Advertisement

Kind en adolescent

, 17:70 | Cite as

Een ambulante en kortdurende klinische benadering

Begeleiding van kinderen en jeugdigen met aan autisme verwante stoornissen en hun gezinnen
  • R. J. van der Gaag
  • A. J. M. van Hulzen
Article
  • 201 Downloads

Samenvatting

Autisme en aan autisme verwante stoornissen kunnen opgevat worden als verschillende expressies van een kerndefect, namelijk een informatie–verwerkingsstoornis. Deze werkhypothese vormt het uitgangspunt voor een ambulant begeleidingsmodel. Diverse aspecten van ouder–, kind– en schoolbegeleiding worden volgens een cognitief model gepresenteerd. De kortdurende opname kan een onderdeel zijn van deze benadering. Met enige zorg wordt stilgestaan bij de moeilijke overgang naar de begeleiding in de adolescentie en volwassenheid. Dan worden vaak te hoge eisen gesteld aan de zelfstandigheid van individuen met aan autisme verwante stoornissen.

autism autism spectrum disorder Aspergers syndrome multiple complex developmental disorder pervasive developmental disorder PDD–NOS 

Notes

Literatuur

  1. Baron–Cohen, S., Leslie, A.M. & Frith, U. (1985). Does the autistic child have a theory of mind? Cognition, 21, 37–46.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  2. Berckelaer–Onnes, I.A. van (1992). Leven naar de letter. Oratie Rijksuniversiteit Leiden.Google Scholar
  3. Berckelaer–Onnes, I.A. van & Kwakkel–Scheffer, J.J.C. (1988). Autisme en thuisbehandeling. Meppel: Boom.Google Scholar
  4. Courchesne, E. (1987). A neurophysiological view of autism. In E. Schopler & G.B. Mesibov (Eds.), Neurobiological issues in autism (pp. 285–324). New York: Plenum Press.Google Scholar
  5. Emmen, R. (1996). Sociale vaardigheidstraining middels Goldstein Groepstherapie. In M.A.H. Mulders, M.A.T. Hansen & C.J.A. Roosen (Red.), Autisme: aanpassen en veranderen. Handboek voor de ambulante praktijk (pp. 141–153). Assen: Van Gorcum.Google Scholar
  6. Engeland, H. van (1977). Autisme: Theorieën en speculaties. Tijdschrift voor Psychiatrie, 19, 498–515.Google Scholar
  7. Engeland, H. van (1981). Over Ontwikkelingspsychosen. Een psychofysiologisch onderzoek naar input–modulatie stoornissen. Leuven: ACCO.Google Scholar
  8. Engeland, H. van (1984). The electrodermal orienting reponse to auditive stimuli in autistic children, normal children, mentally retarded and childpsychiatric patients. Journal of Autism and Developmental Disorders, 14(3), 261–279.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  9. Engeland, H. van, Roelofs, J.W., Verbaten, M.N. & Slangen, J.L. (1991). Abnormal electrodermal reactivity to novel visual stimuli in autistic children. Psychiatry Research, 38, 27–38.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  10. Frith, U. (1989). Autism: Explaining the enigma. Oxford: Basil Blackwell.Google Scholar
  11. Gaag, R.J. van der (1993). Multiplex developmental disorder. An exploration of borderlines on the autistic spectrum. Academisch Proefschrift Universiteit Utrecht.Google Scholar
  12. Gaag, R.J. van der (1996). Medicatie. In M.A.H. Mulders, M.A.T. Hansen & C.J.A. Roosen (Red.), Autisme: aanpassen en veranderen. Handboek voor de ambulante praktijk (pp. 186–193). Assen: Van Gorcum.Google Scholar
  13. Gaag, R.J. van der & Mulder, G.A.L.A. (1994). Cognitieve gedragstherapie bij kinderen met PDD–NOS. Tijdschrift voor Kinder– en Jeugdpsychotherapie, 21(3), 64–77.Google Scholar
  14. Gunning, W.B. (1992). A controlled trial of clonidine in hyperkinetic children. Academisch Proefschrift Erasmus Universiteit Rotterdam.Google Scholar
  15. Hansen, M.A.T. (1996). Hometraining. In M.A.H. Mulders, M.A.T. Hansen & C.J.A. Roosen (Red.), Autisme: aanpassen en veranderen. Handboek voor de ambulante praktijk (pp. 118–124). Assen: Van Gorcum.Google Scholar
  16. Hulzen, A.J.M. van (1996). Sociale vaardigheidstraining door middel van de psychomotorische en speltherapie. In M.A.H. Mulders, M.A.T. Hansen & C.J.A. Roosen (Red.), Autisme: aanpassen en veranderen. Handboek voor de ambulante praktijk (pp. 153–162). Assen: Van Gorcum.Google Scholar
  17. Jansen, L.M.C., Gispen–de Wied, C.C. & Engeland, H. van (1996). Autisme en aan autisme verwante contactstoornissen: het hypothalmus–hypofyse–bijniersysteem als onderzoeksmodel. Acta Neuropsychiatrica, 7(4), 106–113.Google Scholar
  18. Kamp, L.N.J. (1953). Les psychoses chez l'enfant. Acta Neurologica et Psychiatrica Belgica, 53, 309–330.PubMedGoogle Scholar
  19. Kemner, C. (1995). Psychophysiological abnormalities in autism. Paper presented at the 10th International Congress ESCAP ‘Changing Views’, Utrecht.Google Scholar
  20. Kok, M.G. (1996). Video–hometraining. In M.A.H. Mulders, M.A.T. Hansen & C.J.A. Roosen (Red.), Autisme: aanpassen en veranderen. Handboek voor de ambulante praktijk (pp. 130–132). Assen: Van Gorcum.Google Scholar
  21. Roest, R. (1996). Individuele sociale vaardigheidstraining. In M.A.H. Mulders, M.A.T. Hansen &Google Scholar
  22. C.J.A. Roosen (Red.), Autisme: aanpassen en veranderen. Handboek voor de ambulante praktijk (pp. 132–140). Assen: Van Gorcum.Google Scholar
  23. Rutter, M. (1985a). Infantile autism. In D. Shaffer, A. Erhardt & L. Greenhill (Eds.), A Clinician's Guide to Child Psychiatry (pp. 48–78). New York: Free Press.Google Scholar
  24. Rutter, M. (1985b). The treatment of autistic children. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 26, 193–214.CrossRefGoogle Scholar
  25. Verbaten, M.N., Roelofs, J.W., Engeland, H. van, Kenemans, J.K. & Slangen, J.L. (1991). Abnormal visual event–related potentials of autistic children. Journal of Autism and Developmental Disorders, 21(4), 449–469.CrossRefPubMedGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 1996

Authors and Affiliations

  • R. J. van der Gaag
    • 1
  • A. J. M. van Hulzen
    • 1
  1. 1.

Personalised recommendations