Advertisement

Dth

, Volume 20, Issue 3, pp 95–99 | Cite as

Dimensies in de behandeling van patiënten met persoonlijkheidsstoornissen: aangrijpingspunt, context en therapeutische eenheidDimensies in behandeling van persoonlijkheidsstoornissen

  • Kees Korrelboom
Article

Samenvatting

Als inleiding op het themanummer Persoonlijkheidsstoornissen worden drie dimensies toegelicht, die kunnen worden onderscheiden aan behandelingen. Bij het behandelen van patiënten met persoonlijkheidspathologie legt men op deze dimensies andere accenten dan wanneer men patiënten behandelt met symptoomstoornissen. De dimensie therapeutisch aangrijpingspunt betreft de aspecten van het doen en laten van de patiënt die moeten veranderen. De dimensie therapeutische context gaat over aspecten die de kans verhogen dat de patiënt daadwerkelijk verandert. De dimensie therapeutische eenheid onderscheidt personen en instanties uit de omgeving van de patiënt, die bij de behandeling moeten worden betrokken om de verandering zo groot en duurzaam mogelijk te laten zijn.

Notes

Referenties

  1. Abraham, R.E. (1997). Het ontwikkelingsprofiel. Een psychodynamische diagnose van de persoonlijkheid. Assen: Van Gorcum.Google Scholar
  2. Arntz, A. (1999). Do personality disorders exist? On the validity of the concept and its cognitive-behavioral formulation and treatment. Behaviour Research & Therapy, 37, 97-134.CrossRefGoogle Scholar
  3. Arntz, A., & Kuipers, H. (1998). Cognitieve gedragstherapie bij de borderline persoonlijkheidsstoornis. In W. van Tilburg, W. van den Brink & A. Arntz (red.), Behandelingsstrategieën bij de borderline persoonlijkheidsstoornis. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.Google Scholar
  4. Baer, L., & Jenike, M.A. (1992). Personality disorders in obsessive compulsive disorder. Psychiatric Clinics of North America, 15, 803-831.PubMedGoogle Scholar
  5. Baer, L., Jenike, M.A., Black, D.W., Treece, C., Rosenfeld, R., & Greist, J. (1992). Effect of axis II diagnoses on treatment outcome with clomipramine in 55 patients with obsessive-compulsive disorder. Archives of General Psychiatry, 49, 862-869.PubMedGoogle Scholar
  6. Beck, A.T., Freeman, A., & Associates (1990). Cognitive therapy of personality disorders. New York: The Guilford Press.Google Scholar
  7. Beck, J. (1996). Cognitive therapy of personality disorders. In P.M. Salkovskis (Ed.), Frontiers of cognitive therapy. New York: Guilford Press.Google Scholar
  8. Bögels, S., & Arntz, A. (1996). Persoonlijkheidsstoornissen. In W. Vandereycken, C.A.L. Hoogduin & P.M.G. Emmelkamp (red.), Handboek psychopathologie. Deel 3. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.Google Scholar
  9. Brown, E.J., Heimberg, R.G., & Juster, H.R. (1995). Social phobia subtype and avoidant personality disorder: effect on severity of social phobia, impairment, and outcome of cognitive behavioral treatment. Behavior Therapy, 26, 467-486.CrossRefGoogle Scholar
  10. Dreessen, L., & Arntz, A. (1998). The impact of personality disorders on treatment outcome of anxiety disorders: best evidence synthesis. Behaviour Research & Therapy, 36, 483-504.CrossRefGoogle Scholar
  11. Dreessen, L., Arntz, A., Luttels, C., & Sallaerts, S. (1994): Personality disorders do not influence the results of cognitive behavior therapies for anxiety disorders. Comprehensive Psychiatry, 35, 265-274.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  12. Haan, E. de, Oppen, P. van, Balkom, A.J.M.L. van, Spinhoven, Ph., Hoogduin, C.A.L., & Dyck, R. van (1997). Prediction of outcome and early vs. late improvement in OCD patients treated with cognitive behaviour therapy and pharmacotherapy. Acta Psychiatrica Scandinavia, 96, 354-361.CrossRefGoogle Scholar
  13. Keijsers, L., Schaap, C., Keijsers, G., & Hoogduin C.A.L. (1990). Interactiestijl, psychotherapie en persoonlijkheidsstoornis. In C. van der Staak & C.A.L. Hoogduin (red.), Diagnostiek en behandeling van de persoonlijkheidsstoornis. Nijmegen: Bureau Beta.Google Scholar
  14. Korrelboom, C.W. (1999). Open-exploratief versus klachtgericht? Dimensies voor het classificeren van psychotherapieën. In W. Trijsburg, S. Colijn, E.C.A. Collumbien & G. Lietaer (red.), Handboek integratieve psychotherapie. Amsterdam: Elsevier, De Tijdstroom.Google Scholar
  15. Lange, A. (1994). Gedragsverandering in gezinnen. Groningen: Wolters-Noordhoff.Google Scholar
  16. Lange, A. (2000). Psychische stoornissen, verstoorde gezinsverhoudingen en gezinstherapie; de stand van zaken. Directieve Therapie, 20, 59-96.Google Scholar
  17. Linehan, M.M. (1993). Cognitive behavioral treatment of borderline personality disorder. New York: The Guilford Press.Google Scholar
  18. McGinn, L.K., & Young, J. (1996). Schema-focussed therapy. In P.M. Salkovskis (Ed.), Frontiers of cognitive therapy. New York: Guilford Press.Google Scholar
  19. Meekeren, E. van (1998). De borderline stoornis. Crises in hechten en onthechten. Amsterdam: Synthesis.Google Scholar
  20. Meekeren, E. van, & Jong, H. de (1999). Het betrekken van de omgeving bij de behandeling van de borderlinepatiënt. PsychoPraxis, 1, 3-35.Google Scholar
  21. Melis, P., & Korrelboom, C.W. (2000). Persoonlijkheidsproblematiek en therapeutische interactie. PsychoPraxis, 2, 67-73.CrossRefGoogle Scholar
  22. Millon, Th., & Everly, G.S. (1985). Personality and its disorders. A biosocial learning approach. New York: John Wiley & Sons.Google Scholar
  23. Reich, J.H. (1988). DSM-III personality disorders and the outcome of treated panic disorder. American Journal of Psychiatry, 145, 1149-1152.PubMedGoogle Scholar
  24. Reich, J.H., & Vasile, R.G. (1993). Effect of personality disorders on the treatment outcome of axis I conditions: an update. Journal of Nervous and Mental Disorders, 181, 475-484.CrossRefGoogle Scholar
  25. Rush, A.J., & Shaw, B.F. (1983). Failure in treating depression by cognitive therapy. In E.B. Foa & P.M.G. Emmelkamp (Eds.), Failures in behavior therapy. New York: Wiley.Google Scholar
  26. Shea, M.T., Widiger, T.A., & Klein, M.H. (1993). Comorbidity of personality disorders and depression. Implications for treatment. Journal of Consulting & Clinical Psychology, 60, 857-868.CrossRefGoogle Scholar
  27. Velden, K. van der (1992). Persoonlijkheidsstoornissen en de directieve therapie. In K. van der Velden (red.), Directieve Therapie 4. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.Google Scholar
  28. Velden, K. van der, & Dyck, R. van (1977). Motiveringstechnieken. In K. van der Velden (red.), Directieve Therapie 1. Deventer: Van Loghum Slaterus.Google Scholar
  29. Velzen, C.J.M. van, Emmelkamp, P.M.G., & Scholing, A. (1997). The impact of personality disorders on behavioral treatment outcome for social phobia. Behaviour Research & Therapy, 35, 889-900.CrossRefGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2000

Authors and Affiliations

  • Kees Korrelboom
    • 1
  1. 1.

Personalised recommendations