Advertisement

TSG

, Volume 85, Issue 8, pp 427–433 | Cite as

Omvang en opvattingen over vrouwelijke genitale verminking

  • M. A. Kramer
  • P. M. T. Dijkema
  • P. J. Tichelman
  • I. Joris
  • A. P. Verhoeff
Wetenschappelijke artikelen
  • 107 Downloads

Samenvatting

Om inzicht te krijgen in de omvang en opvattingen over vrouwelijke genitale verminking (VGV) hebben in 2005, 475 zorg- en dienstverleners en 37 vertegenwoordigers van scholen in Amsterdam en Tilburg een enquête ingevuld. In Tilburg zijn ook drie focusgroepbijeenkomsten gehouden met 33 vrouwen van hoofdzakelijk Somalische afkomst. Van de deelnemende zorgverleners rapporteerde 36% geconfronteerd te zijn met VGV in het jaar voorafgaand aan de enquête. Complicaties als gevolg van VGV werden voornamelijk gezien door huisartsen, gynaecologen en praktijkverpleegkundigen van Stichting Medische Opvang Asielzoekers. Basisschoolleerkrachten en dienstverleners waren nauwelijks geconfronteerd met VGV. Professionals meenden een ‘gemiddelde kennis’ te hebben van VGV, die zij als onvoldoende beschouwden voor het signaleren en bespreken van VGV met risicogroepen. Zorgverleners zien het wel als hun taak om VGV te bespreken. Uit de focusgroepen bleek dat VGV mogelijk voorkomt onder Somalische meisjes in Nederland. Somalische meisjes zouden hier niet zoals meisjes in Somalië tussen de 6 en 12 jaar worden besneden, maar mogelijk al als baby of als ze 13 jaar of ouder zijn. Een deel van de vrouwen keurde milde vormen van VGV goed, waarbij de geloofsovertuiging van grote invloed bleek. Voorlichting en geloofsverdieping hebben de afgelopen jaren houdingsveranderingen teweeggebracht. Het totale verbod en een verplichte controle op VGV werden door veel vrouwen verworpen. Het verbod zou vooral bijdragen aan uitstel van gewenste besnijdenissen. Uit dit onderzoek blijkt dat zowel zorg- en dienstverleners als leerkrachten een signaleringsfunctie kunnen uitvoeren met betrekking tot VGV. Aanbevolen wordt om zorgverleners en leerkrachten die regelmatig in contact komen met de risicogroepen (na)scholing te bieden, zodat zij voldoende toegerust zijn om VGV te signaleren en bespreekbaar te maken. Voor de risicogroepen lijkt voortzetting en uitbreiding van doelgroepgerichte voorlichting een geschikt instrument om VGV tegen te gaan.

vrouwelijke genitale verminking meisjesbesnijdenis signalering Somalië houding focusgroepen 

Abstract

Encounters with female genital mutilation by Dutch professionals and attitudes in the at-risk community

The extent to which female genital mutilation (FGM) is encountered in the Netherlands was investigated by a questionnaire administered in Amsterdam and Tilburg to 475 health care workers/service providers and to teachers in 37 primary schools. In addition, three focus group interviews were held in Tilburg with 33 women of mainly Somalian background to explore their attitudes toward FGM. In the year before the questionnaire, FGM was encountered by 36% of the health care workers. Complications due to FGM were primarily seen by general practitioners, gynaecologists and nurses of the Foundation for Medical Accommodation Asylum seekers. Very few teachers or social workers encountered FGM. All three professional groups had an average knowledge of FGM but felt unprepared to discuss FGM with women in at-risk communities. Health care workers agreed that such discussion should be part of their job. The focus groups suggested that FGM of Somali girls may occur in the Netherlands. In Somalia, FGM was traditionally performed on girls 6 to 12 years of age, but emigration has stretched the at-risk period. Thus girls may be circumcised as babies or as adolescents. Some women in the focus groups approved milder forms of FGM. Religious beliefs had much influence on their approval. The women’s attitudes have changed over the last years as a result of religious study and public health information. Many women disapproved the Dutch prohibition and the compulsory check on girls at risk. Prohibition mainly causes delay of circumcisions. Health care workers, social workers, and school teachers may encounter FGM in the Netherlands. Those often in contact with at-risk groups should be trained to observe and discuss FGM with family members. Within the at-risk community, continuation and extension of educational activities is a suitable way to fight FGM.

female genital mutilation circumcision observation focus group attitude 

Literatuur

  1. 1.
    World Health Organization. Female genital mutilation (fact sheet no. 241). Geneva: WHO, 2000.Google Scholar
  2. 2.
    Magoha GA, Magoha OB. Current global status of female genital mutilation: a review. East Afr Med J 2000;77:268-72.Google Scholar
  3. 3.
    Stichting Pharos. Vrouwenbesnijdenis: informatie voor de gezondheidszorg (http://www.pharos.nl/Publ/Pp-publ2C.html). Utrecht: Pharos, 2000.Google Scholar
  4. 4.
    UNICEF. Changing a harmful social convention: female genital mutilation/cutting. Italy: UNICEF Innocenti Research Centre, 2005.Google Scholar
  5. 5.
    Kwaak A van der, Bartels E, Vries F de, Meeuwese S. Strategieën ter voorkoming van besnijdenis bij meisjes: inventarisatie en aanbevelingen. Amsterdam: VU Medisch Centrum, 2003.Google Scholar
  6. 6.
    Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Aanpak vrouwelijke genitale verminking (brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal GVM/2464671 23-4-2004). Den Haag: Ministerie van VWS, 2004.Google Scholar
  7. 7.
    Dienst Onderzoek en Statistiek (http://www.os.amsterdam.nl). Amsterdam: Gemeente Amsterdam, 2005.Google Scholar
  8. 8.
    Stadsmonitor Tilburg (http://tilburg-stadsmonitor.buurtmonitor.nl). Tilburg: Swing Online, 2005.Google Scholar
  9. 9.
    Kramer MA, Dijkema P, Joris I, Tichelman P, Verhoeff A. Vrouwelijke genitale verminking nader bekeken: een onderzoek naar de aard, omvang en attitude onder professionals en risicogroep in Amsterdam en Tilburg. Zoetermeer: Raad voor de Volksgezondheid en Zorg, 2005.Google Scholar
  10. 10.
    Migchelbrink F. Praktijkgericht onderzoek in zorg en welzijn. Amsterdam: SWP, 2000.Google Scholar
  11. 11.
    Pope C, Ziebland S, Mays N. Qualitative research in health care; analysing qualitative data. BMJ 2000;320:114-6.Google Scholar
  12. 12.
    Turone F. Controversy surrounds proposed Italian alternative to female genital mutilation. BMJ 2004;328:247.Google Scholar
  13. 13.
    Tamaddon L, Johnsdotter S, Liljestrand J, Essén B. Swedish health care providers experience and knowledge of female genital cutting. Health Care Women Int 2006;27:709-22.Google Scholar
  14. 14.
    Jäger F, Schulze S, Hohlfeld P. Female genital mutilation in Switzerland: a survey among gynaecologists. Swiss Medical Weekly 2002;132:259-64.Google Scholar
  15. 15.
    Momoh, C, Ladhani S, Lochrie DP, Rymer J. Female genital mutilation: analysis of the first twelve months of a southeast London specialist clinic. BJOG 2001;108:186-91.Google Scholar
  16. 16.
    Kelley K, Clark B, Brown V, Sitzia J. Good practice in the conduct and reporting of survey research. Int J Qual Health Care 2003;15:261-6.Google Scholar
  17. 17.
    Boynton PM. Hands-on guide to questionnaire research: administering, analysing, and reporting your questionnaire. BMJ 2004; 328:1372-5.Google Scholar
  18. 18.
    Ploeger, D. Vrouwenbesnijdenis/Als de imam er maar tegen was. Trouw, De verdieping, 20 januari 2007.Google Scholar
  19. 19.
    Goei S. Vrouwenbesnijdenis en cultuurverandering. In: Kwaak A van der, Keizer, C. Van verzwegen pijn naar stil verdriet: visies op besnijdenis en verandering. Amsterdam: VU Medisch Centrum/Dienst Communicatie Wetenschapswinkel, 2004.Google Scholar
  20. 20.
    Stichting Pharos. Bijlage 9 Verslag van gesprek met getrainde sleutelpersonen VGV. In: Vrouwelijke genitale verminking nader bekeken; een onderzoek naar de aard, omvang en attitude onder professionals en risicogroep in Amsterdam en Tilburg. Zoetermeer: Raad voor de Volksgezondheid en Zorg, 2005.Google Scholar
  21. 21.
    Bijlsma-Schlösser JFM. Stappenplan: Het voorkomen van meisjesbesnijdenis door samenwerken. AJN; 2004.Google Scholar
  22. 22.
    Kelly E, Hillard PJ. Female genital mutilation. Curr Opin Obstet Gynecol 2005;17:490-4.Google Scholar
  23. 23.
    Hendriks, M. Projectevaluatie Vrouwenbesnijdenis in Nederland. Van beleid naar praktijk. September 2000-december 2002. Utrecht: Federatie van Somalische Associaties in Nederland (FSAN) en Pharos, 2003.Google Scholar
  24. 24.
    Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Kabinetsstandpunt RVZ-advies bestrijding vrouwelijke genitale verminking (brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal PG/OGZ 2594902 26-8-2005). Den Haag: Ministerie van VWS, 2005.Google Scholar
  25. 25.
    Stichting Pharos. Preventie vrouwelijke genitale verminking meerjarenprogramma 2006-2009. Utrecht: Pharos, 2006.Google Scholar
  26. 26.
    Focal Point meisjesbesnijdenis: Nieuwsbrief 1. Utrecht: Pharos, 2006.Google Scholar
  27. 27.
    Ploeger, D. Leren praten over vrouwenbesnijdenis: een afkeurende en belerende houding werkt niet. Medisch Contact 2007;62:242-4.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2007

Authors and Affiliations

  • M. A. Kramer
    • 1
  • P. M. T. Dijkema
  • P. J. Tichelman
  • I. Joris
  • A. P. Verhoeff
  1. 1.

Personalised recommendations