Advertisement

Neuropraxis

, Volume 3, Issue 1, pp 19–22 | Cite as

cva en emoties

  • Christina van der Feltz-Cornelis
Artikelen

Abstract

Met de vascularisatie van de hersenen kan in principe op twee manieren iets misgaan. Een bloedvat kan verstopt raken, waardoor het achterliggend hersenweefsel geen zuurstof meer krijgt en afsterft. Dit wordt een herseninfarct genoemd. Of een bloedvat kan knappen, waardoor een bloeding in de hersenen optreedt en het getroffen hersenweefsel afsterft. Dit wordt een bloedig herseninfarct genoemd, in de volksmond een beroerte. Beide fenomenen worden aangeduid met de term Cerebro Vasculair Accident (cva). Behalve uitval van de motoriek is bij cva-patiënten vaak ook een veranderde stemming waargenomen. De vraag is of dit gezien moet worden als epifenomeen, namelijk een reactie op het cva zonder pathofysiologisch substraat, of als een biologisch bepaald verschijnsel ten gevolge van verlies van hersenweefsel. Onderzoek wijst in de richting van het laatste.

Literatuur

  1. Bokura, A.H. en Robinson, R.G. Long-term cognitive impairment associated with caudate stroke. Stroke, 28 (5), 970-975.Google Scholar
  2. Bolla-Wilson, K., Robinson, R.G., Starkstein, S.E., et al. (1989). Lateralization of dementia of depression in stroke patients. American Journal of Psychiatry, 146 (5), 627-634.Google Scholar
  3. Eastwood, M.R., Rifat, S.L., Nobbs, H. et al. (1989). Mood disorder following Cerebrovascular Accident. British Journal of Psychiatry, 154, 195-200.Google Scholar
  4. Folstein, M.F., Maiberger, R. en McHugh, P.R. (1977). Mood disorder as a specific complication of stroke. Journal of Neurology, Neurosurgery and Psychiatry, 40, 1018-1020.Google Scholar
  5. Mayberg, H.S., Robinson, R.G., Wong, D.F. et al. (1988). pet imaging of cortical S2-serotonin receptors following stroke: lateralized changes and relationship to depression. American Journal of Psychiatry, 145, 937-943.Google Scholar
  6. Mayberg, H.S., Parikh, R.M., Morris, P.L et al. (1991). Spontaneous remission of post-stroke depression and temporal changes in cortical S2-serotonin receptors. Journal of Neuropsychiatry & Clinical Neurosciences, 3 (1), 80-83.Google Scholar
  7. Morris, P.L., Robinson, R.G. de Carvalho, M.L. e.a. (1996a). Lesion characteristics and depressed mood in the stroke data bank study. Journal of Neuropsychiatry & Clinical Neurosciences, 8 (2), 153-159.Google Scholar
  8. Morris, P.L., Robinson, R.G., Raphael, B. e.a. (1996b). Lesion location and poststroke depression. Journal of Neuropsychiatry & Clinical Neurosciences, 8 (4), 399-403.Google Scholar
  9. Morrison, J.H., Molliver, M.E. en Grzanna, R. (1979). Noradrenergic innervation of the cerebral cortex: widespread effects of local cortical lesions. Science, 205, 313-316.Google Scholar
  10. Paradiso, S. en Robinson, R.G. (1998). Gender differences in poststroke depression. Journal of Neuropsychiatry & Clinical Neurosciences, 10 (1), 41-47.Google Scholar
  11. Pickel, V.M., Segal, M. en Bloom, F.E. (1974). A radioautographic study of the efferent pathways of the nucleus locus coeruleus. Journal of comparative neurology, 155, 15-42.Google Scholar
  12. Robinson, R.G., Kubos, K.L., Star, L.S. et al. (1984). Mood disorders in Stroke Patients, Importance of Location of Lesion. Brain, 107, 81-93.Google Scholar
  13. Schultz, S.K., Castillo, C.S., Kosier, J.T. et al. (1997). Generalized anxiety and depression. Assessment over 2 years after stroke. American Journal of Geriatric Psychiatry, 5 (3), 229-237.Google Scholar
  14. Starkstein, S.E. en Robinson, R.G. (1989). Affective disorders and Cerebral Vascular Disease. British Journal of Psychiatry, 154, 170-182.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 1999

Authors and Affiliations

  • Christina van der Feltz-Cornelis
    • 1
  1. 1.

Personalised recommendations