Advertisement

Huisarts en Wetenschap

, Volume 46, Issue 12, pp 175–179 | Cite as

De academische werkplaats huisartsgeneeskunde

  • Harry Crebolder
  • Wim Stalman
Universitaire praktijk

Samenvatting

Crebolder HFJM, Stalman WAB. De academische werkplaats huisartsgeneeskunde. Huisarts Wet 2003;46(12):685-9.

Rondom ieder universitaire afdeling huisartsgeneeskunde zijn netwerken van huisartsenpraktijken gegroeid ten behoeve van medisch onderwijs, huisartsopleiding en wetenschappelijk onderzoek. Door de vorming van universitaire medische centra (UMC) – een samengaan van de faculteit der geneeskunde en het academisch ziekenhuis – komt ook de patiëntenzorg binnen het bereik van de afdeling. Het model van de academische werkplaats lijkt aangewezen om invulling te geven aan de huisartsgeneeskundige representant van een klinische afdeling van een academisch ziekenhuis, met een drievoudig takenpakket: onderwijs en opleiding, onderzoek en patiëntenzorg. Kansen en bestuurlijke consequenties worden beschreven, evenals de betekenis voor huisarts en patiënt.

academisering basisopleiding beschouwing huisartsinstituut onderzoek patiëntenzorg universiteit ziekenhuis 

Literatuur

  1. Raad voor Gezondheidsonderzoek. Werkplaats buiten het academisch ziekenhuis (advies 21). Den Haag, 2000.Google Scholar
  2. Lamberts SWJ. Kwetsbaarheid van wetenschappelijk onderzoek in universitair-medische centra. Ned Tijdschr Geneeskd 2002;146:52.PubMedGoogle Scholar
  3. Leerdoelen in de huisartsgeneeskunde. De invulling van het raamplan 1994. Maarssen: Elsevier/De Tijdstroom, 1996.Google Scholar
  4. Discipline report on (bio)medical and health sciences research in the Netherlands 1998. Amsterdam: KNAW, 1999.Google Scholar
  5. Van Es JC. Faculteit en eerste lijn. Voorstel over de wijze waarop de medische faculteit kan worden betrokken bij de extramurale gezondheidszorg. Med Cont 1981;7:179-82.Google Scholar
  6. Mulder JD. Academische werkplaats eerstelijns gezondheidszorg. Med Cont 1982;26:761-3.Google Scholar
  7. Bruins CP, Noordhoff KH, Verdenius W. Een jaar universitaire groepspraktijk in Groningen. Huisarts Wet 1970;13:281-6.Google Scholar
  8. De Kock CA, Crebolder HFJM, Beusmans GMHI, Gielen-van Steenbergen Horrocks. Patiëntbesprekingen in academische praktijken. Opzet en eerste inventarisatie. Med Cont 1997;52:1177-8.Google Scholar
  9. Zwietering PJ, Hobma SO. Academische huisartsgeneeskunde bedreigd. Tekort aan geld en mogelijkheden. Med Cont 2002;57:663-6.Google Scholar
  10. Crebolder HFJM. Geleerd in de eerste lijn [Afscheidsrede]. Maastricht: Universiteit Maastricht, 2002.Google Scholar
  11. Van Weel C, redactie. Interfacultair Overleg Huisartsgeneeskunde (IOH). Verslag Resultaten Academische Werkveld Huisartsgeneeskunde 1992-1997. Nijmegen: Katholieke Universiteit Nijmegen, 1998.Google Scholar
  12. Metsemakers J. Huisartsgeneeskundige registraties. Editie 3. Onderzoeksinstituut ExTra/Capaciteitsgroep Huisartsgeneeskunde, Universiteit Maastricht/Instituut Huisartsgeneeskunde, Erasmus Universiteit Rotterdam, 1999.Google Scholar
  13. Lamberts H. In het huis van de huisarts. Verslag van het Transitieproject. Lelystad: Meditekst, 1991.Google Scholar
  14. Van de Lisdonk EH, Van den Bosch WJHM, Huygen FJA, Lagro- Janssen ALM, redactie. Ziekten in de huisartspraktijk. Maarssen: Elsevier/ Bunge, 1999.Google Scholar
  15. Vierhout WPM, Knottnerus JA, Van Ooij A, Crebolder HFJM, Pop P, Wesselingh-Megens AMK, et al. Effectiveness of joint consultation sessions of general practitioners and orthopaedic surgeons for locomotor- system disorders. Lancet 1995;346:990-4.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  16. Vlek JFM, Vierhout WPM, Knottnerus JA, Schmitz JJF,Winter J, Wesselingh-Megens AMK, et al. A randomised controlled trial of joint consultations with general practitioners and cardiologists in primary care. Br J Gen Pract 2003;53:108-12.PubMedGoogle Scholar
  17. Van Son L, Vrijhoef B, Van Hoef L, Crebolder HFJM, Beusmans GHMI. De praktijkverpleegkundige in de huisartsenpraktijk. Een exploratief onderzoek in academische werkplaatsen. Huisarts Wet 2004; in druk.Google Scholar
  18. Doorn B, Kocken RJJ, Crebolder HFJM, Dinant GJ, Knottnerus JA. Huisartsgeneeskundige Academiserings Lineaal Maastricht (HALMA). Validering van een meetinstrument voor academische huisartspraktijken. Huisarts Wet 1999;42:267-70.Google Scholar
  19. Van Berkestijn LGM. Over de vernieuwing van de huisartsopleiding. Huisarts Wet 2002;45:248-52.Google Scholar
  20. Ram P. Comprehensive assessment of general practitioners. A study on validity, reliability and feasibility [Proefschrift]. Maastricht: Universiteit Maastricht, 1998.Google Scholar
  21. Crebolder HFJM, Metsemakers JFM, Op ’t Root JMH, Bartholomeus P, Bouhuijs P, Boshuizen HPA. Patiëntgebonden onderwijs in de huisartspraktijken binnen de artsopleiding; het programma van de Rijksuniversiteit Limburg. Ned Tijdschr Geneeskd 1996;140:1320-3.PubMedGoogle Scholar
  22. Bouter LM, Knottnerus JA. Beoordeling van de maatschappelijke relevantie van toegepast gezondheidsonderzoek: het belang van publiceren in nationale tijdschriften. Ned Tijdschr Geneeskd 2000;144:1178- 82.PubMedGoogle Scholar
  23. Schadé E. Van een academische werkplaats naar een academische populatie. Huisarts Wet 1996;39:375-8.Google Scholar
  24. Van Uden CJT, Van Dongen AWM, Guldemond-Hecker Y, Fiolet JFBM, Winkens RAG, Crebolder HFJM. Het poortwachterschap hersteld. Med Cont 2003;58:1482-5.Google Scholar
  25. Stalman WAB. Brug naar de toekomst [Oratie]. Amsterdam: Vrije Universiteit, 2001.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2003

Authors and Affiliations

  1. 1.

Personalised recommendations