Advertisement

Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie, 2007

, Volume 38, Issue 5, pp 210–216 | Cite as

Geheugenpoli’s in Nederland: Ontwikkelingen sinds 1998

  • F. R. J. Verhey
  • I. Ramakers
  • J. Jolles
  • Ph. Scheltens
  • M. Vernooij-Dassen
  • M. Olde Rikkert
Artikel

Abstract

Development of memory clinics in the NetherlandsAim Memory Clinics (MC’s) are multidisciplinary teams involved with early diagnosis and treatment of people with dementia. In order to attain more insight into the development of this kind of services in the Netherlands, we compared the data of two inventories, one of 1998 and the other of 2004. Results The number of MC’s increased from 12 to 40. The number of referrals per service has also increased. Dementia was the most important syndromal diagnosis. The focus is less exclusively on academic centres. An growing number of MC’s has structural collaborations with local service providers for mental health. Differences among MC’s exist with regard to the number of referrals per week, the intensity and duration of the diagnostic procedures and the proportion of people without dementia. There is much interest among MC’s to participate in a national network for harmonisation and quality control. Conclusion MC’s are an increasing part of standard care for people with early dementia and other cognitive disorders.

Tijdschr Gerontol Geriatr 2007; 38: 237-245

Samenvatting

Achtergrond Geheugenpoli’s worden gevormd door multidisciplinaire teams die zich bezighouden met de vroege diagnostiek, behandeling en begeleiding van patiënten met dementie.

Doel Meer inzicht te verkrijgen in de mogelijkheden en werkwijze van de verschillende geheugenpoli’s en de ontwikkeling van deze voorzieningen in de afgelopen jaren.

Methode Vergelijking tussen een schriftelijke enquête uit 1998 en in 2004 onder Nederlandse geheugenpoliklinieken.

Resultaten Tussen 1998 en 2004 steeg het aantal geheugenpoliklinieken in Nederland van 12 naar 40. Het aantal nieuwe patiënten per kliniek neemt toe en dementie is de belangrijkste syndroomdiagnose. De focus ligt niet meer nadrukkelijk op de academische centra. Steeds meer geheugenpoli’s hebben een vorm van structurele samenwerking met zorginstellingen in de regio. Verschillen bestaan er ten aanzien van het aantal nieuwe patiënten per week, de duur van het diagnostisch traject en het aantal belastingsuren om het gehele protocol te doorlopen. Ook de diagnoseverdeling van dementiepatiënten en de diagnostische classificatie van de patiënten zonder dementie maar met cognitieve klachten of stoornissen loopt uiteen. Er bestaat grote interesse in het instellen van een landelijk netwerk van geheugenpoli’s.

Conclusie Geheugenpoliklinieken maken inmiddels deel uit van standaardzorg voor mensen met cognitieve stoornissen en vroege stadia van dementie en zullen dat in de toekomst steeds meer gaan doen.

geheugenpoliklinieken  vroege diagnostiek  dementie 

Literatuur

  1. Gezondheidsraad. Psychogeriatrische ziektebeelden in het bijzonder dementie, depressie en delirium. Den Haag: Gezondheidsraad, 1988.Google Scholar
  2. Walstra GJM, Derix MMA, Hijdra A, Crevel Hv. Een polikliniek voor geheugenstoornissen; eerste ervaringen. Nederlands Tijdschrift voor de Geneeskunde 1992;136:328-32.Google Scholar
  3. Wind AW. Mogelijkheden om dementie in een vroeg stadium te herkennen. Huisarts en wetenschap 1997;40:589-92.Google Scholar
  4. CBO. Conceptrichtlijn diagnostiek en medicamenteuze behandeling van dementie. Utrecht: Centraal begeleidingsorgaan voor Intercollegiale toesting, 2004.Google Scholar
  5. Wright N, Lindesay J. A survey of memory clinics in the British Isles. International Journal of Geriatric Psychiatry 1995;10:379-86.CrossRefGoogle Scholar
  6. Verhey FRJ, Reyersen van Buuren E, Jolles J. De geheugenkliniek: multidisciplinaire benadering bij stoornissen van het geheugen en andere cognitieve stoornissen. Amsterdam: Gerontologisch instituut, 1987.Google Scholar
  7. Verhey FRJ, Nods M, Ponds RWHM, Scheltens P. Geheugenpoliklinieken in Nederland. Nederlands Tijdschrift voor Neurologie 1999;3:169-74.Google Scholar
  8. Verhey FRJ, Ramakers I, Jolles J, Scheltens P, Blom M, Vernooij-Dassen M, et al. Geheugenpoliklinieken in Nederland. Inventarisatie 2004. Neuropsych publishers. Maastricht: University of Maastricht, 2005.Google Scholar
  9. EBRO. Richtlijn diagnostiek en medicamenteuze behandeling van dementie. Utrecht: Evidence-Based Richtlijn Ontwikkeling (EBRO). Uitgever van Zuiden Communications, 2005.Google Scholar
  10. College voor Zorgverzekeringen (CVZ). De ziekte van Alzheimer: diagnostiek en medicamneteuze behandeling. Richtlijnen voor de praktijk. Amstelveen: College voor Zorgverzekeringen, 2000.Google Scholar
  11. Ruitenberg A, Ott A, van Swieten JC, Hofman A, Breteler MM. Incidence of dementia: does gender make a difference? Neurobiol Aging 2001;22(4):575-80.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  12. Lindesay J, Marudkar M, van Diepen E, Wilcock G. The second Leicester survey of memory clinics in the British Isles. Int J Ger Psychiatry 2002;17:41-47.CrossRefGoogle Scholar
  13. Jolley D, Benbow SM, Grizzell M. Memory clinics. Postgrad Med J 2006;82(965):199-206.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  14. College voor Zorgverzekeringen (CVZ). De ziekte van Alzheimer: diagnostiek en medicamenteuze behandeling. Richtlijnen voor de praktijk. Amstelveen: College voor Zorgverzekeringen, 2000.Google Scholar
  15. Pelosi AJ, McNulty SV, Jackson GA. Role of cholinesterase inhibitors in dementia care needs rethinking. Bmj 2006;333(7566):491-3.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  16. Verhey F, Scheltens P, Olde Rikkert M. De ontwikkeling van geheugenpoliklinieken in Nederland. Nederlands Tijdschrift Geneeskunde 2007;151:578-80.Google Scholar
  17. Moniz-Crook E, Woods RT. The role of memory clinics and psychosocial intervention in the early stages of dementia. International Journal of Geriatric Psychiatry 1997;12:1143-1145.CrossRefGoogle Scholar
  18. National Institute for Health and Clinical Excellence (NHS), Social Care Institute for Excellence (SCIE). Dementia. Supporting people with dementia and their carers in health and social care. www.nice.ac.uk 2006.
  19. Wind A, Gussekloo J, Vernooij-Dassen M, Bouma M, Boomsma L, Boukes F. NHG-Standaard Dementie (tweede herziening) Huisarts en wetenschap 2003;46 (13):754-67.Google Scholar
  20. Wolfs CA, Verhey FR, Kessels A, Winkens RA, Severens JL, Dirksen CD. GP concordance with advice for treatment following a multidisciplinary psychogeriatric assessment. Int J Geriatr Psychiatry 2006.Google Scholar
  21. Draskovic I, Vernooij-Dassen M, Verhey FRJ, Scheltens P, Olde Rikkert MG. Kwaliteitsindicatoren Geheugenpoliklinieken: ontwikkeling en validering. In: publishers N, editor. Maastricht, 2006.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2007

Authors and Affiliations

  • F. R. J. Verhey
    • 1
  • I. Ramakers
  • J. Jolles
  • Ph. Scheltens
  • M. Vernooij-Dassen
  • M. Olde Rikkert
  1. 1.

Personalised recommendations