Advertisement

De proef van Lasègue, betekenis voor de praktijk van de bedrijfsarts

  • P. van der Hofstede
  • J. H. A. M. Verbeek
Onderzoek
  • 74 Downloads

Samenvatting

De proef van Lasègue of straight leg raising test (SLR) is de meest bekende radiculaire prikkelingstest. Hoe wordt de test uitgevoerd en wat is haar waarde voor de bedrijfsarts? Middels een literatuuronderzoek zijn antwoorden gezocht.

De proef is positief als uitstralende pijn tot voorbij de knie optreedt in het gestrekte been dat passief in de heup wordt geflecteerd.

De negatieve overeenstemming in de eerste lijn is hoog.Wanneer de SLR positief wordt beoordeeld in de eerstelijns setting, is deze bij herbeoordeling na 8 dagen nog maar in 50% van de gevallen positief. Indien mede op basis van een positieve SLR de diagnose radiculair syndroom is gesteld en de bedrijfsarts twijfelt of hij de werknemer zal activeren, kan herbeoordeling na ruim een week zinvol zijn. In de eerstelijns situatie is de sensitiviteit voor de SLR 0,64 en de specificiteit 0,57, waardoor de SLR voor de bedrijfsarts van beperkte betekenis is.

De ‘richtlijn lage-rugklachten’ stelt dat de diagnose radiculair syndroom kan worden gesteld als de werknemer last heeft van uitstralende pijn in het been en de SLR positief is. Op basis van recente literatuur blijkt dat de kans op een radiculair syndroom dan toeneemt van 69% naar 77%. De volgende vragen zijn van grotere diagnostische waarde en kunnen de diagnose wortelcompressie helpen uitsluiten:

• is de pijn in het been erger dan de pijn in de rug?

• is er sprake van een typische dermatoom-verdeling van de pijn?

• neemt de pijn in het been toe bij drukverhogende momenten?

Aanpassing van de richtlijn is gewenst om het uitsluiten van de diagnose te operationaliseren. Hiermee kan onnodig verzuim wegens aspecifieke lage-rugklachten voorkomen worden.

rugpijn lumbosacraal radiculair syndroom proef van Lasègue praktijkrichtlijn diagnostiek 

Literatuur

  1. Aulman P, Bakker-Rens RM, Dielemans SF, et al. Handelen van de bedrijfsarts bij werknemers met lage rugklachten. Eindhoven: NVAB, 1999.Google Scholar
  2. Sackett DL, Haynes RB, Guyatt GH Tugwell P. Clinical Epidemiology: A Basic Science for Clinical Medicine, Second Edition. Boston: Little, Brown and Company, 1991.Google Scholar
  3. Sacket DL, Richardson WS, Rosenberg W, Haynes RB. Evidence-based Medicine. How to practice and teach EBM. Edinburgh: Churchill Livingstone, 1998.Google Scholar
  4. Oosterhuis HJGH. Fysische diagnostiek – lumbosacrale radiculaire prikkelingsverschijnselen. Ned Tijdschr Geneeskd 1999; 143: 617–620.PubMedGoogle Scholar
  5. Hoogen HMM van den, Koes BW, Devillé W et al. The inter-observer reproducibility of Lasègue's sign in patients with low back pain in general practice. Br J Gen Pract 1996; 46: 727–730.PubMedGoogle Scholar
  6. Vroomen PCAJ, Krom MC de, Knottnerus KA. Consistency of history taking and physical examination in patients with suspected lumbar nerve root involvement. Spine 2000; 25: 91–97.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  7. Devillé WLJM, Windt DAWM van der, Dzaferagic A et al. The test of Lasègue. Systematic review of the accuracy in diagnosing herniated discs. Spine 2000; 25(9): 1140–1147.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  8. Vroomen PCAJ, Krom MCTFM de. Ingezonden brief. Ned Tijdschr Geneeskd 1999; 143: 1394–1395.PubMedGoogle Scholar
  9. Vroomen PCAJ, Krom MCTFM de, Wilmink JT, et al. Diagnostic value of history in patients suspected of lubosacral nerve root compression J Neurol Neurosurg Psychiat 2002; 72: 630–634.CrossRefPubMedGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2004

Authors and Affiliations

  1. 1.

Personalised recommendations