Advertisement

Tijdschrift voor Psychotherapie

, Volume 18, Issue 6, pp 201–214 | Cite as

Beleving van klinische psychotherapie

  • Janneke van der Staaij
Serie Klinische psychotherapie
  • 47 Downloads

samenvatting

Dit onderzoek betrof de betekenissen die patiënten die waren opgenomen in een psychotherapeutische gemeenschap (PTG) toekenden aan centrale kenmerken van hun behandeling. De gegevens, die met behulp van de semantische diferentiaalmethode werden verzameld, werden geëvalueerd vanuit het gezichtspunt van de object–relatietheorie en in het bijzonder vanuit het concept van de ‘holding environment’. Gevonden werd dat patiënten de sociotherapeutische aspecten van de PTG negatiever beoordelen dan psychotherapeutische elementen, onafhankelijk van de fase van hun behandeling. Deze resultaten worden besproken in termen van een bestendiging van de afweermechanismen ‘idealisering’ en ‘devaluatie’, die in verband wordt gebracht met de behandelvisie en structurele vormgeving van de therapeutische setting.

Notes

Literatuur

  1. APA (1987). Diagnostic and statistical manual of mental disorders . (3rd ed., revised.) Washington D.C.: Author.Google Scholar
  2. Berkouwer, A.Y. (1981). Klinische psychotherapie en de bevorderende en falende omgeving. Tijdschrift voor psychotherapie, 7, 127–155.Google Scholar
  3. Berkouwer, A.Y. (1989). Dimensies van de therapeutische setting . Niet gepubliceerd manuscript.Google Scholar
  4. Blanck, G., & Blanck, R. (1979). Ego psychology: Psychoanalytic developmental psychology. Vol. 2. New York: Columbia University Press.Google Scholar
  5. Eck, L.A.J.M. van (1991). Groepspsychotherapie in de kliniek. De ervaringen in Nederland. Groepspsychotherapie: het Verenigingsblad van de Nederlandse Vereniging voor Groepspsychotherapie, 2, 4–20.Google Scholar
  6. Erikson, E.H. (1956). Childhood and society. New York: Norton & Company, Inc.Google Scholar
  7. Freud, A. (1965). Normality and pathology in childhood. Londen: The Hogarth Press.Google Scholar
  8. Gans, E. (1991). De groep en ons zelf: objectrelatietheorie en groepstherapie. Groepspsychotherapie: het Verenigingsblad van de Nederlandse Vereniging voor Groepspsychotherapie, 1, 11–17.Google Scholar
  9. Greene, L. R. (1990). Relationships among semantic differential change measures of splitting, selffragmentation and object relations in borderline psychopathology. British Journal of Medical Psychology, 63, 21–32.PubMedGoogle Scholar
  10. Grotstein, J.S., Solomon, M.F., & Lang, J.A. (1987). The borderline patient: Emerging concepts in diagnosis, psychodynamics, and treatment. Vol. 1. Londen: The Analytic Press.Google Scholar
  11. Grotstein, J.S., Solomon, M.F., & Lang, J.A. (1987). The borderline patient: Emerging concepts in diagnosis, psychodynamics, and treatment. Vol. 2. Londen: The Analytic Press.Google Scholar
  12. Hartman, J. (1991). De klinisch psychotherapeutische behandeling van psychiatrische patiënten met persoonlijkheidsstoornissen. In D.H. Linszen & R.V. Schwarz (red.), Persoonlijkheidsstoornissen: diagnostiek, behandeling, beleid (pp. 79–87). Amsterdam/Lisse: Swetz & Zeitlinger.Google Scholar
  13. Jansen, M.J., & Smolenaars, A.L. (1967). A short report on an interculturally standardized semantic differential. Acta Psychologica, 26, 209–215.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  14. Janssen, P.L. (1987). Psychoanalytische Therapie in der Klinik . Stuttgart: Klett–Cotta.Google Scholar
  15. Kernberg, O.F. (1975). Borderline conditions and pathological narcissism. New York: Jason Aronson.Google Scholar
  16. Kernberg, O.F. (1976). Object relations theory and clinical psychoanalysis. New York: Jason Aronson.Google Scholar
  17. Kernberg, O.F. (1984). Severe personality disorders: psychotherapeutic strategies. New Haven: Yale University Press.Google Scholar
  18. Klein, M. (1977). The writings of Melanie Klein. Boston: Dell Publishing Co.Google Scholar
  19. Kouwer, B.J. (1958). Een bewerking van de polariteitsprofielmethode van Osgood. Nederlands Tijdschrift voor de Psychologie 13, 1–4.Google Scholar
  20. Kris, E. (1952). Psychoanalytic explorations in art. New York: International Universities Press.Google Scholar
  21. Lamers, P. (1991). Klinische psychotherapie in Rijnland. In J.J.M. Dekker, S.J.A.M. van den Langenberg & L. A. J. M. van Eck (red.), Klinische psychiatrie: de veranderende functie van een psychiatrisch ziekenhuis in de samenleving (pp. 89–99). Assen/Maastricht: Van Gorcum.Google Scholar
  22. Laplanche, J., & Pontalis, J.B. (1988). The language of psychoanalysis. Londen: Karnac Books.Google Scholar
  23. Lebow, J. (1982). Consumer satisfaction with mental health treatment. Psychological Bulletin, 91, 244–259.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  24. Linszen, D.H., & Schwarz, R.V. (1991). Persoonlijkheidsstoornissen: diagnostiek, behandeling, beleid. Amsterdam/Lisse: Swetz & Zeitlinger.Google Scholar
  25. Mahler, M.S., Pine, F. & Bergman, A. (1975). The psychological birth of the human infant. New York: Basic Books.Google Scholar
  26. Osgood, C.E., Suci, G. J. & Tannenbaum, P.H. (1957). The measurement of meaning. Urbana: University of Illinois Press.Google Scholar
  27. Wagenborg, H. (1989). Het effect van klinische psychotherapie. In C.A.L. Hoogduin, B.P.R. Gersons, H.G.M. Rooymans & K. van der Velden (red.), Jaarboek voor psychiatrie en psychotherapie (pp. 98–116). Deventer: Van Loghum Slaterus.Google Scholar
  28. Winnicott, D.W. (1965). The maturational processes and the facilitating environment. Londen: The Hogarth Press.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 1992

Authors and Affiliations

  • Janneke van der Staaij
    • 1
  1. 1.

Personalised recommendations