Advertisement

Tijdschrift voor Psychotherapie

, Volume 35, Issue 2, pp 109–122 | Cite as

Een bijzondere casus (serie): De behandeling van een dissociatieve identiteitsstoornis

  • Kirsten Hauber
Artikelen
  • 240 Downloads

Samenvatting

Uit onderzoek blijkt dat wij als GGZ-behandelaren waarschijnlijk veel meer cliënten met een dissociatieve identiteitsstoornis (DIS) in onze praktijk hebben dan wij nu herkennen en behandelen. DIS-cliënten zijn vaak al jaren in behandeling voordat de juiste diagnose wordt gesteld en een bij de diagnose passende behandeling wordt gestart. Hierdoor voelen ze zich opnieuw niet begrepen en gezien: de kern van hun problematiek. Aan de hand van het ‘structurele-dissociatiemodel’ en de drie fasen van een traumabehandeling beschrijf ik in dit artikel een behandeling. Ook geef ik een overzicht van de interventies voor elke fase van de behandeling. Met dit artikel hoop ik dat DIS sneller en vaker wordt herkend en dat meer psychotherapeuten zich op de behandeling van deze doelgroep zullen toeleggen.

Summaries

A treatment of dissociative identity disorder (DIS)

Research shows that the therapists caseload probably includes more patients suffering from a dissociative identity disorder (DIS) than therapists recognise and treat. DIS-clients are frequently for years in treatment before the right diagnosis is determined and effective therapy is offered. As a result, these patients once again feel misunderstood and neglected: the core of their problems. c In this article I discuss the therapy of one particular DIS-client, by describing the so-called model of structural dissociation and the three treatment phases of trauma-related disorders. An overview of the interventions that were applied throughout every phase of treatment is presented. The overall aim of this article is to make DIS more readily recognised and to motivate therapists to work with this target group.

Literatuur

  1. Forgash, C., & Copeley, M. (Eds) (2008). Healing the heart of trauma en dissociation with emdr and ego state therapy. New York: Springer.Google Scholar
  2. Fraser, G.A. (1991). The dissociative table technique: A strategy for working with ego states in dissociative disorders and ego-state therapy. Dissociation, 4, 205-213.Google Scholar
  3. Hart, O. van der (red.) (1995). Trauma, dissociatie en hypnose: Handboek. Lisse: Swets & Zeitlinger.Google Scholar
  4. Hart, O. van der, Nijenhuis, E.R.S., & Steele, K. (2006). The haunted self. Structural dissociation and the treatment of chronic traumatisation. New York: Norton. Google Scholar
  5. Janet, P. (1887). L’anesthésie systématisée et la dissociation des phénomènes psychologiques. Paris: L’Harmattan.Google Scholar
  6. Knipe, J. (2008). Loving Eyes. Procedures to therapeutically reverse dissociative processes while preserving emotional safety. In C. Forgash & M. Copeley (Eds), Healing the heart of trauma en dissociation with emdr and ego state therapy (pp. 181-225). New York: Springer Publishing Company.Google Scholar
  7. Korn, D.L., & Leeds, A.M. (2002). Preliminary evidence of efficacy for emdr resource development and installation in the stabilisation phase of treatment of complex posttraumatic stress disorder. Journal of Clinical Psychology, 58, 1465-1487.Google Scholar
  8. Landelijk Centrum voor Vroegkinderlijke Chronische Traumatisering, (2006). Startnotitie. Den Haag.Google Scholar
  9. Myers, C.S. (1940). Shell shock in France 1914-1918. Cambridge: Cambridge University Press.Google Scholar
  10. Paulsen, S. (2008). Treating dissociative identity disorder with emdr, ego state therapy, and adjunct approaches. In C. Forgash & M. Copeley (Eds), Healing the heart of trauma en dissociation with emdr and ego state therapy (pp. 141-179). New York: Springer Publishing Company.Google Scholar
  11. Putnam, F.W. (1989). Diagnosis and treatment of multiple personality disorder. New York: Guilford.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2009

Authors and Affiliations

  1. 1.

Personalised recommendations