Advertisement

Stimulus

, Volume 24, Issue 2, pp 103–107 | Cite as

Welke oefentherapie bij neuromusculaire aandoeningen?

  • Eline Lindeman
  • Elly van der Kooi
Klinische vraag
  • 195 Downloads

Samenvatting

Er zijn vele soorten spierziekten, elk met hun eigen oorzaak en gevolgen. Waarschijnlijk heeft oefentherapie niet op al die aandoeningen hetzelfde effect. Tot voor kort gingen velen ervan uit dat oefenen schadelijk zou zijn bij deze aandoeningen. Maar de beperkte literatuur die nu voorhanden is laat geen negatieve effecten van oefentherapie zien. Die literatuur betreft maar enkele aandoeningen en maar enkele typen interventies. Daarom is er grote behoefte aan goed opgezet wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van diverse vormen van oefentherapie, waarbij er een grote uitdaging ligt op het gebied van functioneel oefenen. De patiëntenzorg krijgt het advies om, indien gekozen wordt voor potentieel spierbelastende training, goed te monitoren op eventuele bijwerkingen.

Literatuur

  1. ACSM (American College of Sports Medicine). The recommended quantity and quality of exercise for developing and maintaining cardiorespiratory and muscular fitness, and flexibility in healthy adults. Medicine and Science in Sports and Exercise 1998;30:975-91.Google Scholar
  2. Chan KM, Amirjani N, Sumrain M, Clarke A, Strohschein FJ. Randomized controlled trial of strength training in post-polio patients. Muscle Nerve 2003;27:332-8.Google Scholar
  3. Werkgroep diagnostiek en behandeling van myositis Dermatomyositis, Polymyositis en Sporadische inclusion body Myositis bij volwassenen en kinderen. Richtlijn. Werkgroepleden: Jennekens FGI, voorzitter, en verder: Bijlsma JWJ, Boerman RH, de Coo IFM, van Engelen BGM, Enomoto DNH, van den Hoogen FHJ, Hoogendijk JE, Horemans A, Kallenberg CGM, van Laar JM, Lammens MM, Lindeman E, Linssen WHJP, Piron-van Herk J, de Rie MA, Snoeck-Streef IN, de Visser M, van Royen-Kerkhof A, Wintzen AR, van Veenendaal H, Rosenbrand K. CBO, 2005.Google Scholar
  4. Eagle M. Report on the muscular dystrophy campaign workshop: exercise in neuromuscular diseases. Newcastle, January 2002. Neuromusc Disord 2002;12:975-83Google Scholar
  5. Emery AEH. Diagnostic criteria for neuromuscular disorders. 2nd edition. London: Royal Society of Medicine Press, 1997.Google Scholar
  6. Fowler jr WM. Role of physical activity and exercise training in neuromuscular disease. Am J Phys Med Rehabil 2002;81(11 Suppl):S187-95.Google Scholar
  7. Horemans AMC, Samenwerkingsrichtlijn voor de multidisciplinaire zorg aan mensen met Duchenne spierdystrofie. Baarn: Vereniging Spierziekten Nederland, 2002.Google Scholar
  8. Kilmer DD. The role of exercise in neuromuscular disease. Phys Med and Rehabil Clin of North America 1998;9:115-25.Google Scholar
  9. Kooi EL van der, Vogels OJM, Asseldonk RJGP van, Lindeman E, Hendriks JCM, Wohlgemuth M, Maarel SM van der, Padberg GW. Strength training and albuterol in facioscapulohumeral muscular dystrophy. Neurology 2004;63:702-708.Google Scholar
  10. Kooi EL van der, Lindeman E, Riphagen I. Strength training and aerobic exercise training for muscle disease. In: Cochrane Database Syst Rev 2005 Jan 25;(1):CD003907.Google Scholar
  11. Lindeman E, Drukker J. Specificity of strength training in neuromuscular disorders. J Rehabil Sci 1994;7(3):13-15.Google Scholar
  12. Lindeman E, Leffers P, Spaans F, Drukker J, Reulen J, Kerckhoffs M, Koke A. Strength training in patients with myotonic dystrophy and hereditary motor and sensory neuropathy: a randomized clinical trial. Arch Phys Med and Rehabil 1995;76:612-20.Google Scholar
  13. Lindeman E, Spaans F, Reulen J, Leffers P, Drukker J. Progressive resistance training in neuromuscular patients. Effects on force and surface EMG. J Electromyogr and Kinesiol 1999;9:379-84.Google Scholar
  14. Lindeman E, Vos IL, Berg JP van den, Brunt ERP, Haelst JMPI van, Ivanyi B, Margry RDJ, Veenendaal H van, Wiel MPIJ van de. Revalidatiegeneeskundige richtlijn Ataxie van Friedreich. Baarn: Vereniging Spierziekten Nederland, 2003.Google Scholar
  15. Richardson JK, Sandman D, Vela S. A focused exercise regimen improves clinical measures of balance in patients with peripheral neuropathy. Arch Phys Med Rehabil 2001;82:205-9.Google Scholar
  16. Ruhland JL, Shields RK. The effects of a home exercise program on impairment and health-related quality of life in persons with chronic peripheral neuropathies. Phys Ther 1997;77:1026-39.Google Scholar
  17. Tol-de Jager MJ van, Horemans A, Lindeman E. Samenwerking met patiëntenvereniging leidt tot ontwikkeling van behandelrichtlijnen voor zeldzame neuromusculaire aandoeningen. Revalidata 2003;116:22-23.Google Scholar
  18. White CM, Pritchard J, Turner-Stokes L. Exercise for peripheral neuropathy. Cochrane Review. In: Cochrane Database Syst Rev. 2004 Jan 26;(1):CD003904.Google Scholar
  19. Wiesinger GF, Quittan M, Aringer M, Seeber A, Volc-Platzer B, Smolen J, Graninger W. Improvement of physical fitness and muscle strength in polymyositis/dermatomyositis patients by a training programme. Br J Rheumatol 1998;37:196-200.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2005

Authors and Affiliations

  • Eline Lindeman
    • 1
  • Elly van der Kooi
  1. 1.

Personalised recommendations