Advertisement

Stimulus

, 22:109 | Cite as

Het nut van een functiescore bij acuut enkelbandletsel

  • Rob de Bie
  • Ton Lenssen
  • Erik Hendriks
Casus
  • 48 Downloads

Samenvatting

In dit onderzoek hebben we geprobeerd een diagnostisch probleem op te lossen door de prognose van het herstel na enkelbandletsel te bestuderen. Uit de pilotstudie bleek dat sommige variabelen nauwelijks gevoelig zijn voor verandering, bijvoorbeeld leeftijd, maar vaak uitstekende voorspellers zijn voor de prognose (data hier niet weergegeven). Andere variabelen, zoals pijn, zijn weliswaar zeer gevoelig voor verandering, maar juist slechte prognostische factoren. Iedereen heeft immers pijn na een inversietrauma, en dus is pijn een factor die slecht discrimineert tussen lichte en zwaardere letsels.

De diagnostiek die hier is gebruikt, had niet tot doel de aan- of afwezigheid van ziekte vast te stellen. Iedereen die meedeed was immers geblesseerd. Het diagnostisch doel was hier juist onderscheid te maken in gradaties van ernst, met als achterliggende rationale dat ernstiger letsels waarschijnlijk een langere genezingstijd vergen en dus een slechtere herstelprognose hebben. Oftewel, een lagere functiescore bij intake duidt waarschijnlijk op ernstiger letsel en dus een langduriger herstel. Een probleem met het toevoegen van additionele gegevens aan de pilotserie kan zijn dat de patiënten uit de nieuwe groepen een ander stadium van de ziekte laten zien, en daarmee dus het spectrum van de diagnostische test beïnvloeden (spectrum bias). In dit onderzoek is weloverwogen besloten lichtere en zwaardere gevallen toe te laten, om het spectrum te verbreden. Dit is ten koste gegaan van de sensitiviteit en de specificiteit.

Een voordeel van grotere populaties is wel dat het mogelijk wordt meer meetmomenten in kaart te brengen en onderscheid te maken tussen relevante subgroepen: hier sporters en niet-sporters. De einddoelen voor sporters liggen vaak hoger dan voor niet-sporters: de richtlijn Acuut enkelletsel houdt hiermee ook nadrukkelijk rekening. De fysiotherapeuten die sporters behandelen krijgen namelijk het advies door te behandelen tot een functieniveau is bereikt dat past bij de activiteiten die de sporter wenst te ontplooien.

Literatuur

  1. Bie RA de, Hendriks HJM, Lenssen AF, Moorsel SR van, Opraus KWF, Remkes WFA, Swinkels RAHM. KNGF-Richtlijn Acuut enkelletsel. KNGF, 1998;2-23.Google Scholar
  2. Bie RA de, Vet HCW de, Lenssen TF, Wildenberg FAJM van den, Kootstra G, Knipschild PG. Low level lasertherapy in ankle sprains: a randomized clinical trial. Arch Phys Med Rehabil 1998;79:1415-20.Google Scholar
  3. Bie RA de, Vet HCW de, Wildenberg FAJM van den, Lenssen T, Knipschild PG. The prognosis of ankle sprains, Int J Sports Med 1997;18:286-90.Google Scholar
  4. Bol E., Backx FJG, Mechelen W van. Epidemiologie van sport en gezondheid. Utrecht: De Tijdstroom, 1997.Google Scholar
  5. Bol E, Schmickli SL, Backx FJG, Mechelen W van. Sportblessures onder de knie: programmering van toekomstig onderzoek. NISGZ, maart 1991.Google Scholar
  6. Galen WCC van, Diederiks J. Sportblessures breed uitgemeten (Sports injuries in a wider perspective). Haarlem: De Vrieseborch, 1990.Google Scholar
  7. Hendriks Erik, Bie Rob de, Lenssen Ton. Dutch treatment guidelines for acute lateral ankle sprains. Poster. Yokohama, Japan, WCPT, 23-28 mei 1999.Google Scholar
  8. Stiggelbout M, Hildebrandt VH, Ooijendijk WTM. Trendrapport bewegen en gezondheid 1996/1997. TNO-PG, NIA-TNO, 1997.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2003

Authors and Affiliations

  • Rob de Bie
    • 1
  • Ton Lenssen
    • 1
  • Erik Hendriks
    • 1
  1. 1.

Personalised recommendations