Advertisement

Dth

, Volume 22, Issue 3, pp 119–131 | Cite as

Schemagerichte cognitieve hypnotherapie bij een zedendelinquent: een gevalsbeschrijving

  • Jacqueline Janssen
Article
  • 72 Downloads

Samenvatting

De metaforische-imaginatietechniek wordt in dit artikel beschreven als toepassing binnen de cognitieve-gedragstherapie van een forensische cliënt. De man pleegde ontucht met vier verstandelijk gehandicapte mannen tijdens het uitvoeren van zijn werk als hulpverlener. Toen hij tegen de lamp liep, werd hij veroordeeld en in het kader van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor behandeling doorverwezen naar een forensisch psychiatrische polikliniek. In de eerste fase van de behandeling lag het accent op het verkrijgen van inzicht. De disfunctionele cognitieve schema's die ten grondslag lagen aan zijn delict, werden in kaart gebracht. Duidelijk werd dat deze man door een emotionele verstrengeling met zijn moeder in zijn jeugd niet de identiteitsontwikkeling heeft kunnen doormaken die hem tot een zelfstandig en autonoom persoon had moeten maken. Eigen gevoelens en verlangens maakte hij ondergeschikt aan die van anderen uit angst dat dezen hem zouden verlaten. Dit leidde tot onvoldoende zelfcontrole en disfunctionele uitingen in zijn gedrag, zoals extreme aanpassing en uiteindelijk delictgedrag. Terwijl in de meeste behandelingen zelfcontrole als het meest haalbare doel wordt gezien, kan deze behandeling met hypnosetechnieken, in het bijzonder de interventie van de metaforische imaginatie, resulteren in een verandering van de persoonlijkheid.

Notes

Referenties

  1. Arntz, A., & Bögels, S. (2000). Schemagerichte cognitieve therapie voor persoonlijkheidsstoornissen. Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum.Google Scholar
  2. Baker, E.L. (2000). Reflections on the hypnotic relationship: projective identification, containment, and attunement. The International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis, 48, 56-69.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  3. Beck, A.T. (1967). Depression: causes and treatment. Philadelphia: University of Pennsylvania Press.Google Scholar
  4. Beck, A.T., Freeman, A., & Associates (1990). Cognitive therapy for personality disorders. New York: Guilford Press.Google Scholar
  5. Bulten, B.H., Zwemstra, J.C., & Pulles, M.J.A. (2001). Behandeling in detentie ter vermindering van recidive. Maandblad Geestelijke volksgezondheid, 56, 300-314.Google Scholar
  6. Cladder, J.M. (1994). Hypnose als hulpmiddel bij psychotherapie. Lisse: Swets & Zeitlinger.Google Scholar
  7. Diamond, M.J. (2000). The long and winding road from concept to practice: the intersubjective shaping of psychoanalytically informed technique in contemporary hypnosis – a commentary upon and extension of Baker's ‘Reflections on the hypnotic relationship’. The International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis, 48, 70-85.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  8. Does, J.W. van der, & Kalmthout, M. van (1991). Theoretische modellen van hypnose. In R. van Dyck, P. Spinhoven & J.W. van der Does, Hypnose en hypnotherapie. Houten/Zaventem: Bohn Stafleu Van Loghum.Google Scholar
  9. Edelstien, M.G. (1991). Trauma en trance. Effectieve hypnotherapeutische technieken. Haarlem: De Toorts.Google Scholar
  10. Endler, N.S., & Parker, J.D.A. (1990). Multidimensional assessment of coping: a critical evaluation. Journal of Personality and Social Psychology, 24, 239-354.Google Scholar
  11. Erickson, M.H., & Rossi, E.L. (1979). Hypnotherapy: an exploratory casebook. New York: Irvington.Google Scholar
  12. Erickson, M.H., & Rossi, E.L. (1993). Exploraties in hypnotherapie. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.Google Scholar
  13. Frenken, J. (1999). Behandeling van seksueel delinquenten in Europa. Maandblad Geestelijke Gezondheid, 54, 1011-1025.Google Scholar
  14. Grol, R.P.T.M., & Orlemans, J.W.G. (1979). Ontspanningsoefeningen. In J.W.G. Orlemans, W. Brinkman, W.P. Haaijman & E.J. Zwaan, Handboek voor gedragstherapie deel 1, (B.2-17-44). Houten/Antwerpen: Bohn Stafleu Van Loghum.Google Scholar
  15. Hanson, R.K., & Thornton, D. (1999). Static-99 : Improving actuarial risk assessments for sex offenders [User report 1999-2]. Ottawa: Department of the Solicitor General of Canada.Google Scholar
  16. Heiden, C. van der (2000). Symptoomtransformatie bij functionele slikproblemen: een gevalsbeschrijving. Directieve Therapie, 20, 313-316.Google Scholar
  17. Hoogduin, C.A.L., Melis, P., Rooimans, W., & Spierings, G. (1991). Metaforische imaginatietechniek met symptoomtransformatie bij chronische spanningshoofdpijn. Directieve Therapie, 11, 224-232.Google Scholar
  18. Janssen, H., & Hoogduin, C.A.L. (1994). Metaforische imaginatietechniek met symptoomtransformatie bij spanningshoofdpijn; een replicatie. Directieve Therapie, 14, 125-131.Google Scholar
  19. Janssen, J.H.L.J. (2000). Laat maar zitten. Een exploratief onderzoek naar de werking van vrijheidsstraf. Academisch proefschrift, Rijksuniversiteit Groningen. [N.B. Dit is niet de auteur van dit artikel.] Den Boom Juridische Uitgevers.Google Scholar
  20. Keenan, T., & Ward, T. (2000). A theory of mind perspective on cognitive, affective, and intimacy deficits in child sexual offenders. Sexual Abuse: a Journal of Research and Treatment, 12, 49-60.CrossRefGoogle Scholar
  21. Korrelboom, C.W., & Kernkamp, H.B. (1993). Gedragstherapie. Muiderberg/Bussum: Coutinho.Google Scholar
  22. Korrelboom, C.W., & Broeke, E. ten (1998). Trauma, geheugen en contraconditionering van de ucs-representatie. Directieve Therapie, 18, 217-236.CrossRefGoogle Scholar
  23. Korrelboom, C.W. (2001). Wetenschap is wetenschap; therapie is therapie. Reactie op Willem Fonteijn. Gedragstherapie, 3, 243-247.Google Scholar
  24. Marshall, W.L. (1996). The sexual offender: Monster, victim or everyman? Sexual Abuse: A Journal of Research and Treatment, 8, 317-335.Google Scholar
  25. Marshall, W.L. (1999). Current status of North American assessment and treatment programs for sexual offenders. Journal of Interpersonal Violence, 14, 221-239.CrossRefGoogle Scholar
  26. Marshall, W.L., Anderson, D., & Fernandez, Y. (1999). Cognitive behavioural treatment of sexual offenders. Chichester: John Wiley & Sons, ltd.Google Scholar
  27. Marshall, W.L., Serran, G.A., & Cortoni, F.A. (2000). Childhood attachments, sexual abuse, and their relationship to adult coping in child molesters. Sexual Abuse: a Journal of Research and Treatment, 12, 17-26.CrossRefGoogle Scholar
  28. Philipse, M.W.G., & Berg, Y. van den (2001). 2001: Forensisch Psychiatrische Thema's in Theorie en Praktijk. Almelo: Pompestichting.Google Scholar
  29. Pithers, W.D. (1990). Relapse prevention with sexual aggressors: A method for maintaining therapeutic gain and enhancing external supervision. In W.L. Marshall, D.R. Laws & H.E. Barbaree (Eds.), Handbook of sexual assault: Issues, theories, and treatment of the offender (pp. 343-361). New York: Plenum.Google Scholar
  30. Proulx, J., McKibben, A., & Lusignan, R. (1996). Relationships between affective components and sexual behaviors in sexual aggressors. Sexual Abuse: a Journal of Research and Treatment, 8, 279-289.Google Scholar
  31. Spinhoven, P. (1991). Wanneer is in een therapie hypnose toegepast? In R. van Dyck, P. Spinhoven & J.W. van der Does (red.), Hypnose en hypnotherapie. Houten/Zaventem: Bohn Stafleu Van Loghum.Google Scholar
  32. Spinhoven, P. (1991). Het geven van hypnotische suggesties. In R. van Dyck, P. Spinhoven & J.W. van der Does (red.), Hypnose en hypnotherapie. Houten/Zaventem: Bohn Stafleu Van Loghum.Google Scholar
  33. Vogel, V. de, Hildebrand, M., Ruiter, C. de, & Derks, F. (2001). Transmuralisering en ambulantisering in de forensische psychiatrie. Maandblad Geestelijke Gezondheidszorg, 9, 780-794.Google Scholar
  34. Ward, T., Hudson, S.M., Marshall, W.L., & Siegert, R. (1995). Attachment style and intimacy deficits in sexual offenders: a theoretical framework. Sexual Abuse: a Journal of Research and Treatment, 7, 317-335.Google Scholar
  35. Ward, T., & Hudson, S.M. (2000). A self-regulation model of relapse prevention. In D.R. Laws, S.M. Hudson & T. Ward (Eds.), Remaking relapse prevention with sex offenders. A Sourcebook. Thousand Oaks: Sage Publications, Inc.Google Scholar
  36. Webster, C.D., Douglas, K.S., Eaves, D., & Hart, S.D. (1997). hcr -20. Assessing Risk for Violence. Version 2. Burnaby, bc: Simon Fraser University, Mental Health, Law and Policy Institute.Google Scholar
  37. Wilson, T.D., Lindsey, S., & Schooler, T.Y. (2000). A model of dual attitudes. Psychological Reviews, 1, 101-126.CrossRefGoogle Scholar
  38. Young, J.E. (1990). Cognitive therapy for personality disorders: a schema-focused approach (tweede druk 1994). Sarasota, Florida: Professional Resource Exchange.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2002

Authors and Affiliations

  1. 1.

Personalised recommendations