Advertisement

Bijblijven

, Volume 24, Issue 9, pp 32–38 | Cite as

Schimmelinfecties bij de patiënt met een gestoorde afweer

  • P. P. Koopmans
Artikel
  • 55 Downloads

Samenvatting

Schimmels en gisten worden steeds belangrijker als verwekker van zogeheten opportunistische infecties bij patiënten met een verminderde afweer. Patiënten met een hiv-infectie en een laag aantal CD4-cellen, patiënten die een beenmerg- of orgaantransplantatie hebben ondergaan, maar ook patiënten die langdurig worden behandeld met immunosuppressiva, antibiotica of gedurende lange tijd een intravasculaire katheter nodig hebben, zijn vatbaar voor deze infecties. Oppervlakkige schimmelinfecties zijn bij dergelijke patiënten lastiger te behandelen, terwijl systemische, zogeheten diepe mycosen nog steeds een letaal beloop kunnen hebben.

De belangrijkste in Nederland voorkomende infecties door schimmels en gisten zijn candidiasis, aspergillose en cryptokokkose. Zeldzamer zijn infecties door Mucoraceae, Fusarium en schimmels die buiten Europa endemisch zijn, zoals Histoplasma. De klinische beelden, de nieuwe ontwikkelingen in de diagnostiek en de therapie met onder andere nieuwe breedspectrumtriazolen en echinocandinen komen in dit artikel aan de orde.

Keywords

opportunistisch hiv aspergillose diepe mycose 

Literatuur

  1. 1.
    Patterson TF. Advances and challenges in management of invasive mycoses. Lancet 2005;366:1013-24.Google Scholar
  2. 2.
    Wout JW van ’t, Kullberg BJ, Meiss JFGM, Reiss P. Schimmelinfecties bij patiënten met een gestoorde afweer. Ned Tijdschr Geneeskd 1995;139:1430-6.Google Scholar
  3. 3.
    Verweij PE, Donnelly JP, Die CE van, Blijlevens NMA, Kullberg BJ, Pauw BE de. Verbeterde diagnostiek van invasieve aspergillose en systemische controle van patiënten met een verhoogd risico. Ned Tijdschr Geneeskd 2005;149:561-7.Google Scholar
  4. 4.
    Heiligenberg R, Kuijper EJ, Danner SA. Gegeneraliseerde histoplasmose bij drie patiënten met HIV infectie. Ned Tijdschr Geneeskd 1990;134:1793-6.Google Scholar
  5. 5.
    Verweij PE, Velden WJFM van der, Donnelly JP, Blijlevens NMA, Warris A. Invasieve zygomycose bij patiënten die worden behandeld voor een hematologische maligniteit. Ned Tijdschr Geneeskd 2007;151:2597-602.Google Scholar
  6. 6.
    Kullberg BJ, Wout J van ’t. Invasieve zygomycose: Vooral bij diabetes mellitus en ijzerstapeling. Ned Tijdschr Geneeskd 2007;151:2603-5.Google Scholar
  7. 7.
    Wout JW van ’t, Kuijper EJ, Kullberg BJ. Nieuwe ontwikkelingen in de antifungale therapie: Fluconazol, itraconazol, voriconazol, caspofungine. Ned Tijdschr Geneeskd 2004;148:1679-84.Google Scholar
  8. 8.
    Walsh TJ, Pappas P, Drew WJ, Hillard ML, Petersen F, Raffali J, et al. Voriconazole compared with liposomal amphotericin B for empirical antifungal therapy in patients with neutropenia and persistent fever. N Engl J Med 2002;346:225-34.Google Scholar
  9. 9.
    Walsh TJ, Teppler H, Donowitz GR, Maertens JA, Baden LR, Dmoszynska A. Caspofungin versus liposomal amphotericin B for empirical antifungal therapy in patients with persistent fever and neutropenia. N Engl J Med 2004;351:1391-402.Google Scholar
  10. 10.
    Sobel JD, Ravankar SG. Echinocandins-first choice or first line therapy for invasive candidiasis? N Engl J Med 2007;356:2525-6.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2008

Authors and Affiliations

  • P. P. Koopmans
    • 1
  1. 1.

Personalised recommendations