Advertisement

Stimulus

, Volume 18, Issue 2, pp 119–122 | Cite as

Sympathische vasoconstrictoire reflexpatronen bij patiënten met een complex regionaal pijnsyndroom

  • Frank Birklein
Article
  • 13 Downloads

Samenvatting

Twintig aan het complex regionaal pijnsyndroom (crps) lijdende patiënten en 21 gezonde proefpersonen werden onderzocht om meer informatie te verkrijgen over sympathische reflex-vasoconstrictie. De gemiddelde leeftijd van de twaalf vrouwelijke en acht mannelijke patiënten was 48,9 jaar (spreiding 21-72). Op het tijdstip van het onderzoek was de gemiddelde duur van de aandoening 8,5 weken (spreiding 2-70). De 21 gezonde proefpersonen werden onderzocht als controlegroep.

Om de vasoconstrictie te induceren werden diverse manoeuvres gebruikt, terwijl de cutane bloedflow van de aangedane en de contralaterale extremiteit werd geregistreerd. Tevens werd van beide ledematen de huidtemperatuur gemeten door middel van infrarood-thermografie. De gebruikte manoeuvres waren: de veno-arteriolaire reflextest (var); de ‘inspiratory gasp’-test (ig); de hoofdrekentest (hr) en de ‘cold pressor’-test (cp). De var is een test waarbij de (aangedane) extremiteit na 30 minuten op harthoogte te hebben gelegen, gedurende 2 minuten 40 cm onder hartniveau wordt gebracht. Bij de ig moet een aantal keren abrupt diep worden ingeademd. De hr bestaat uit 2 minuten hoofdrekenen, bijvoorbeeld uitgaande van 300 steeds 7 aftrekken. De cp behelst 1 minuut onderdompelen van de aangedane hand of voet in ijswater. Bij al deze tests werd zowel bij de aangedane als niet-aangedane extremiteit de bloedflow in de huid, alsook de huidtemperatuur gemeten.

Bij 14 van de 20 patiënten en 14 van de 21 controlepersonen kon een door de provocatietests opgewekte vasoconstrictie worden gemeten, terwijl de overige 6 patiënten en 7 controlepersonen bij ten minste één test vasodilatatie vertoonden (op grond waarvan zij werden uitgesloten van de analyse van het vasoconstrictoire reflexpatroon). Na thermoregulatoire adaptatie was er geen verschil in huidtemperatuur tussen de aangedane en de niet-aangedane extremiteit. De door de hr uitgelokte sympathische reflex-vasoconstrictie – die een corticaal gegenereerde, middelmatige vasoconstrictoire stimulus vertegenwoordigt – was in de aangedane extremiteit significant verminderd ten opzichte van de niet-aangedane extremiteit en de controlepersonen (102,9% van de periode voor de prikkel tegen 85%, p < 0,002); resp. 84,8%, p < 0,001). De var (zuiver postganglionair), ig en cp (zowel spinaal als supraspinaal) – die sterkere vasoconstrictoire stimuli vertegenwoordigen – lieten noch een significant links-rechtsverschil, noch een significant verschil tussen patiënten en controles zien in sympathische vasoconstrictie. Concluderend wijzen onze resultaten op een stoornis van de sympathische vasoconstrictoire activiteit na centrale vasoconstrictoire stimulatie bij crps. De mechanismen die hiervoor mogelijk verantwoordelijk zijn worden hieronder besproken.

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 1999

Authors and Affiliations

  • Frank Birklein
    • 1
  1. 1.

Personalised recommendations