Advertisement

Tijdschrift voor Psychotherapie

, Volume 18, Issue 2, pp 70–73 | Cite as

Werken aan het Gevoel van Eigenwaarde

  • P.J.M. Prins
Gelezen

semenvatting

A.W. Pope, S.M. McHale & W.E. Craighead, Werken aan het Gevoel van Eigenwaarde. Assen: Dekker & Van de Vegt, 1989.

‘Ik, die mij steeds volledig heb ingezet om psycholoog te zijn, ben verpletterd als anderen meer van psychologie afweten dan ik. Maar het kan mij niets schelen dat ik totaal niets afweet van Grieks. Mijn tekortkomingen op dit gebied geven mij absoluut geen gevoel van persoonlijke vernedering. Zou ik de pretentie hebben gehad een linguïst te zijn, dan zou het precies omgekeerd liggen.’

De mate waarin William James zijn aspiratie om de beste psycholoog van zijn tijd te zijn kon verwezenlijken was – zo blijkt uit dit korte en bondige citaat – de toetssteen voor zijn gevoel van eigenwaarde. James formuleerde hiermee een kerngedachte uit de zelfconcept-psychologie, die nog steeds opgeld doet: het gevoel van eigenwaarde komt voort uit de discrepantie tussen twee perspectieven op de eigen persoon: het feitelijke zelf en het ideale zelf.

Literatuur

  1. Harter, S. (1983). Developmental perspectives on the self system. In E.M. Hetherington (Ed.). Handbook of child psychology; Socialization, personality and social development (Vol. 4). New York: Wiley.Google Scholar
  2. James, W. (1890). Principles of Psychology. New York: Holt.Google Scholar
  3. Werff, J.J. van der (1989). Zelfconceptieproblemen bij kinderen: enkele theoretische overwegingen. In P.J.M. Prins & C.A.M. de Wit (Red.) Kind op het Spoor. Opstellen uit de Klinische Kinder- en Jeugdpsychologie . Lisse: Swets & Zeitlinger.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 1992

Authors and Affiliations

  • P.J.M. Prins
    • 1
  1. 1.

Personalised recommendations