Advertisement

Dth

, 23:120 | Cite as

De behandeling van een cliënt met een spinfobie door een behandelaar die zelf bang was voor spinnen

  • Jorrien van der Burg
Article
  • 44 Downloads

Samenvatting

Dit artikel beschrijft de behandeling voor een spinfobie met een eenmalige exposure-‘in-vivo’-sessie. Omdat de therapeut zelf bang was voor spinnen, organiseerde zij eerst voor zichzelf een exposuresessie. De behandeling van de cliënte wordt geëvalueerd met de Fear Questionnaire en de Beck Depression Inventory. De resultaten op deze vragenlijsten laten een duidelijke vermindering van angst en depressieve gevoelens zien na de exposure-in-vivo-sessie. Een therapeut die zelf angstig is geweest, kan een goede behandelaar zijn. Het zelf hebben moeten overwinnen van angst is misschien een van de effectieve factoren van de behandeling geweest. Een cognitieve verandering als gevolg van de exposure lijkt verantwoordelijk voor een blijvend effect.

Notes

Referenties

  1. apa, American Psychiatric Association (1994). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (4th ed.). Washington dc: American Psychiatric Association.Google Scholar
  2. Beck, A.T., Ward, C.H., Mendelsohn, M., Mock, S., & Erbaugh, J. (1961). An inventory for measuring depression. Archives of General Psychiatry, 4, 561-571.PubMedGoogle Scholar
  3. Emmelkamp, P.M.G., Bouman, T., & Scholing, A. (1995). Angst fobieën en dwang (tweede druk). Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum.Google Scholar
  4. Hout, W.J.P.J. van (2003). Cognitieve veranderingen tijdens exposure in vivo. Een promotieonderzoek naar procesvariabelen. Tijdschrift voor Psychotherapie, 1, 5-23.Google Scholar
  5. Jong, P.J. de, & Keijsers, G.P.J. (1999). Protocollaire behandeling van patiënten met een specifieke fobie: Eén sessie exposure-in-vivo. In G.P.J. Keijsers, A. van Minnen & C.A.L. Hoogduin (red.), Protocollaire behandelingen in de ambulante geestelijke gezondheidszorg (pp. 69-99). Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum.Google Scholar
  6. Keijsers, G.P.J., Minnen, A. van, & Hoogduin, C.A.L. (red.) (1999). Protocollaire behandelingen in de ambulante geestelijke gezondheidszorg. Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum.Google Scholar
  7. Marks, I., & Mathews, M.A. (1979). Brief standard self-rating for phobic patients. Behaviour Research and Therapy, 17, 263-267.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  8. Öst, L.G. (1997). Rapid treatments for specific phobias. In G.C.L. Davey (Ed.), Phobias: A handbook of theory, research and treatment (pp. 227-246). Londen: Wiley.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2003

Authors and Affiliations

  1. 1.

Personalised recommendations