Advertisement

Psychopraxis, jaargang 2007

, Volume 9, Issue 1, pp 1–3 | Cite as

Hoe volwassenen met ADHD en verslaving behandelen?

  • Pieter-Jan Carpentier
Consult
  • 313 Downloads

Abstract

ADHD (Attention Deficit/Hyperactivity Disorder of aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit),vooral in combinatie met andere gedragsproblemen op kinderleeftijd (Conduct Disorder), vergroot het risico op verslavingsproblemen op volwassen leeftijd. 1 Het sterkste bewijs hiervoor komt uit longitudinaal onderzoek van de behandeling van kinderen met ADHD: de medicamenteuze behandeling (vooral met psychostimulantia) blijkt het risico op verslaving niet te doen toenemen, maar te verminderen. 2 Op welke wijze behandeling van ADHD op kinderleeftijd problematisch middelengebruik op volwassen leeftijd helpt voorkomen, is nog onduidelijk: waarschijnlijk is dit effect grotendeels indirect. Met de behandeling nemen ook ADHD-symptomen af, zoals impulsiviteit, die een risico vormen voor problematisch middelengebruik. De behandeling biedt deze kinderen ook de kans beter te functioneren, wat hen teleurstellingen en frustraties kan besparen, wat anders tot demoralisatie en een verhoogd risico op verslaving zou leiden. Of de behandeling ook invloed heeft op de uitrijping van de hersenstructuren, die een rol spelen bij verslaving (zoals het centrale beloningssysteem) is nog speculatief. Hoe zit dat met ADHD bij volwassenen? Heeft behandeling van ADHD dan ook een gunstig effect op eventuele verslavingsproblemen?

Noten

  1. Wilens TE (2004) Attention-deficit/hyperactivity disorder and the substance use disorders: the nature of the relationship, subtypes at risk, and treatment issues. Psychiatric clinics of North America 27: 283–301Google Scholar
  2. Wilens TE ea (2003) Does stimulant therapy of attention-deficit/hyperactivity disorder beget later substance abuse? A meta-analytic review of the literature. Pediatrics 111: 179–185Google Scholar
  3. Khantzian EJ (1997) The self-medication hypothesis of substance use disorders: a reconsideration and recent applications. Harvard review of psychiatry 4: 231–244Google Scholar
  4. Zowel het risico op misbruik als het beperkte therapietrouw zijn volgens sommigen te voorkomen door het gebruik van methylfenidaat met verlengde afgifte (merknaam Concerta). Verder is het nieuwere middel atomoxetine (Strattera) mogelijk een bruikbaar alternatief, al is dat nog nauwelijks onderzocht in deze patiëntengroep.Google Scholar
  5. Kooij JJ ea (2004) Efficacy and safety of methylphenidate in 45 adults with attention-deficit/hyperactivity disorder. A randomized placebo-controlled double-blind cross-over trial. Psychological medicine 34: 973–982Google Scholar
  6. Schade A ea (2005) The effectiveness of anxiety treatment on alcohol-dependent patients with a comorbid phobic disorder: a randomized controlled trial. Alcoholism: clinical & experimental research 29: 794–800Google Scholar
  7. Carpentier PJ ea (2005) A controlled trial of methylphenidate in adults with attention deficit/hyperactivity disorder and substance use disorders. Addiction 100: 1868–1874; Schubiner H ea (2002) Double-blind placebo-controlled trial of methylphenidate in the treatment of adult ADHD patients with comorbid cocaine dependence. Experimental and clinical psychopharmacology 10: 286–294; Levin FR ea (2007) Treatment of cocaine dependent treatment seekers with adult ADHD: Double-blind comparison of methylphenidate and placebo. Drug and alcohol dependence [in druk; Epub ahead of print: 22 aug 2006]Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2007

Authors and Affiliations

  1. 1.

Personalised recommendations