Advertisement

Supervisie en Coaching

, Volume 23, Issue 1, pp 9–20 | Cite as

Het gebruik van symbolisch vocabulaire in supervisie

Een postmoderne wandeling door tekst en ruimte
  • Frans van Hattum
Artikel
  • 55 Downloads

Samenvatting

In deze bijdrage wordt een beeld geschetst van het gebruik van symbolische middelen in supervisie. Daartoe wordt, aansluitend bij het filosofisch gedachtegoed van postmoderne denkers, supervisie geplaatst in een narratief kader (par. 2). Boeckhorst (1993) volgend, zal supervisie besproken worden als raamvertelling (par. 3). Het inbrengen van het symbolisch vocabulaire wordt voorgesteld als een methode om de supervisiedialoog te poëtiseren, om nieuwe betekenissen te ontlokken aan de supervisieteksten en al doende de denk- en werkwereld van de supervisant te verruimen (par. 4). De bijdrage wordt besloten met een korte werkwijzer en enkele gedachten over de benodigde toerusting van de supervisor (par. 5).

Bibliografie

  1. Ankersmit, F.R., Doeser, M.C., & Kibédi Varga, A. (red.) (1990). Op verhaal komen. Over narrativiteit in de mens- en cultuurwetenschappen. Kampen: Kok Agora.Google Scholar
  2. Ankersmit, F. (1990a). De metamorfoses van het verhaal. In F.R. Ankersmit, M.C. Doeser & A. Kibédi Varga (red.), Op verhaal komen. Over narrativiteit in de mens- en cultuurwetenschappen (pp. 7-19). Kampen: Kok Agora.Google Scholar
  3. Ankersmit, F. (1990b). Het verhaal in de filosofie. In F.R. Ankersmit, M.C. Doeser & A. Kibédi Varga (red.), Op verhaal komen. Over narrativiteit in de mens- en cultuurwetenschappen (pp. 130-155). Kampen: Kok Agora.Google Scholar
  4. Assagioli, R. (1982). Psychosynthese. Katwijk: Servire.Google Scholar
  5. Banning, H. (2000). Supervisie in postmodern perspectief. Kwaliteitsontwikkeling en reflectie. Baarn: Nelissen.Google Scholar
  6. Banning, H., & Banning-Mul, M. (2005). Narratieve begeleidingskunde. Hoe het gebroken verhaal professioneel te waarderen. Baarn: Nelissen.Google Scholar
  7. Bender, M. (2005). Intuïtie in supervisie. Supervisie en Coaching, 23 (6), 168-182.Google Scholar
  8. Boeckhorst, F. (1992). Theoretische ontwikkelingen in de systeemtherapie: interacties als conversatie. Systeemtherapie, 4 (3), 26-139Google Scholar
  9. Boeckhorst, F. (1993). De narratieve dialoog tussen supervisor, supervisant en cliënt. In H.M. van Praag-van Asperen & Ph.H. van Praag (red.), Handboek supervisie en intervisie in de psychotherapie (pp. 156-166). Utrecht: De Tijdstroom.Google Scholar
  10. Bono, E. de (1979). Lateraal denken. Katwijk: Servire.Google Scholar
  11. Boeckhorst, F. (1994).Theoretische ontwikkelingen in de systeemtherapie: de narratieve denkrichting. Systeemtherapie, 6 (1), 6-23.Google Scholar
  12. Clarke, C., & Chaves, D. (1991). Using psychomotor in private practice with individual clients. In A. Pesso & J. Crandell (Eds.), Moving psychotherapy; theory and application of pesso system/psychomotor therapy (pp. 219-232). Cambridge: Brookline Books.Google Scholar
  13. Deleuze, G., & Guattari, F. (1998). Rizoom. Utrecht: Rizoom.Google Scholar
  14. Els, H. van (1998). Weer greep op eigen handelen. Een praktische benadering voor mensen met impulsproblemen. MGV, 1, 27-41.Google Scholar
  15. Haegen, R. van der (1987). Koorddansend door het leven. Een introductie op het werk van Luce Irigaray. In P.L. Assoun (red.), Hedendaagse Franse filosofen. Assen/Maastricht: Van Gorcum.Google Scholar
  16. Hanekamp, H. (1991). Supervisie: een leerproces naar beroepsidentiteit. In T. Berk e.a. (red.), Handboek groepspsychotherapie (januari, pp. S4, 1-14). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.Google Scholar
  17. Kibédi Varga, A. (1990). Het verhaal in de literatuur. In F.R. Ankersmit, M.C. Doeser & A. Kibédi Varga (red.) (1990), Op verhaal komen. Over narrativiteit in de mens- en cultuurwetenschappen (pp. 20-35). Kampen: Kok Agora.Google Scholar
  18. Kunneman, H. (1986). De waarheidstrechter. Een communicatietheoretisch perspectief op wetenschap en samenleving. Meppel: Boom.Google Scholar
  19. Kvale, S. (Ed.) (1992). Psychology and postmodernism. London: Sage.Google Scholar
  20. Lyotard J.-F. (1982). Het postmoderne weten. Kampen: Kok Agora.Google Scholar
  21. Parfitt, W. (1992). Wat is psychosynthese? Cothen: Servire.Google Scholar
  22. Perquin, L., & Rehwinkel, P. (1999). Pesso-psychotherapie. Een lichaamsgerichte psychotherapeutische methode. In T. Berk e.a. (red.), Handboek groepspsychotherapie (april, pp. m11). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.Google Scholar
  23. Pesso, A. (1992). On becoming. Pesso Bulletin, 8 (2).Google Scholar
  24. Ramsey, I.T. (1964). Models and mystery. London: Oxford University Press.Google Scholar
  25. Rorty, R. (1992). Contingentie, ironie en solidariteit. Kampen: Kok Agora.Google Scholar
  26. Scheepers, M. (1987). Gilles Deleuze. In P.L. Assoun (red.), Hedendaagse Franse filosofen. Assen/Maastricht: Van Gorcum.Google Scholar
  27. Siegers, F.M.J., & Haan, P.M. (1988). Handboek supervisie. Alphen aan den Rijn/Brussel: Samsom.Google Scholar
  28. Vasterling, V. (1987). Jaques Derrida. In P.L. Assoun (red.), Hedendaagse Franse filosofen (pp. 207-231). Assen/Maastricht: Van Gorcum.Google Scholar
  29. Veerman, D. (1988). Lyotard’s integriteit; 13 opmerkingen. In J.-F. Lyotard (red.), Het postmoderne weten (pp. [aanvullen]). Kampen: Kok Agora.Google Scholar
  30. Zwaal, P. van der (1990). Het narratieve paradigma in de psychoanalyse. In F.R. Ankersmit, M.C. Doeser & A. Kibédi Varga (red.), Op verhaal komen. Over narrativiteit in de mens- en cultuurwetenschappen (pp. 36-62). Kampen: Kok Agora.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2006

Authors and Affiliations

  1. 1.

Personalised recommendations