Advertisement

Dth

, Volume 16, Issue 4, pp 142–148 | Cite as

Stand van zaken in de directieve therapie

  • Alfred Lange
Article

Samenvatting

Enkele trends in de huidige psychotherapie (korte therapie, integratie, aandacht voor therapeut/cliënt–relatie, aandacht voor cognitieve factoren, gebruik van psychofarmaca, afname van paradoxale strategieën, afname van aandacht voor relationele factoren, en toenemende aandacht voor geprotocolleerde behandelingen) worden vergeleken met de standpunten die in de beginjaren van de directieve therapie domineerden en de huidige opvattingen binnen de directieve therapie.

Notes

Referenties

  1. Arntz, A. (1991). Principes en technieken van de cognitieve therapie. Directieve Therapie, 11, 4, 252–268.Google Scholar
  2. Ascher, L.M. (red.) (1989). Therapeutic paradox. New York: Guilford Press.Google Scholar
  3. Baart, S. (1996). Confectie–therapie beter dan maatwerk. De Volkskrant, 25 mei.Google Scholar
  4. Beurs, E., de, Balkom, A.J.L.M. van, Dyck, R. van, & Lange, A. (in review). Long–term outcome of pharmacological and psychological treatment for panic disorder with agoraphobia: A two year neaturalistic follow–up.Google Scholar
  5. Dijck, R. van (1997). Emancipatie en directieve therapie. TDT, 5, 1, 79–83.Google Scholar
  6. Erickson, M.H. (1971). Indirect hypnotic therapy of a bedwetting couple. In: J. Haley (red.), Changing families. New York: Grune & Stratton.Google Scholar
  7. Garfield, S.L. (1986). Toekomstige ontwikkelingen in de psychotherapie. Directieve Therapie, 6, 1, 4–16.Google Scholar
  8. Haley, J. (1963). Strategies of psychotherapy. New York: Grune & Stratton. Nederlandse uitgave: Strategieën in de psychotherapie. Utrecht: Bijleveld, z.j.Google Scholar
  9. Haley, J. (red.) (1967). Advanced techniques of hypnosis and therapy: Selected papers of Milton H. Erickson M.D. New York: Grune & Stratton.Google Scholar
  10. Haley, J. (1973). Uncommon therapy: The psychiatric techniques of Milton H. Erickson M.D. New York: Norton. Nederlandse uitgave: Buitengewone therapie. Haarlem: De Toorts, 1975.Google Scholar
  11. Haley, J. (1989). The effect of long–term outcome studies on the therapy of schizophrenia. Journal of Marital and Family Therapy, 15, 127–132.CrossRefGoogle Scholar
  12. Hart, O. van der (1997). Nog iets positiefs. TDT, 4, 4, 43–44.Google Scholar
  13. Hoogduin, C.A.L. (1975a). Weerstanden, prognostische betekenis, utilisatie–technieken I. TDT, 3, 1, 23–29.Google Scholar
  14. Hoofduin, C.A.L. (1975b). Weerstanden, prognostische betekenis, utilisatie–technieken. II. TDT, 3, 2, 52–55.Google Scholar
  15. Hout, M. van den, & Merckelbach, H. (1993). Over exposure. Directieve Therapie, 13, 3, 192–203.Google Scholar
  16. Joele, L. (1978). Langer durende (–durige) (psycho)–t(h)erapie. TDT, 5, 3, 30–36.Google Scholar
  17. Joele, L., & Hoogduin, K. (1975). Behandeling van een man met een dwangneurose d.m.v. een conjoint therapie van het directieve type. TDT, 2, 10, 4–14.Google Scholar
  18. Lange, A. (1972). Opdrachten in gezins– en huwelijkstherapieën. Tijdschrift voor Maatschappijvraagstukken en Welzijnswerk, 26, 15, 387–394. Ook in: A. van der Plas (red.), Gezinsfenomenen . Alphen aan den Rijn: Samsom, 1973.Google Scholar
  19. Lange, A. (1975). De lege stoel, een oplossing voor therapeuten die niet aan hun cliënten willen trekken. TDT, 3, 4, 10–31.Google Scholar
  20. Lange, A., & Hart, O. van der (1973). Kontrakten en opdrachten in relatietherapie. Tijdschrift voor Maatschappijvraagstukken en Welzijnswerk, 27, 21, 517528.Google Scholar
  21. Lange, A., & Velden, K. van der (1975). Afleiding. TDT, 5, 1, 35–44.Google Scholar
  22. Linehan, M. (1996). Skills training manual for treating borderline personality disorder. New York: Guilford.Google Scholar
  23. Norcross, J.C., & Goldfried, M.R. (red.). Handbook of psychotherapy integration. New York: Basic Books.Google Scholar
  24. Omer, H., & Dar, R. (1992). Changing trends in three decades of psychotherapy research; The flight from theory into pragmatics. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 60, 1, 88–93.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  25. Oudshoorn, D. (1975). Ervaringen met bedplassers (II). TDT, 3, 1, 18–26.Google Scholar
  26. Peters, W., Hoogduin, K., Verbraak, M., & Methorst, G. (1996). Ervaringen met de ambulante behandeling van gecompliceerde patiënten met een dwangneurose. Directieve Therapie, 16, 2, 92–104.CrossRefGoogle Scholar
  27. Pinsof, W.M., & Wynne, L.C. (1995). The efficacy of marital and family therapy: An empirical overview, conclusions, and recommendations. Journal of Marital and Family Therapy, 21, 585–613.CrossRefGoogle Scholar
  28. Selvini Palazzoli, M., et al. (1979). Paradox en tegenparadox . Alphen aan den Rijn: Samsom.Google Scholar
  29. Velden, K. van der (1989). Uit de ziekte–geschiedenis van mejuffrouw H. van Effen, Directieve Therapie, 9, 1, 67–77.Google Scholar
  30. Watzlawick, P., Beavin, J., & Jackson, D.D. (1967). Pragmatics of human communication. New York: Norton. Nederlandse uitgave: De pragmatische aspecten van de menselijke communicatie. Deventer: Van Loghum Slaterus, 1970.Google Scholar
  31. Williams, K.E., & Chambless, D.L. (1990). The relationship characteristics and outcome of the in vivo exposure treatment for agoraphobia. Behavior Therapy, 21, 1, 111–116.CrossRefGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 1996

Authors and Affiliations

  • Alfred Lange
    • 1
  1. 1.

Personalised recommendations