Advertisement

Dth

, Volume 21, Issue 3, pp 136–146 | Cite as

Crisisinterventie bij borderline patiënten

  • Bert van Luyn
Article

Samenvatting

Borderline patiënten raken snel en vaak in een crisis. Crisisinterventie aan deze groep patiënten vraagt zowel om een begrenzend kader als om een flexibele attitude. Een behandelcontract biedt zo'n kader. Het omschrijft rollen en verantwoordelijkheden en loopt op crises vooruit. Het heeft een preventieve functie en moet voorkomen dat een crisis de behandeling zelf ondergraaft. Bij ‘moeilijke’ borderline patiënten is een aangepaste invulling nodig. Een flexibele attitude moet garanderen dat recht wordt gedaan aan de grote verschillen tussen patiënten en hun individuele ontwikkeling. Voor het crisisgesprek zelf staan meerdere emotieregulerende technieken ter beschikking. Crises vormen nogal eens een beslissend moment in het motiveren van patiënten hun therapie voort te zetten of een behandeling te starten.

Notes

Referenties

  1. Abraham, R.E. (1997). Het Ontwikkelingsprofiel, een psychodynamische diagnose van de persoonlijkheid. Assen: Van Gorcum.Google Scholar
  2. Adler, G. (2000). In G. Hellinga, J.B. van Luyn & H.J. Dalewijk, Personalities, Master Clinicians confront the treatment of borderline personality disorder (pp. 1-25). Amsterdam: Boom.Google Scholar
  3. Akhtar, S. (1993). Broken structures: severe personality disorders and their treatment. New York: Jason Aronson.Google Scholar
  4. Akhtar, S. (1995). Quest for answers. A primer of understanding and treating severe personality disorders. New York: Jason Aronson.Google Scholar
  5. Akhtar, S. (2000). In G. Hellinga, J.B. van Luyn & H.J. Dalewijk, Personalities, Master Clinicians confront the treatment of borderline personality disorder (pp. 25-45). Amsterdam: Boom.Google Scholar
  6. apa (American Psychiatric Association) (1994). Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (4th. Ed.). Washington: American Psychiatric Press.Google Scholar
  7. Clarkin, J. (2000). In G. Hellinga, J.B. van Luyn & H.J. Dalewijk, Personalities, Master Clinicians confront the treatment of borderline personality disorder (pp. 67-89). Amsterdam: Boom.Google Scholar
  8. Dawson, D., & MacMillan, H.L. (1993). Relationship management of the borderlinepatient. New York: Brunner/Mazel.Google Scholar
  9. Heeringen, C. van (2000). Psychiatrische aspecten van suïcidaliteit. In C. van Heeringen & A.J.F.M. Kerkhof, Behandelingsstrategieën bij suïcidaliteit (pp. 53-63). Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum.Google Scholar
  10. Hellinga, G., Luyn, J.B. van, & Dalewijk, H.J. (2000). Personalities, Master Clinicians confront the treatment of borderline personality disorder. Amsterdam: Boom.Google Scholar
  11. Kernberg, O.F. (1984). Severe personality disorders, psychotherapeutic strategies. New Haven: Yale University Press.Google Scholar
  12. Linehan, M.M. (1993). Cognitive-behavioral treatment of borderline personality disorder. New York: The Guilford Press.Google Scholar
  13. Livesley, J. (2000). In G. Hellinga, J.B. van Luyn & H.J. Dalewijk, Peronalities, Master Clinicians confront the treatment of borderline personality disorder (pp. 203-224). Amsterdam: Boom.Google Scholar
  14. Luyn, J.B. van (2000). Suïcidaliteit in het kader van ernstige persoonlijkheidsstoornissen, in het bijzonder de borderline-pathologie. In C. van Heeringen & A.J.F.M. Kerkhof, Behandelingsstrategieën bij suïcidaliteit (pp. 124-138). Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum.Google Scholar
  15. McGlashan, T.H. (1993). Implications of outcome research for the treatment of borderline personality disorder. In J. Paris, Borderline personality disorder. Etiology and treatment. Washington: American Psychiatric Press.Google Scholar
  16. Meekeren, E. van (2000). De regievoering in de behandeling van borderline patiënten; context en eenheid van behandeling. Directieve therapie, 20, 216-229.Google Scholar
  17. Meekeren, E. van, & Korrelboom, C.W. (2001). Psychofarmacotherapie bij mensen met persoonlijkheidsstoornissen – mogelijkheden en beperkingen. Directieve therapie, 21(1), 74-92.CrossRefGoogle Scholar
  18. Perry, S. (1989). Treatment time and the borderline patient: an underappreciated strategy. Journal of Personality Disorders, 3, 230-239.Google Scholar
  19. Puryear, D.A. (1992). The borderline patient in the emergency service. In J.B. van Luyn, C.A.Th. Rijnders, H.H.P. Vergouwen & A. Wunderink, Emergency Psychiatry Today (pp. 215-219). Amsterdam/Londen/New York/Tokio: Elsevier.Google Scholar
  20. Rockland, L.H. (1992). Supportive therapy for borderline patients: a psychodynamic approach. New York/Londen: The Guilford Press.Google Scholar
  21. Soloff, P.H. (1998). Algorithms for pharmacological treatment of personality dimensions: symptom-specific treatments for cognitive-perceptual, affective, and impulse behavioral dysregulation. Bulletin of the Menninger Clinic, 62, 195-214.PubMedGoogle Scholar
  22. Stone, M. (1990). The fate of borderline patients: successful outcome and psychiatric practice. New York: The Guilford Press.Google Scholar
  23. Stone, M. (1993). Abnormalities of personality: within and beyond the realm of treatment. New York/Londen: W.W. Norton & Company.Google Scholar
  24. Stone, M. (2000). In G. Hellinga, J.B. van Luyn & H.J. Dalewijk, Personalities, Master Clinicians confront the treatment of borderline personality disorder (pp. 241-263). Amsterdam: Boom.Google Scholar
  25. Yeomans, F.E., Selzer, M.A., & Clarkin, J.F. (1992). Treating the borderline patient: a contract-based approach. New York: Basic Books.Google Scholar
  26. Young, J.E. (1994). Cognitive Therapy for personality disorders: a schema-focused approach. Professional Resource Press.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2001

Authors and Affiliations

  • Bert van Luyn
    • 1
    • 2
  1. 1.Zon & SchildAmersfoort 
  2. 2.

Personalised recommendations