. World Health Organization, 2003.Google Scholar
  6. Tent B. Schuling J. Op weg naar toetsgestuurde nascholing. Huisarts Wet 2003;46:200.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2005

Authors and Affiliations

  1. 1.

Personalised recommendations