Advertisement

Huisarts en Wetenschap

, Volume 45, Issue 7, pp 408–411 | Cite as

Afwachten bij atypische angina pectoris en een negatief inspanningselektrocardiogram gerechtvaardigdangina pectoris elektrocardiografie hart- en vaatziekten

  • MB Nienhuis
  • M van den Berge
  • NJGM Veeger
  • JW Viersma
  • JF May
Onderzoek

Samenvatting

Inleiding Sinds enige jaren hebben huisartsen in de regio Groningen de mogelijkheid inspanningselektrocardiografisch onderzoek uit te laten voeren op het huisartsenlaboratorium. Bij patiënten met atypische pijn op de borst kan de huisarts van deze mogelijkheid gebruikmaken voor de vaststelling van een optimaal behandelingstraject. De vraag is of een waakzaam en afwachtend beleid of een directe doorverwijzing naar de cardioloog op zijn plaats is.

Methode Bij 262 patiënten, in de leeftijd van 40 tot 70 jaar, werd na gemiddeld bijna 2 jaar na het inspanningselektrocardiografisch onderzoek de cardiale uitkomst bepaald.

Resultaten Van de 262 patiënten hadden 172 patiënten een negatieve uitslag op het inspanningselektrocardiogram. Geen van deze patiënten had aan het eind van de onderzoeksperiode een ernstige cardiale gebeurtenis gehad (plotse dood, myocardinfarct, instabiele angina pectoris of revascularisatieprocedures); de negatief voorspellende waarde was 100%. Van de 90 patiënten met een positieve uitslag was bij 27 patiënten (30%) een ernstige cardiale gebeurtenis opgetreden.

Conclusie Bij patiënten met atypische pijn op de borst en een negatieve uitslag op inspanningselektrocardiografische diagnostiek is een waakzaam en afwachtend beleid in de eerstelijnszorg gerechtvaardigd.

Literatuur

  1. Pryor DB, Shaw L, McCants CB, Lee KL, Mark DB, Harrell FE Jr, et al. Value of the history and physical in identifying patients at increased risk for coronary artery disease. Ann Intern Med 1993;118:81-90.PubMedGoogle Scholar
  2. NHG-Standaard Angina Pectoris. In: Thomas S, Geijer RMM, Van der Laan JR, Wiersma Tj, redactie. NHG-Standaarden voor de huisarts, deel 2. Utrecht: NHG, 1996.Google Scholar
  3. Pohler E, Gunther H, Diekmann M, Eggeling T. Outpatient coronary angiography-safety and feasibility. Cardiology 1994;84:305-9.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  4. Ayanian JZ, Landrum MB, Normand SL, Guadagnoli E, McNeil BJ. Rating the appropriateness of coronary angiography-do practicing physicians agree with an expert panel and with each other? N Engl J Med 1998;338:1896-904.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  5. Remkes PAJ, Thomas K, Bongers FJM, et al. Cardiale diagnostiek door de huisarts in samenwerking met de cardioloog. Medisch Contact 1994;49:574-6.Google Scholar
  6. Beenakker AWT, Van der Does E, Jonker JJC. Het functioneren van een inspanningselektrocardiografische service voor huisartsen; een beschrijving van 498 patiënten. Ned Tijdschr Geneeskd 1992;31:1515-9.Google Scholar
  7. Gianrossi R, Detrano R, Mulvihill D, Lehmann K, Dubach P, Colombo A, et al. Exercise-induced ST depression in the diagnosis of coronary artery disease. A meta-analysis. Circulation 1989;80:87-98.Google Scholar
  8. Detrano R, Froelicher VF. Exercise testing. Uses and limitations considering recent studies. Prog Cardiovasc Dis 1988;31:173-204.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  9. Diamond GA, Forrester JS. Analysis of probability as an aid in the clinical diagnosis of coronary artery disease. N Engl J Med 1979;300:1350-8.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  10. Laarman GJ, De Feyter PJ, Deckers JW, Ascoop CAPL. Kanttekeningen bij het gebruik van inspanningselektrocardiografie voor de opsporing van kransvatafwijkingen. Ned Tijdschr Geneeskd 1990;134:366-9.PubMedGoogle Scholar
  11. Manca C, Dei Cas L, Albertini D, Baldi G, Visioli O. Different prognostic value of exercise electrocardiogram in men and women. Cardiology 1978;63:312-9.CrossRefPubMedGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2002

Authors and Affiliations

  • MB Nienhuis
    • 1
  • M van den Berge
  • NJGM Veeger
  • JW Viersma
  • JF May
  1. 1.

Personalised recommendations