Advertisement

Tijdschrift voor Psychotherapie

, Volume 31, Issue 3, pp 111–122 | Cite as

Het (on)gewone in de diagnostiek en de behandeling van oorlogsslachtoffers

  • Anton Hafkenscheid
Artikel

Abstract

Na een bespreking van enkele kwesties en ontwikkelingen aangaande oorlogsslachtoffers wordt het onderscheid tussen het bijzondere en het gewone in de psychische problematiek en behandeling van oorlogsslachtoffers nader uitgewerkt. Het ongewone in de diagnostiek en behandeling van oorlogsslachtoffers moet worden gezocht in de bijzondere aandacht voor een ongewone psychologische ontwikkeling. Oorlogsslachtoffers verdienen niet alleen maatschappelijke erkenning, maar moeten ook zelf hun ontwikkelingspsychologische scheefgroei onder ogen zien. In de behandeling van oorlogsslachtoffers is het aankaarten van jeugdervaringen nooit een doel op zichzelf. Het oorlogsslachtoffer moet geholpen worden eigen improductieve of destructieve overlevingsmechanismen te veranderen door ze eerst te (h)erkennen.

Notes

Literatuur

  1. Beaufort, B. de (2004). Interapy.nl. Spui, 16, 4-5.Google Scholar
  2. Begemann, F.A. (2003). Traditie of klaagcultuur? Omzien met Withuis: een gedeeld kader om de oorlog te verwerken, ICODO Info, 01-03, 56-63.Google Scholar
  3. Bowlby, J. (1979). The making and breaking of affectional bonds. Londen: Routledge.Google Scholar
  4. Bowlby, J. (1988). A secure base: clinical applications of attachment theory. Londen: Routledge.Google Scholar
  5. Bramsen, I., Klaarenbeek, M.T.A., & Ploeg, H.M. van der (1995). Militaire gevechtservaringen in de jaren 1940-1950. Klachten en gezondheidsbeleving van oorlogsveteranen vijftig jaar later. In H.M. van der Ploeg en J.M.P. Weerts (red.), Veteranen in Nederland: onderzoek naar de gevolgen van oorlogservaringen – Tweede Wereldoorlog – Politionele acties – Korea (pp. 93-111). Lisse: Swets & Zeitlinger.Google Scholar
  6. Brewin, C., & Holmes, E.A. (2003). Psychological theories of posttraumatic stress disorder. Clinical Psychology Review, 23, 339-376.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  7. Broeke, E., Jongh , A. de, Wiersma, K., & Gimbrère, F. (1997). Psychotherapie bij posttraumatische stress-stoornis: de stand van zaken. Tijdschrift voor Psychotherapie, 23, 305-328.CrossRefGoogle Scholar
  8. Brom, D., Durst, N., & Aghassy, G. (2002). The phenomenology of posttraumatic distress in older adult Holocaust survivors. Journal of Clinical Geropsychology, 8, 189-201.CrossRefGoogle Scholar
  9. Buruma, I. De Olympische spelen van het lijden. Trouw, 16 1999.Google Scholar
  10. Dasberg, H. (1987). Trauma in Israël. In H. Dasberg, S. Davidson, G.L. Durlacher, B.C. Filet en E. de Wind, Society and trauma of war (pp. 1-13). Assen/Maastricht: Van Gorcum.Google Scholar
  11. Danieli, Y. (1990). Verschillende stijlen van aanpassing in gezinnen van Holocaustoverlevenden: enkele implicaties voor de behandeling. In D. Greenberg en Y. Danieli, Chanoekat Habajit: Inwijding van het huis (pp.21-35). Assen/Maastricht: Van Gorcum.Google Scholar
  12. Dasberg, H. (2001a). Adult child survivor syndrome: on deprived childhoods of aging Holocaust survivors. Israel Journal of Psychiatry and Related Sciences, 38, 13-26.Google Scholar
  13. Dasberg, H. (2001b). Narrative group therapy with aging child survivors of the Holocaust. Israel Journal of Psychiatry and Related Sciences, 38, 27-35.Google Scholar
  14. Durst, N. (2001). Het spanningsveld tussen maatschappij en Shoah overlevende in Israël. In J.M. Tromp (red.), Slachtofferschap en causaliteit bij oorlogs- en vervolgingservaringen: zeven visies (pp. 38-45). Amersfoort: Sinai Centrum Cahier.Google Scholar
  15. Eland, J., Velden P.G. van der, Kleber, R.J., & Steinmetz, C.H.D. (1990). Tweede generatie Joodse Nederlanders. Utrecht/Deventer: Van Loghum Slaterus/Instituut voor Psychotrauma.Google Scholar
  16. Graaf, P. de (2004). Tilburg ontdekt eigen Anne Frank. De Volkskrant, 19 oktober.Google Scholar
  17. Fuks-Mansfeld, R.G., & Sunier, A. (1997). Wie in tranen zaait…: Geschiedenis van de Joodse Geestelijke Gezondheidszorg in Nederland. Assen: Van Gorcum.Google Scholar
  18. Groen-Prakken, H. (2003). Trauma und Entwicklungsinterferenz. In A. Rossberg en J. Lansen (Hrsg.), Das Schweigen brechen: Berliner Lektionen zu Spätfolgen der Schoa (pp. 151-168). Frankfurt am Main: Peter Lang Verlag.Google Scholar
  19. Haans, T. (1993). K2. Klinische groepen oorlogsslachtoffers: groepspsychotherapie aan overlevenden van de Tweede Wereldoorlog. In In T.J.C. Berk, T.A.E. Hoijtink, M. El Boushy, M. van Noort, E. Gans, G. te Lintelo & C. Missiaen (red.), Handboek Groepspsychotherapie (pp. K2.1-K2.16). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.Google Scholar
  20. Hafkenscheid, A. (1993). Early parenting as perceived by children of survivors: a comparative study with psychiatric outpatients. Voordracht tijdens de 1st World Conference of the International Society for Traumatic Stress Studies, 21-26 juni, Amsterdam.Google Scholar
  21. Hafkenscheid, A. (1999). Het slachtofferschap voorbij. ICODO Info, 16, 51-60.Google Scholar
  22. Hafkenscheid, A. (2001). De onmogelijkheid en onmisbaarheid van de causaliteitsvraag in de behandeling van oorlogs- en vervolgingsslachtoffers. In J.M. Tromp (red.). Slachtofferschap en causaliteit bij oorlogs- en vervolgingservaringen: zeven visies (pp. 14-22). Amersfoort: Sinai Centrum Cahier.Google Scholar
  23. Hafkenscheid, A. (2004). Het onbehagen van de psychotherapeut in de behandelrelatie met getraumatiseerde vluchtelingen. Tijdschrift voor Psychotherapie, 30, 369-381.CrossRefGoogle Scholar
  24. Herlihy, J., Scragg, P., & Turner, S. (2002). Discrepancies in autobiographical memories –implications for the assessment of asylum seekers: repeated interviews study. British Medical Journal, 324, 34-37.CrossRefGoogle Scholar
  25. Herman, J. (1992). Complex PTSD: a syndrome in survivors of prolonged and repeated trauma. Journal of Traumatic Stress, 5, 377-391.CrossRefGoogle Scholar
  26. Horowitz, L.M. (2002). Interpersonal foundations of psychopathology. Washington: American Psychological Association.Google Scholar
  27. Hospers, M. (2003). Acceptance and commitment in a psychotherapeutic day-clinical treatment of child survivors and the second generation. Utrecht: afstudeeronderzoek capaciteitsgroep Klinische en Gezondheidspsychologie.Google Scholar
  28. Janoff-Bulman, R. (1989). Assumptive worlds and the stress of traumatic events: applications of the schema construct. Social Cognition, 7, 113-136.Google Scholar
  29. Jewish virtual library, website (2004), US Court rules John Demjanjuk was nazi guard, 30 april.Google Scholar
  30. Keilson, H. (1985). Sequentiële traumatisering bij kinderen. Nederlands Tijdschrift voor de Geneeskunde, 129, 832-834.Google Scholar
  31. Keilson, H. (1995). Opvang na afloop van grotere betekenis dan de ernst van de ervaringen tijdens de oorlog. Thema, 7, 10-13.Google Scholar
  32. Kellerman, N.P.F. (2001). Psychopathology in children of Holocaust survivors: a review of the research literature. Israel Journal of Psychiatry and Related Sciences, 38, 36-46.PubMedGoogle Scholar
  33. Kiesler, D.J. (1996). Contemporary interpersonal theory and research: personality, psychopathology, and psychotherapy. New York: John Wiley & Sons.Google Scholar
  34. Kleber, R.J. (1994). Late gevolgen van de Tweede Wereldoorlog. De Psycholoog, 29, 125-131.Google Scholar
  35. Kleber, R.J. (1999). Het trauma voorbij: over de grenzen van de psychotraumatologie. Tilburg: inaugurale rede Katholieke Universiteit Brabant.Google Scholar
  36. Kuiper, A. (1999). Een wijze ging voorbij – Het leven van Abel J. Herzberg. Amsterdam: Querido.Google Scholar
  37. Lansen, J. (1990). Een kritische opinie over het begrip posttraumatische stressstoornis. ICODO Info, 89-4/90-1, 11-18.Google Scholar
  38. Lansen, J. (1993). K1 Inleiding. In T.J.C. Berk, T.A.E. Hoijtink, M. El Boushy, M. van Noort, E. Gans, G. te Lintelo & C. Missiaen (red.), Handboek Groepspsychotherapie (pp. K1.3-K1.18). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.Google Scholar
  39. Lansen, J., & Cels, J.P. (1992). Psycho-educative group psychotherapy for Jewish child survivors of the Holocaust and non-Jewish child survivors of Japanese concentration camps. Israel Journal of Psychiatry and Related Sciences, 29, 22-32.PubMedGoogle Scholar
  40. Lempp, R. (2003). Die Einschätzung einer verfolgungsbedingten Minderung der Erwerbsfähigkeit bei psychischen Störungen nach Verfolgung im Kindes- und Jugendalter. In A. Rossberg en J. Lansen (Hrsg.), Das Schweigen brechen: Berliner Lektionen zu Spätfolgen der Schoa (pp. 305-310). Frankfurt am Main: Peter Lang Verlag.Google Scholar
  41. Mak, G. (1999). De Eeuw van mijn vader. Amsterdam: Atlas.Google Scholar
  42. Mooren, G.T.M., & Kleber, R.J. (1996). Gezondheid en herinneringen aan de oorlogsjaren van Indische jeugdige oorlogsgetroffenen. Utrecht: Faculteit Sociale Wetenschappen.Google Scholar
  43. Oosterhof, H. (1989). Het Apeldoornsche Bosch: Joods psychiatrische inrichting 1909-1943. Heerlen: De Voorstad – Historisch Museum Marialust.Google Scholar
  44. Polak, I. (2004). Israël was net zo erg: banken hielden geld nazi-slachtoffers. Trouw, 20 januari.Google Scholar
  45. Presser, J. (1965). Ondergang: de vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom, 1940-1945. Den Haag: Staatsuitgeverij.Google Scholar
  46. Safran, J.D. (1998). Widening the scope of cognitive therapy: the therapeutic relationship, emotion, and the process of change. Northvale, NJ: Jason Aronson.Google Scholar
  47. Schelach, L., & Nachson, I. (2001). Memory of Auschwitz survivors. Applied Cognitive Psychology, 15, 119-132.CrossRefGoogle Scholar
  48. Schudel, W.J., & Pepplinkhuizen, L. (1987). Medische causaliteit bij oorlogsgetroffenen: geannoteerde samenvatting van een literatuuronderzoek. Medisch Contact, 42, 785-788.Google Scholar
  49. Schudel, W.J., & Pepplinkhuizen, L. (1989). Psychotraumata en morbiditeit; oorzaken en gevolgen. Nederlands Tijdschrift voor de Geneeskunde, 133, 1594-1598.Google Scholar
  50. Schreuder, J.N. (2001). Lichaamsgeheugen en levensverhaal bij psychotrauma. Leiden: inaugurale rede Universiteit Leiden.Google Scholar
  51. Schreuder, J.N., Ploeg, H.M. van der, Tiel-Kadiks, G.W. van, Mook, J., & Bramsen, I. (1993). Psychische klachten en kenmerken bij poliklinische patiënten van de naoorlogse generatie. Tijdschrift voor Psychiatrie, 35, 227-241.Google Scholar
  52. Shmotkin, D., & Barilan, Y.M. (2002). Expressions of Holocaust experience and their relationship to mental symptoms and physical morbidity among Holocaust survivor patients. Journal of Behavioral Medicine, 25, 115-134.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  53. Sunier, A. (1973). Specifiek of niet-specifiek, dat is geen kwestie. Maandblad Geestelijke volksgezondheid, 28, 218-226.Google Scholar
  54. Velden, P.G. van der (1999). Getroffen ouders, getroffen kinderen?: een vergelijkende psychologische studie naar de gezondheid en opvoeding van volwassen kinderen van Indische oorlogsgetroffenen. Utrecht, Academisch proefschrift.Google Scholar
  55. Wagenaar, W.A., & Groeneweg, J. (1990). The memory of concentration camp survivors. Applied Cognitive Psychology, 4, 77-87.CrossRefGoogle Scholar
  56. Wind, E. de (1987a). De loochening van het oorlogstrauma. Maandblad Geestelijke volksgezondheid, 42, 547-552.Google Scholar
  57. Wind, E. de (1987b). De tweede generatie: stigma of psychische realiteit? Psychoanalytisch Forum, 5, 47-63.Google Scholar
  58. Wind, E. de (1993). Confrontatie met de dood: psychische gevolgen van vervolging. Utrecht: Stichting ICODO.Google Scholar
  59. Withuis, J. (2001a). Bestaat PTSS? Over trauma, traumacultuur en traumamisbruik. ICODO Info, 18, 5-18.Google Scholar
  60. Withuis, J. (2001b). Geestelijke oorlogsschade: de oorlog in het maandblad 1945-2000. Maandblad Geestelijke volksgezondheid, 56, 394-451.Google Scholar
  61. IJzendoorn, M.H. van (2002). Drie generaties holocaust? Over gehechtheid, trauma en veerkracht. Tijdschrift voor Psychotherapie, 28, 183-204.CrossRefGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2005

Authors and Affiliations

  1. 1.

Personalised recommendations