Advertisement

Tijdschrift voor Psychotherapie

, Volume 30, Issue 6, pp 249–259 | Cite as

Aan ‘horen, zien en zwijgen’ voorbij.

Traumaverwerking in een dagbehandelingsprogramma
  • Marijke Baljon
  • Bea Hardon en Marian Kramers
Artikel

Samenvatting

Traumaverwerking bij patiënten die in hun vroege jeugd langdurig getraumatiseerd zijn, is omstreden. Door het algemeen aanvaarde beleid dat eerst stabilisatie en symptoomreductie bereikt moeten worden, zijn veel behandelaars terughoudend in het exploreren van trauma's uit de vroege jeugd. Aldus ontstaat er onbedoeld opnieuw een ‘samenzwering van zwijgen’ die patiënten in hun isolement houdt. Wij betogen in dit artikel dat het onder ogen zien van pijn uit het verleden een bijdrage kan leveren aan de autonomieontwikkeling en beschrijven hoe in een dagbehandelingsprogramma voor in hun jeugd getraumatiseerde vrouwen wordt ingegaan op traumatische aspecten van hun levensgeschiedenis. We bouwen voort op werkvormen die ontwikkeld zijn in de vrouwenhulpverlening, de getuigenistherapie en de creatieve therapie. Vrouwen met hechtingstrauma's kunnen het vermogen tot mentaliseren ontwikkelen in een goed gestructureerd behandelingsprogramma, dat aandacht schenkt aan stabilisatie en symptoomreductie en dat tegelijkertijd emotionele expressie ondersteunt.

Notes

Literatuur

  1. Baljon M.C.L., Kramers, M., & Verveld, S.N. (1998). Waar woorden tekort schieten. Psychomotorische en creatieve groepstherapie voor seksueel getraumatiseerde vrouwen. MGv, 53, 1212-1221.Google Scholar
  2. Bradley R.G., & Follingstad, D.R. (2001). Utilizing disclosure in the treatment of the sequelae of childhood sexual abuse: A theoretical and empirical review. Clinical Psychological Review, 21, 1-32.CrossRefGoogle Scholar
  3. Clarke, K.M. (1993). Creation of meaning in incest survivors. Journal of Cognitive Psychotherapy, 7, 195-203.Google Scholar
  4. Cloitre, M., Koenen, K.C., Cohen, L.R., & Han, H. (2002). Skills training in affective and interpersonal regulation followed by exposure: A phase-based treatment for PTSD related to childhood abuse. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 70, 1067-1074.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  5. Cloitre, M., Stovall-McClough, K.C., & Chemtob, C.M. (2004). Therapeutic alliance, negative mood regulation, and treatment outcome in child abuse-related posttraumatic stress disorder. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 72, 411-416.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  6. Dijk, A. van, & Schreuder, J.N. (2001). De getuigenis als therapie. Beschrijving van een kortdurende therapeutische methode voor getraumatiseerde slachtoffers van politiek geweld. Tijdschrift voor psychotherapie, 27, 24-34.Google Scholar
  7. Dijk, A. van, & Schoutrop, M.J.A. (2002). Getuigenistherapie, een geprotocolleerde behandeling bij getraumatiseerde slachtoffers van georganiseerd geweld. Dth, 22, 399-411.CrossRefGoogle Scholar
  8. Elliott, R., Greenberg, L.S., & Lietaer, G. (2004). Research on experiential therapies. In M.J. Lambert (Ed.), Bergin and Garfield's handbook of psychotherapy and behaviour change (5th ed., pp. 493-541). New York: Wiley.Google Scholar
  9. Engen, A. van, Ensink, B., Höing, M., & Vanwesenbeeck, I. (2003). Effectstudies naar de behandeling van seksueel misbruik in de jeugd. In N. Nicolai (red.), Handboek psychotherapie na seksueel misbruik (pp. 77-93). Utrecht: De Tijdstroom.Google Scholar
  10. Gerritsen, M. (2003). Creatieve therapie en seksueel trauma. In N. Nicolai (red.), Handboek psychotherapie na seksueel misbruik (pp. 161-177). Utrecht: De Tijdstroom.Google Scholar
  11. Hardon, B., & Baljon, M.C.L. (2003). Traumatische hechting als focus in therapie. Tijdschrift voor cliëntgerichte psychotherapie, 41, 182-194.Google Scholar
  12. Hart, O. van der, & Nijenhuis, E.R.S. (1999a). Psychotherapie en hervonden herinneringen, deel 1: Fasegerichte behandeling versus ‘recovered memory therapy’. Tijdschrift voor psychotherapie, 25, 387-406.Google Scholar
  13. Hart, O. van der, & Nijenhuis, E.R.S. (1999b). Psychotherapie en hervonden herinneringen, deel 2: Richtlijnen voor de praktijk. Tijdschrift voor psychotherapie, 25, 407-422.Google Scholar
  14. Höing, M., & Vanwesenbeeck, I. (2004). Hulpverlening aan slachtoffers van seksueel geweld: omvang, aard en kwaliteit. Tijdschrift voor seksuologie, 28, 22-35.Google Scholar
  15. Hutschemaekers G. (2001). Onder professionals: Hulpverleners en cliënten in de geestelijke gezondheidszorg. MGv, 56, 806-831.Google Scholar
  16. Kalmthout, M. van (1997). Persoonsgerichte psychotherapie. Utrecht: De Tijdstroom.Google Scholar
  17. Kolk, B.A. van der, & Fisler, R. (1995). Dissociation and the fragmentary nature of traumatic memories: Overview and exploratory study. British Journal of Psychotherapy, 12, 352-361.CrossRefGoogle Scholar
  18. Kramers, M. (2000). Foto's ontwikkelen: creatieve therapie met behulp van het persoonlijk fotoalbum. Tijdschrift voor creatieve therapie, [jaargang 2000], 17-19.Google Scholar
  19. Laub, D. (1995). Truth and testimony: The process and the struggle. In C. Careth (Ed.), Trauma: Explorations in memory (pp. 61-75). Baltimore: Hopkins University Press.Google Scholar
  20. Mooren T., & Dijk, J. van (2004). Een integratief protocol: getuigenistherapie bij vluchtelingen. Tijdschrift voor psychotherapie, 30, 359-367.CrossRefGoogle Scholar
  21. Nicolai, N.J. (1997). Vrouwenhulpverlening en psychiatrie (5e herziene druk). Amsterdam: Babylon-De Geus.Google Scholar
  22. Nicolai, N. (red.) (2003). Handboek psychotherapie na seksueel misbruik. Utrecht: De Tijdstroom.Google Scholar
  23. Paivio, S.C., & Nieuwenhuis, J.A. (2001). Efficacy of emotion focused therapy for adult survivors of child abuse: A preliminary study. Journal of Traumatic Stress, 14, 115-133.CrossRefGoogle Scholar
  24. Prouty, G., Werde, D. van, & Pörtner, M. (2001). Pre-therapie. Cliëntgericht werken met ernstig contactgestoorde mensen. Maarssen: Elsevier Gezondheidszorg.Google Scholar
  25. Quelle, M.I., Heijden, I.M.L.D. van der, & Nicolai, N.J. (1994). Dagbehandeling voor vrouwen met een geschiedenis van seksuele trauma's. Opzet en ontwikkeling van een vrouwenhulpverleningsproject in ‘Joris’. MGv, 49, 949-961.Google Scholar
  26. Rothschild, B. (2000). The body remembers: The psychophysiology of trauma and trauma treatment. New York: W.W. Norton & Co.Google Scholar
  27. Smith, A. (1998). Onmacht en houvast… Posttraumatische stressstoornis en cliëntgerichte psychotherapie. Tijdschrift voor cliëntgerichte psychotherapie, 36, 5-20.Google Scholar
  28. Snijder-van den Eerenbeemt, A.M. (2002). Voorbij de autonomie? Enige gedachten over de ontwikkeling van het autonomiebegrip: van individuele zelfbepaling naar een gesitueerde authenticiteit. Tijdschrift voor cliëntgerichte psychotherapie, 40, 195-202.Google Scholar
  29. Stalker, C.A., & Fry, R. (1999). A comparison of short-term group and individual therapy for sexually abused women. Canadian Journal of Psychotherapy, 44, 168-174.Google Scholar
  30. Vries, J. de (1998). Ontwikkeling van de autonomie als basis van heling. Baarn: Agora.Google Scholar
  31. Vries, J. de (2000). Staan in het onmogelijke. Kampen: Agora.Google Scholar
  32. Wertheim-Cahen, T. (1991). Getekend bestaan, beeldend-creatieve therapie met oorlogsgetroffenen. Utrecht: ICODO.Google Scholar
  33. Wigren, J. (1994). Narrative completion in the treatment of trauma. Psychotherapy, 31, 415-423.Google Scholar
  34. Yalom, I.D. (1980). Existential psychotherapy. New York: Basic books.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2004

Authors and Affiliations

  • Marijke Baljon
    • 1
  • Bea Hardon en Marian Kramers
  1. 1.

Personalised recommendations