Advertisement

Tijdschrift voor Psychotherapie

, Volume 31, Issue 1, pp 17–29 | Cite as

Een aanzet tot constructvalidering van de profielinterpretatie van de Nederlandse verkorte MMPI (NVM).

Een onderzoek met behulp van de TAT
  • E. H. M. Eurelings-Bontekoe
  • W. M. Snellen
  • M. J. Verschuur
  • M. Bosch
Artikel

Abstract

In dit artikel worden de resultaten gepresenteerd van een eerste studie naar de constructvaliditeit van de theoriegestuurde profielinterpretatie van de Nederlandse Verkorte MMPI (NVM), die is ontwikkeld door de twee eerstgenoemde auteurs. Als extern validiteitscriterium is gekozen voor de Complexiteit van mentale representaties van het zelf en anderen, een van de vier dimensies van de Social cognition and object relations scale, een door Westen ontwikkeld scoringssysteem voor de Thematische apperceptietest (TAT). De resultaten ondersteunen de hypothese dat met behulp van profielinterpretatie van de NVM latente kwetsbaarheid voor psychopathologie gedetecteerd kan worden. Het niveau van Complexiteit neemt af naarmate de hypothetische structuurpathologie toeneemt.

Notes

Literatuur

  1. Ackerman, S., Hilsenroth, M., Clemence, A., Weatherill, R., & Fowler, Ch. (2001). Convergent validity of Rorschach and TAT scales of object relations. Journal of Personality Assessment, 77, 295-306.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  2. American Psychiatric Association (1980). DSM-III: Diagnostic and statistical manual of mental disorders (3rd ed.). Washington DC: American Psychiatric Association.Google Scholar
  3. American Psychiatric Association (1987). DSM-III-R: Diagnostic and statistical manual of mental disorders (3rd ed, revised). Washington DC: American Psychiatric Association.Google Scholar
  4. American Psychiatric Association (1994). DSM IV. Diagnostic and statistical manual of mental disorders. Washington DC: American Psychiatric Association.Google Scholar
  5. Cohen, J. (1977). Statistical power analysis for the behavioral sciences. New York: Academic Press.Google Scholar
  6. Costa, P.T., & McCrae, R.R. (1990). Personality disorders and the five-factor model of personality. Journal of Personality Disorders, 4, 362-371.Google Scholar
  7. Costa, P.T., & McCrae, R.R. (1992). Revised NEO Personality Inventory (NEO-PI-R) and NEO Five Factor Inventory (NEO-FFI), professional manual. Psychological Assessment Resources, Inc.Google Scholar
  8. Costa, P.T., & Widiger, T.A. (1994). Personality Disorders and the Five-Factor Model of Personality. Washington DC: American Psychological Association.CrossRefGoogle Scholar
  9. Derksen, J.J.L (1990). Een overzicht van drie concepten in de diagnostiek van de borderline persoonlijkheidsstoornis. In J.J.L. Derksen & F.J.S. Donker (red.), De borderline patiënt. Diagnostiek, behandeling en onderzoek (pp. 12-33). Leuven: Acco.Google Scholar
  10. Derksen, J.J.L. (2001). Descriptieve en structurele diagnostiek. Nijmegen: PEN-Tests Publisher BV.Google Scholar
  11. Eurelings-Bontekoe, E.H.M., & Frohn-De Winter, M.L. (2003). Dynamische Persoonlijkheidsdiagnostiek met behulp van projectieve technieken: Thematische Apperceptie Test (TAT), Tekeningen en Zinnen Aanvul Test (ZAT). In E.H.M. Eurelings-Bontekoe & W.M. Snellen (red.), Dynamische persoonlijkheidsdiagnostiek. Lisse: Swets & Zeitlinger.Google Scholar
  12. Exner, J.E. (1991). The Rorschach: A Comprehensive System (Vol. 2: Interpretation; 2e druk). New York: Wiley.Google Scholar
  13. Exner, J.E. (1993). The Rorschach: A Comprehensive System (Vol. 1: Basic Foundations; 3e druk). New York: Wiley.Google Scholar
  14. Goldner, E.M., Srikameswaran, S., Schroeder, M.L., & Livesley, W.J. (1999). Dimensional assessment of personality pathology in patients with eating disorders. Psychiatry Research, 85, 151-159.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  15. Grinker, R.R., Werble, B., & Drye, R.C. (1968). The borderline syndrome: a behavioral study of ego functions. New York: Basic Books.Google Scholar
  16. Hoekstra, H.A., Ormel, J., & Fruyt, F. de (1996). Handleiding voor de Nederlandstalige NEO-Persoonlijkheidsvragenlijsten NEO-PI-R en NEO FFI. Lisse: Swets & Zeitlinger.Google Scholar
  17. Ingenhoven, T., Poolen, F., & Berghuis, H. (2004). Nederlandse vertaling van de Inventory of Personality Organization. Amersfoort: Psychiatrisch Centrum Symfora Groep.Google Scholar
  18. Jonghe, F. de (1989). De descriptieve en de structurele pathologie van de borderline patiënt. Tijdschrift voor Psychiatrie, 31, 485-499.Google Scholar
  19. Kernberg, O.F. (1967). Borderline Personality Organization. Journal of the American Psychoanalytic Association, 15, 641-685.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  20. Kernberg, O.F. (1970). A psychoanalytic classification of character pathology. Journal of the American Psychoanalytic Association, 18, 800-822.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  21. Kernberg, O.F. (1975). Borderline conditions and pathological narcissism. New York: Jason Aronson INC.Google Scholar
  22. Kernberg, O.F. (1976).Object relations theory and clinical psychoanalysis. Northvale, New Jersey, London: Jason Aronson INC.Google Scholar
  23. Kernberg, O.F. (1984). Severe personality disorders. Psychotherapeutic strategies. New Haven and London: Yale University Press.Google Scholar
  24. Kernberg, O.F. (1992). Aggression in personality disorders and perversions. New Haven and London: Yale University Press.Google Scholar
  25. Kernberg, O.F. (1996). A psychoanalytic theory of personality disorders. In J.F. Clarkin & M.F. Lenzenweger (Eds.), Major theories of personality disorder (pp. 106-140). New York/Londen: Guilford Press.Google Scholar
  26. Koff, E.M. (1999). Object relations and defense mechanisms: Related structural personality variables. Dissertations Abstracts International:- section B:- The Sciences and Engineering, 59 (7-B): 3754.Google Scholar
  27. Kooiman, C.G., & Spinhoven, Ph. (1996). Psychoanalytical aspects of DSM-III-R personality disorders in a group of HIV seropositive homosexual males. Journal of Personality Disorders, 10, 195-201.Google Scholar
  28. Krueger, R.F., McGue, M. & Iacono, W.G. (2001). The higher-order structure of common DSM mental disorders: internalization, externalization and their connections to personality. Personality and Individual Differences, 30, 1245-1259.CrossRefGoogle Scholar
  29. Leigh, J., Westen, D., Barends, A., Mendel, M.J., & Byers, S. (1992). The assessment of complexity of representations of people using TAT and interview data. Journal of Personality Assessment, 60, 809-837.Google Scholar
  30. Lenzenweger, M.F., Clarkin, J.F., Kernberg, O.F. & Foelsch, P.A. (2001). The Inventory of personality organization: Psychometric properties, factorial composition, and criterion relations with affect, aggressive dyscontrol, psychosis proneness, and self-domains in a non-clinical sample. Psychological Assessment, 13, 577-591.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  31. Luteijn, F. & Kok, A.R. (1985). Nederlandse Verkorte MMPI. Handleiding. Lisse: Swets & ZeitlingerGoogle Scholar
  32. Miller, M.W. (2003). Personality and the etiology and expression of PTSD: A three-factor model perspective. Clinical Psychology: Science and Practice, 10, 373-393.CrossRefGoogle Scholar
  33. Mitchell, D.L. (2001). Construct validity of two projective measures. Dissertation Abstracts International:- section B: -The Sciences and Engineering, 62: 1591.Google Scholar
  34. Morey, L.C., Gunderson, J.G., Quigley, B.D., Shea, M.T., Skodol, A.E., McGlashan, T.H., Stout, R.L., & Zanarini, M.C. (2002). The representation of borderline, avoidant, obsessive-compulsive and schizotypal personality disorders by the Five-Factor Model. Journal of Personality Disorders, 16, 215-234.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  35. Ornduff, S.R., & Kelsey, R.M. (1996). Object relations of sexually and physically abused female children: a TAT analysis. Journal of Personality Assessment, 66, 91-105.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  36. Perris, C. (2000). Personality-related disorders of interpersonal behaviour: A developmental-constructivist cognitive psychotherapy approach to treatment based on attachment theory. Clinical Psychology and Psychotherapy, 7, 97-117.CrossRefGoogle Scholar
  37. Schmeets, M.G.J., & Reekum, A.C. van (2000). De psychotherapie en haar toekomst binnen de psychiatrie. Tijdschrift voor Psychiatrie, 42, 459-467.Google Scholar
  38. Snellen, W.M. (1990). MMPI en NVM profielen bij de borderline persoonlijkheidsstoornis. In J.J.L. Derksen en F.J.S. Donker (red.), De borderline patiënt. Diagnostiek, behandeling en onderzoek (pp. 72-80). Amersfoort/Leuven: Acco.Google Scholar
  39. Snellen, W.M. (1993). De voordelen van diagnostiek met behulp van persoonlijkheidsvragenlijsten. In E.H.M. Eurelings-Bontekoe (red.), Persoonlijkheidsdiagnostiek in de ambulante geestelijke gezondheidszorg (pp. 33-41). Amsterdam: NIP sectie AGGZ.Google Scholar
  40. Snellen, W.M., & Eurelings-Bontekoe, E.H.M. (2003).Theoriegestuurde dynamische profielinterpretatie van de NVM. In E.H.M. Eurelings-Bontekoe & W.M. Snellen (red.), Dynamische persoonlijkheidsdiagnostiek. Lisse: Swets & Zeitlinger.Google Scholar
  41. Veld, C.J. in ‘t, & Snellen, W.M. (2000) Psychologisch testonderzoek in de huisartspraktijk. Huisarts en Wetenschap, 43, 78-82.Google Scholar
  42. Vermote, R. (2000). Psychoanalytische en psychiatrische diagnostiek bij persoonlijkheidsstoornissen. Tijdschrift voor Psychiatrie, 42, 667-674.Google Scholar
  43. Vermote, R., & Auwerkerken, F. (1999). Een psychodynamisch-structurele benadering van de DSM IV as II persoonlijkheidsstoornissen. Diagnostiekwijzer, 4, 171-183.Google Scholar
  44. Westen, D. (1985). Social cognitions and object relations scale (SCORS). Manual for coding the data. Ann Arbor: University of Michigan.Google Scholar
  45. Westen, D. (1990). Towards a revised theory of borderline object relations: contributions of empirical research. International Journal of Psychoanalysis, 71, 661-693.PubMedGoogle Scholar
  46. Westen, D. (1991). Clinical Assessment of Object Relations Using the TAT. Journal of Personality Assessment, 56, 56-74.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  47. Westen, D., Feit, A., & Zittel, C. (1999). Methodological issues in research using projective methods. In Ph.C. Kendall, J.N. Butcher & G.N. Holmbeck (eds.), Handbook of research methods in clinical psychology (2nd ed.; pp. 224-240). New York: Wiley & Sons Inc.Google Scholar
  48. Westen, D., & Harnden-Fischer, J. (2001). Personality profiles in eating disorders: Rethinking the destinction between axis I and axis II. American Journal of Psychiatry, 158, 547-562.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  49. Wolf, H.M.H. de (2002). Inleiding in de psychoanalytische psychotherapie. Bussum: Coutinho.Google Scholar
  50. Zetzel, E.R. (1968). The so called good hysteric. International Journal of Psychoanalysis, 49, 256-260.PubMedGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2005

Authors and Affiliations

  • E. H. M. Eurelings-Bontekoe
    • 1
  • W. M. Snellen
  • M. J. Verschuur
  • M. Bosch
  1. 1.

Personalised recommendations